De vonk moet overslaan

Waarom duiken beleggers massaal op een aandeel, om het een paar maanden later en masse te dumpen? Inhaligheid, zegt Jaap van Ginneken.

De euforie rond internetaandeel World Online en de angst dat veel bedrijven zijn besmet met het Enron-virus. Twee voorbeelden van irreëel gedrag van beleggers in een oceaan van onberedeneerde bewegingen op aandelenbeurzen. Recessie zorgt, mét de vrees voor meer gesjoemel met bedrijfscijfers, voor depressie bij beleggers. Maar het sentiment kan snel omslaan. Voor je het weet, stevenen de koersen weer af op nieuwe records.

,,Inhaligheid is de drijvende kracht bij beleggers'', zegt massapsycholoog en communicatiedeskundige Jaap van Ginneken. Hij doceert aan de Universiteit van Amsterdam en schreef onder andere het boek Brein-bevingen, waarin hij het gedrag van mensenmassa's analyseert. Hausses en baisses op de effectenbeurzen passen naadloos in zijn opvattingen: ,,Elke financiële generatie laat zich weer wijs maken dat een radicaal nieuwe fase is ingetreden in de economie. En dat je met een klein risico veel geld kunt verdienen.''

Misschien staan we alweer aan het begin van een nieuwe hausse. Veel beursindexen staan 20 of 30 procent hoger dan september vorig jaar, maar de trend wordt nog niet gedragen door de massa. Voorwaarde voor ouderwets langdurige koersstijgingen, zoals in het midden van de jaren tachtig en eind jaren negentig, is dat er een bijzondere aanleiding voor moet zijn. ,,Iets speciaals, iets nieuws'', meent Van Ginneken: ,,Een vonk moet overslaan.'' De laatste keer zorgde de technologiesector voor die magie, vooral de ongekende mogelijkheden van internet en telecom. Iedereen zou worden aangesloten op internet, winkels werden overbodig en de hele wereld zou met elkaar communiceren via dat ene slimme zaktelefoontje.

De belegger die in een vroeg stadium dit type aandelen kocht, was op verjaarsfeestjes en in kantines het financiële genie waartegen iedereen opkeek: hij had het al lang gezien, zijn verhaal klonk fantastisch, de toekomstmogelijkheden waren inderdaad ongekend als je er langer over dacht. En je kon in korte tijd rijk worden. Blijkbaar lagen rendementen van een paar honderd procent voor het oprapen.

Bekend voorbeeld uit de jaren negentig was Baan. De opkomst van het eerste Nederlandse softwarebedrijf dat veel successen boekte in het buitenland, was voor veel beginners het startsein om te beleggen. De koers was een paar keer over de kop gegaan en ondernemingen overal ter wereld bestelden producten van de geloofwaardige, christelijke broers uit Barneveld. Ze verkochten hun spullen zelfs aan de Amerikaanse vliegtuigbouwer Boeing.

Volgens Van Ginneken zijn dit soort situaties het begin van blinde liefde: ,,De aandelenkoersen stijgen al een tijdje, waarna veel beleggers durven in te stappen. Zij zien dat beurzen blijven plussen en denken dat als ze nu gaan beleggen, ze vanzelf rijk worden.'' Befaamd is de zogenoemde campinghausse uit 1997. In die zomer kreeg de beurs dagelijks duizenden orders van vakantiegangers die met een mobiele telefoon vanuit hun tent opdracht gaven om aandelen en opties te kopen. De tip aan de picknicktafel van de avond ervoor klonk immers zo betrouwbaar.

,,Baan is een goed voorbeeld'', vindt Van Ginneken: ,,Het valt me op dat Nederlanders vaak hun eigen hightechbedrijven overschatten.'' Na aanvankelijk duizelingwekkende koerswinsten – gevolgd door sterke dalingen – van HCS, Infotheek, Baan, Getronics, World Online en Versatel, was het vorig jaar de beurt aan telecombedrijf KPN om beleggers met een kater achter te laten. ,,Beleggers zien een patroon, ook als dat er niet is. In deze gevallen dachten ze steeds dat de koersen van Nederlandse hightech-aandelen in navolging van die in de Verenigde Staten ook snel en sterk zouden stijgen.''

In de laatste maanden of weken voordat de ballon knapt, is de euforie het grootst. ,,Iedereen is bang om de boot te missen'', meent Van Ginneken. ,,Dan is er weinig kritische reflectie.'' Als de koers tussentijds daalt, wordt dat aangegrepen als een uitgelezen moment om vol te investeren of aandelen bij te kopen. Liefst met geleend geld om een hefboomeffect te krijgen en nog sneller rijk te worden.

Het recentste voorbeeld van euforie dateert uit maart 2000, toen Nederland met World Online eindelijk zijn eerste internetfonds zou krijgen. Kort voor de beursintroductie betaalde het zogeheten grijze circuit fikse premies voor aandelen World Online, maar een jaar later werpt de internetprovider zich na aanhoudende verliezen voor ongeveer eenvijfde van de aanvankelijke aandelenkoers in de armen van de Italiaanse concurrent Tiscali.

De hype rond World Online markeerde de all-time high van de AEX. Vanaf maart 2000 gleden de koersen bijna twee jaar lang weg. Eerst langzaam, later sneller. De groei van de wereldeconomie stagneerde en steeds meer technologiebedrijven wisten hun beloften niet waar te maken. De glorieuze toekomst van internet en telecom bleek grotendeels een fata morgana. Ginneken: ,,Beurzen kregen een extra klap door de terreuraanslagen van 11 september in de Verenigde Staten, het centrum van innovatie en kapitalisme.''

Ook in neergaande fases ontdekt Van Ginneken weinig logica in het gedrag van beleggers. ,,Dat ze hun geld in 1997 terugtrokken uit het financieel zwakke Thailand lag wel voor de hand, en dat daarna Indonesië en de Filippijnen volgden, kan ik ook begrijpen. Maar dat het sentiment oversloeg naar Maleisië was nergens op gebaseerd. Maleisië had een solide economie. De landen in zo'n regio zijn voor beleggers opeens één pot nat. Dan gaan aspecten meewegen die eerder op de achtergrond aanwezig waren. Vaak culturele vooroordelen. Zo bleef Maleisië in de ogen van menig belegger toch een wat raar land, waarvoor je moest oppassen: zelfbewust islamitisch en met die uitgesproken premier Mahathir Mohamad.''

Van Ginneken weet niet of beurzen weer aan de vooravond van een nieuwe langdurige hausse staan. Dat hangt er volgens hem van af of er binnenkort meer Enron-achtige toestanden worden onthuld. Bovendien vindt hij de koers-winstverhoudingen aan de hoge kant. Maar dat de beurs vroeg of laat weer omhoog gaat, is zeker: ,,We zullen altijd opnieuw hypes zien.'' De sector die daarvoor het meest in aanmerking komt is de biotechnologie. ,,Als er een belangrijk biotechmedicijn wordt ontdekt, begint die hype. Ook dan zal er iets bijzonders, iets nieuws zijn dat de koersen omhoog jaagt. Bijvoorbeeld als er met behulp van biotechnologie een aardbei kan worden gekweekt die lang houdbaar is én goed smaakt. Dan breekt de euforie weer los.''