Een week later

Wederom was het een week van Pim Fortuyn. En wederom was het een week waarin de `oude politiek' nog niet met het begin van een antwoord kwam op de man die volgens alle peilingen na de verkiezingen van 15 mei aanstaande het politieke krachtenveld in Nederland danig kan veranderen. Dat het verschijnsel Fortuyn niet louter virtueel is, lieten de raadsverkiezingen van anderhalve week geleden zien. Afgelopen donderdag werd als gevolg van die uitslag de politieke debutant Fortuyn met nog vijftien metgezellen in de Rotterdamse gemeenteraad geïnstalleerd.

Inmiddels lag er deze week ook het langverwachte boek `De puinhopen van acht jaar Paars', waarin Fortuyn zijn politiek programma ontvouwt. Een boek dat dankzij een vergissing van de distributeur twee dagen eerder dan bedoeld te verkrijgen was. Wat echter ontbrak was een gefundeerd antwoord van de partijen die in het boek worden aangesproken. Het bleef bij enkele zeer voorlopige kanttekeningen, vierentwintig uur later, van de lijsttrekkers van de andere partijen, die bovendien gedicteerd werden door de bekende Haagse reflex: de financiële onderbouwing ontbreekt.

En dan rijst toch de vraag of de gevestigde grote partijen wel beseffen dat er op weg naar de komende verkiezingen een andere wedstrijd dan gewoonlijk gespeeld dient te worden. Het gaat niet aan zelf de termen van het debat te willen bepalen en niet een nieuwkomer, zoals de informele mores tot nu toe altijd voorschreven. De ervaringen in Rotterdam, en in mindere mate in andere steden, hebben laten zien dat er sprake is van een brede beweging die gedreven wordt door een breed palet aan ongenoegen. Daarop zal de gevestigde politiek een antwoord moeten geven.

Het boek van Fortuyn nodigt uit tot stevige, inhoudelijke reacties. Maar alsof er niets aan de hand is nemen de meeste partijen ruim de tijd om zijn 187 pagina's tellende werkstuk nader te bestuderen. Zodoende kan Fortuyn zelf de agenda blijven beheersen. Het boek nodigt ook uit tot discussie. De eerstverantwoordelijke voor het door Fortuyn zo verfoeide paarse beleid is minister-president Kok. Deze liet echter vorige week al op voorhand weten niet met Fortuyn in discussie te willen treden. Daarbij verschool Kok zich achter het argument dat hij straks niet verkiesbaar is. Hierdoor laat Kok een kans lopen voor een offensief tegengeluid. Het beleid van Paars moet worden uitgelegd, zei Kok vorige week eveneens, maar blijkbaar niet in een directe confrontatie met degene die zich tolk heeft gemaakt van een groot aantal critici.

Terwijl de aanhang van Fortuyn alleen nog maar toeneemt in de peilingen van Interview/NSS van gisteravond stond de teller op 24 lijken PvdA en VVD in een steeds grotere kramp terecht te komen. De campagneteams van beide partijen zijn sinds vorige week vooral met zichzelf bezig, maar intussen tikt de tijd wel door.

De VVD speelt de zelf gecreëerde onduidelijkheid rond het kandidaat-premierschap nog eens parten. Lijsttrekker Dijkstal weigert zich uit te laten over de vraag of hij voor die functie de eerste kandidaat namens de liberalen is. Afgelopen zondag liet het VVD-erelid Wiegel in het tv-programma Buitenhof weten een dergelijke post te willen overwegen. Waarop vervolgens partijvoorzitter Eenhoorn verklaarde Wiegel als een van de kandidaten te beschouwen. Kortom maximale verwarring in een kwestie waar absolute duidelijkheid is gewenst. Dijkstal heeft vanuit staatsrechtelijk oogpunt gelijk als hij zegt dat de premier niet wordt gekozen. Maar staatsrecht is ook levend recht. Zeker bij de komende verkiezingen is de vraag wie er bij de verschillende partijen voor de macht beschikbaar is, een legitieme.

Nederland staat aan de vooravond van grote electorale veranderingen. Er zijn nog twee maanden te gaan tot de verkiezingen. Maar deze week leek het erop dat PvdA en VVD hun verlies reeds hadden genomen.