Een vertraagde liefdesdood

Twee jaar gaat het proces duren tegen de vroegere Joegoslavische president Miloševic. Op verzoek van deze krant wonen schrijvers een zittingsdag van het Joegoslavië-tribunaal bij. `Het lot van het gezin-Miloševic loopt griezelig parallel aan dat van het Servische volk', schrijft Frank Westerman.

Achter de kogelvrije glaswand, oog in oog met zijn aanklagers, toont Slobodan Miloševic twee gezichten. Zwijgt hij, dan hangen zijn mondhoeken neerwaarts en rusten zijn ogen op zijn handen voor hem. Miloševic de martelaar. Neemt hij het woord, dan komt zijn kin omhoog en vonkt er superioriteit in zijn ogen. Miloševic de (onbegrepen) Messias.

Tot twee keer toe vraagt de verdachte een schorsing aan. ,,We zouden vandaag eerder ophouden. Dat was de afspraak.'' Zijn echtgenote Mirjana heeft een driedaags visum en wacht op hem bij zijn cel in Scheveningen. Maar de rechters negeren zijn verzoek met als gevolg dat de zitting twee uur uitloopt. Getergd als een schooljongen werpt Miloševic een blik op het plafond, en toont zo zijn minachting voor het VN-tribunaal en de mensenrechtenactivist die tegen hem getuigt. De details over verminkte lijken van Kosovo-Albanezen kunnen wat hem betreft wachten tot na het weekend. Hij wil bij Mira zijn.

Dr. Mirjana Markovic (`Mira' voor intimi, `Mevrouw Miloševic' voor de buitenwereld) zag ik voor het eerst in 1993. Als eregast bij de jubileumvertoning van Casablanca in Belgrado schreed ze over het middenpad van het Sava-centrum, dat voor die gelegenheid was verbouwd tot hangar, compleet met een propellervliegtuig bij de ingang en een replica van Rick's café op het podium. De krant Politika schreef na afloop: ,,Wat je drama noemt. Een vijftig jaar oude film geeft de werkelijkheid van Belgrado zo nauwgezet weer dat we maar twee dingen kunnen doen: of we blijven acteurs in onze eigen oorlogsfilm, of we veranderen de werkelijkheid.''

Als correspondent op de Balkan wilde ik Mirjana Markovic graag ontmoeten. Zij adoreerde haar man niet alleen, ze coachte hem bij elke stap. Door haar te leren kennen zou ik meer te weten komen over hem. Dacht ik. Hoopte ik. En dus zocht ik haar bij de verwaarloosde tombe van Josip Broz Tito, waar ze eens per week verse bloemen kwam leggen, en in het scheikundecomplex van de Belgradose universiteit, waar ze marxistische sociologie doceerde.

Een half jaar later ontving ze me in het voormalige hoofdkwartier van de Liga der Communisten, een blauwgrijze kolos van 23 hoog op de plek waar de Sava en de Donau samenvloeien. Onder een portret van maarschalk Tito vertelde ze met dunne stem over haar Joego-nostalgie, de noodzaak van een nieuwe partizanenstrijd en haar afschuw van elke vorm van nationalisme.

Het werd een onwerkelijk gesprek. Vrijwel alles wat de presidentsvrouw zei bracht me in verwarring. Terwijl iedereen zich zorgen maakte over de tegenstelling tussen de Balkanvolken, sprak zij over `de tegenstelling arbeid-kapitaal'.

Over welk land had ze het? Toch niet over Bosnië? ,,Hou op over Bosnië! Bosnië is een andere planeet.''

Ze zei: ,,Politici die racistisch of religieus geweld propageren zou ik buiten de wet willen plaatsen.'' Over wie had ze het? Toch niet over haar man? Nee. Slobodan was onschuldig, die probeerde de heethoofden juist in toom te houden.

Toen ik even niets meer wist te zeggen, zei ze glimlachend. ,,Mag ik jou nu wat vragen? Hoe oud ben je?''

,,Negenentwintig.''

,,Ach, wat toevallig. Mijn dochter Marija is ook negenentwintig.'' Wat wilde ze daarmee zeggen? Marija Miloševic was kort tevoren gescheiden van een diplomaat in Tokio – dat had in alle kranten gestaan.

,,En ze is ook journalist. Ze werkt bij de krant Politika.''

Natuurlijk had ik moeten aansturen op een ontmoeting, dit was mijn kans. Maar in plaats daarvan haalde ik de recensie aan die Politika over de Casablanca-vertoning had geschreven. ,,Of we blijven acteurs in onze eigen oorlogsfilm, of we veranderen de werkelijkheid.''

,,Ik houd niet van de werkelijkheid'', antwoordde Mirjana. ,,Echte mensen veranderen de wereld niet, dat doen de dromers.''

Zeven jaar later hoorde ik opnieuw iets over Marija. Haar vader was na een heerschappij van dertien jaar onttroond en werd in eigen land gezocht voor machtsmisbruik en corruptie. In de nacht van 1 april 2001 tijdens de omsingeling van de familieresidentie zou Marija haar vader hebben toegeschreeuwd dat hij zich onder geen beding moest overgeven: ,,Lafaard! Waarom pleeg je geen zelfmoord? Maak er een einde aan. Doe het nu!'' Toen hij zich na een beleg van uren niettemin liet wegvoeren, leegde Marija het magazijn van haar Smith & Wesson – en raakte daarbij de auto van de regeringsonderhandelaar. Door zich gewillig naar de slachtbank te laten leiden had Miloševic in de ogen van zijn dochter een onvergeeflijke en on-Servische zwakheid getoond.

Wie echter onverminderd in hem bleef geloven was zijn vrouw Mirjana. In de Belgradose gevangenis bracht ze haar man zelfgemaakte groentetaart, en kort nadat `haar held' was uitgeleverd aan het Joegoslavië-tribunaal zocht ze hem op in zijn cel in Scheveningen.

,,Het tribunaal is de Gestapo van onze tijd'', sprak ze bij die gelegenheid. Kennelijk had ze elke nuance laten varen, maar wat wil je ook als je in de westerse pers wordt betiteld als de Rode Heks, of de Servische Lady Macbeth. Mannelijke zowel als vrouwelijke journalisten storen zich aan haar uiterlijk. Haar Christian Dior-bril staat haar slecht (The Guardian) en ze heeft 'een minstens zo grote obsessie met haar kapsel als Imelda Marcos' (The Sunday Times). Lachen doet ze zelden (The Los Angeles Times). Newsweek had haar man al in 1992 tot de `Slager van de Balkan' uitgeroepen en samen waren ze erger dan Nicolae en Elena Ceausescu.

Zulke voze kreten zeggen meer over het niveau van de Angelsaksische `kwaliteitspers' dan over de personen in kwestie. Slobodan en Mirjana bombarderen tot de Belichaming van het Kwaad, dat is óók bedoeld om het eigen westerse feilen te verhullen. Maar het heeft nog een bijeffect. Door het echtpaar Miloševic te demoniseren wordt het zicht op hun diepere drijfveren ontnomen. En juist in de familiesfeer ligt een van de sleutels ter verklaring van de laatste Balkanoorlog. Het lot van het gezin-Miloševic loopt namelijk griezelig parallel aan dat van het Servische volk. Net als hun onderdanen voelden de president en zijn first lady zich in de hoek gedreven, op elkaar aangewezen en diep gekwetst.

Slobodan en Mirjana vormen een hecht koppel sinds de middelbare school in Pozarevac, een landerig stadje vol knotwilgen en macadamstraatjes. Hij was twaalf toen zijn vader, een orthodoxe priester, zich in Montenegro aan de voet van een driepuntige rots met een jachtgeweer van het leven beroofde. En drieëntwintig – inmiddels student rechten in Belgrado – toen zijn moeder Stanislava zich opknoopte, nadat ze haar zoon nog een aantal malen vergeefs had geprobeerd te bellen.

Mirjana was een zuigeling toen haar moeder, de jonge partizane Vera Miletic, in 1943 door de Gestapo werd gemarteld en gedood. De bloem in Mirjana's haar is niet zomaar een aanstellerig plastic attribuut (The Sun-Sentinel), maar een anjer ter nagedachtenis aan haar moeder.

Zeker, beide geliefden waren carrièrejagers. En ja, bij zijn greep naar de macht in 1987 maakte Slobodan sluw gebruik van het latente nationalisme onder de Servische meerderheid, die zich binnen de Joegoslavische eenheidsstaat beknot en kort gehouden voelde. Ontegenzeggelijk blies hij dit sentiment aan tot een furie, en op etentjes met buitenlandse gasten placht hij te zeggen: ,,Wist u dat de Serviërs al in de dertiende eeuw met mes en vork aten – als enigen in Europa?''

De kwade genius achter het opblazen van Tito's `broederschap en eenheid' was hij niet, hooguit de uitvoerder. Wie Miloševic eenzijdig afschildert als de gewetensloze en machtsbeluste manipulator – iets waar de VN-aanklagers een dagtaak aan hebben – gaat voorbij aan de Servische zaak, een eeuwenoud volkstrauma dat in onzekere tijden steevast de kop opsteekt. Terwijl elders in het Oostblok de roep om vrijheid en democratie aanzwol, propageerden de Servische intellectuelen en kunstenaars een nationalistisch reveil. Miloševic' voorganger verwees hun pleidooi in 1986 nog smalend van de hand: ,,Volgens hen rest de Serviërs niets dan in opstand te komen omdat ze gehaat worden door hun verwanten, omdat ze eeuwige verliezers zijn en omdat hun leiders slappe compromissen sluiten. Het komt erop neer dat Joegoslavië het Golgotha van de Serviërs is: in Kosovo, in Kroatië, in Bosnië.''

Maar Miloševic schaarde zich (uit opportunisme?) achter de door de Servische intelligentsia verwoorde volksgrieven. Luttele weken na de val van de Berlijnse Muur werd hij met 86 procent van de stemmen gekozen tot president van Servië. ,,Als de Duitsers in een staat mogen wonen, waarom wij dan niet?'' zo klonk het onder de voorstanders van een Groot-Servië.

Europa was aan het eenworden, het kon niet begrijpen dat een multi-etnische staat als Joegoslavië niet tegen de post-communistische aardschokken bestand was. Europese trojka's probeerden het land kostte wat kost bijeen te houden, maar Duitsland drukte eigenmachtig de onafhankelijkheid van Kroatië door, hetgeen de beginnende Balkanoorlog verder deed escaleren.

In het oog van de orkaan zaten al die jaren Slobodan en Mirjana, die zich net als het gros van de Serviërs steeds koppiger aan hun gelijk gingen vastklampen. Miloševic raakte tegelijk verslaafd aan de macht, maar wist er niet van te genieten. Zelden hield een autoritair staatshoofd er een zo sobere levenstijl op na. Miloševic vergreep zich niet aan vrouwen, vermeed de schijnwerpers en schoof niet aan bij zijn protégés rond de pokertafel van het Belgradose Intercontinental.

,,De band tussen het volk en hun leider is niet langer rationeel, maar occult'', zei de ex-burgemeester van Belgrado al in 1994. ,,Het is Miloševic gelukt om zijn eigen suïcidale karakter over te brengen op zijn volk.'' Met Mirjana aan zijn zijde zou Slobodan zijn volk willens en wetens naar de afgrond leiden, analoog aan prins Lazar die zes eeuwen tevoren ten onder gingen tegen de Turken op het Lijsterveld in Kosovo. Die verpletterende nederlaag op 28 juni 1389 is eeuwenlang door de Servisch orthodoxe geestelijken uitgelegd als een morele overwinning die de Serviërs tot een door God uitverkoren volk maakt. Prins Lazar en zijn zevenduizendzeven strijders vonden weliswaar de dood door het kromzwaard, maar zij verwierven met die daad van collectieve zelfmoord het Hemels Koninkrijk. Toen Miloševic dan ook in maart 1999 weigerde om Kosovo op te geven, en zodoende het NAVO-bombardement over zichzelf en zijn volk afriep, nam hij volgens zijn talrijke volgelingen een historisch en heldhaftig besluit.

Maar wat was er gebeurd dat hij zich twee jaar later na een nachtelijke belegering met gebogen hoofd liet arresteren? Dochter Marija Miloševic – inmiddels hertrouwd met de hoofdredacteur van Politika – had tot het uiterste willen gaan. Nadat ze zeven tranquillizers met cognac had weggespoeld, was ze bereid om samen met haar vader en moeder te sterven.

In totaal loste ze die nacht vijf schoten. ,,Uit wanhoop'', verklaarde ze vorig jaar voor de rechtbank in Belgrado. Marija is ontoerekeningsvatbaar verklaard; het gaat niet goed met haar. Het laatste wat ik over haar vernam was dat ze haar Duitse herder heeft neergeknald – ze kon het geblaf niet langer aanhoren.

Toch liepen de zaken anders dan Marija had voorzien. Op de dag van zijn uitlevering aan Den Haag (28 juni 2001) weigerde haar vader handboeien te dragen. ,,Ik pleeg heus geen zelfmoord'', had hij zijn cipiers toegebeten. Miloševic verliet Belgrado met een helder doel voor ogen. Zijn populariteit was tanende; de meerderheid van de Serviërs had hem uitgekotst. Miloševic moet een kans hebben geroken om zich te wreken en sinds zijn proces is begonnen, herwint hij de sympathie van zijn volk.

Door het tribunaal niet te erkennen kiest hij rationeel en juridisch gezien voor de onverstandigste weg. Maar wat doet het ertoe? De kansloze underdog – beschuldigd van zesenzestig oorlogsmisdaden – voert zijn verdediging zelf en neemt het op tegen de rest van de wereld. Al vechtend gaat hij ten onder, overtuigd van zijn gelijk. Zijn schuld aan de oorlogsmisdaden zal hoe dan ook worden bewezen (als staatshoofd heeft hij de meest gruwelijke moordpartijen bevolen of op zijn minst laten gebeuren), maar niet dan nadat hij zijn aanklagers – als zijnde representanten van de westerse beschaving – moreel aan het wankelen heeft gebracht. Met zijn jeugdliefde Mirjana aan zijn zijde voltrekt hij een zorgvuldig opgebouwde, vertraagde `zelfmoordactie'. Dochter Marija kan trots op hem zijn.

Dit is de tweede aflevering in een serie. De eerste aflevering verscheen op 16 februari. Frank Westerman is schrijver van `De Graanrepubliek' en `Ingenieurs van de Ziel'.