De mystiek van de mammoet

Het verschijnsel Mammuthus wordt nog altijd door een beetje mystiek omringd. Zo schijnen mammoeten een bijzondere relatie te hebben met eeuwwisselingen. In 1799, hetzelfde jaar waarin de Duitse zoöloog Johann Friedrich Blumenbach de Wolharige mammoet zijn wetenschappelijke naam gaf, ontdekte de hond van een Siberische jager rottend vlees langs de oever van de Lena. Zijn baas dacht dat het een dode muskusos was, en liep verder. Het jaar daarop echter bleken twee slagtanden uit het stinkende karkas te steken: de ontdekking van de Lena-mammoet. Een botanicus van de Academie van Wetenschappen in Sint-Petersburg kreeg er lucht van en ging poolshoogte nemen; bijgevolg staat vanaf 1808 de Lena-mammoet in het Petersburgse zoölogisch museum.

Een eeuw later, in 1901, vertrekt een expeditie vanuit Sint-Petersburg om in Jakutië een langs de oever van de Beresovska ontdekte mammoet te gaan verzamelen. De team onder leiding van de entomoloog Otto Herz en de preparateur Eugène Pfitzenmayer doorstaat temperaturen tot 45 graden Celsius onder nul en slaagt erin de Beresovska-mammoet aan de collecties toe te voegen. Er zijn foto's bewaard gebleven van die expeditie: met door rendieren, honden en paarden getrokken sleden werd de in stukken runderleer gewikkelde mammoet meer dan tweeduizend kilometer over de bevroren toendra naar Irkoetsk gezeuld, om vandaar per trein verder te reizen.

Enkele jaren later werd een volgend exemplaar ontdekt op de Liakhov-eilanden. Nadat een Russische expeditie door geldgebrek strandde, schoot een Franse maecenas te hulp: baron Stenbock-Fermor, naar verluidt omdat hij hoopte daarmee het Légion d'honneur te verdienen inclusief de daaraan verbonden begrafenis met militaire eer. Als resultaat van deze ijdeltuiterij staat de Liakhov-mammoet in Parijs, als enige Siberische mammoet die ooit Russisch grondgebied heeft verlaten.

Nu zijn we weer een eeuw verder en is er wederom een bevroren mammoet uit de permafrost bevrijd (zie ook: W & O 13 januari 2001). Ook dit keer is er een Fransman bij betrokken als organisator en geldschieter: de poolreiziger en avonturier Bernard Buigues. In Sur la piste du Mammouth beschrijft Buigues het verhaal rond de berging van de Jarkov-mammoet, waar de kranten destijds bol van stonden. Via uitzendrechten van een aantal documentaires van Discovery Channel en de royalties van de vele foto's die de expeditie nam kreeg de onderneming genoeg geld bij elkaar.

Het avontuur begon toen Buigues in het najaar van 1997 werd uitgenodigd voor een picknick in de toendra, op de plaats waar iemand een mammoet had ontdekt. Zomaar als aardigheidje mocht de Fransman een klein stukje mammoetbot mee naar huis nemen. Enkele maanden later ontving hij een paar Polaroid-foto's van twee gigantische slagtanden, afkomstig van hetzelfde dier. De gedachte aan een enorme diepgevroren mammoet in de permafrost van het Taimyr-schiereiland stak Buigues aan: `te laat om me terug te trekken', zo schrijft hij, `ik ben besmet met het mammoet-virus'. Hij kreeg, zo kort na het Britse Dolly-avontuur, waanbeelden van kuddes gekloonde levende mammoeten in het Bois de Vincennes!

Gelukkig komt het kloon-idee daarna niet meer ter sprake. Buigues met redactionele assistentie van Jean-Charles Deniau, de regisseur van de Discovery-documentaire houdt zich in zijn boek ver van het onwetenschappelijk geleuter dat de mammoet dikwijls aankleeft. Enkele onjuistheden helpt hij de wereld uit. Zo maakt hij duidelijk dat de natuurlijke leefomgeving van mammoeten er heel wat groener uitzag dan de ijzige toendra die we nu in Noord-Siberië aantreffen en die ook altijd als achtergrond op geschilderde reconstructies figureert. Volwassen mammoeten moeten net als de huidige olifanten dagelijks wel tot 180 kilogram groenvoer hebben gegeten; een kudde die enkele tientallen dieren kan hebben geteld moest voor zijn voortbestaan dus de beschikking hebben over een enorme plantaardige biomassa. Die biotoop, meestal mammoet-steppe genoemd, bestaat tegenwoordig niet meer als gevolg van klimaatveranderingen. Het verdwijnen van de steppe kan er wel eens de belangrijkste oorzaak van zijn dat de langharige olifanten er niet meer zijn.

In totaal is Bernard Buigues twee jaar bezig geweest met het bergen van de Jarkov-mammoet. Dat ging zeker niet eenvoudig. De bizarre opeenstapeling van post-communistische bureaucratie, Siberische zwijgzaamheid, temperaturen tot wel 35 graden Celsius onder nul, vastvriezende pneumatische hamers, ontbijten bestaand uit in rendiervet gefrituurde vis, sneeuwstormen, kerosinegebrek, nomaden die de tenten versnijden tot jassen, broeken en zakdoeken, de pressie van de naderende poolwinter, dat alles maakt het boek gedeeltelijk tot een avonturenverhaal.

Het is zeker geen literair hoogstandje, maar wel van een genre dat in Nederland nauwelijks bestaat, Goldschmidts Darwins hofvijver even daargelaten. Een mix van reisavontuur en wetenschappelijke achtergronden maakt dat de tekst leesbaar blijft, en tegelijkertijd boeit en informeert. Vooral het laatste hoofdstuk, waarin de dagen steeds korter worden en het moment van invallen van de poolwinter nader snelt, heeft een zekere spanning. Het blok ijs waarin het karkas van Jarkov zich bevindt, is dan geheel losgemaakt en rust op een onderstel van ijzeren balken. Dat zou te vervoeren moeten zijn door de grootste transporthelikopter ter wereld, de Russische MI-26, een drie verdiepingen hoog gevaarte dat in enkele uren tonnen kerosine verslurpt. Maar wanneer de MI-26 boven de mammoet hangt, blijkt het gewicht zo'n 5 ton te laag te zijn ingeschat. In een door de rotoren veroorzaakte wervelwind van sneeuw komt Jarkov niet los van zijn sokkel.

Dan komt de mammoet-mystiek weer even te pas. Buigues begint tegen zijn diepgevroren dikhuid te praten: `Ga maar, alles is OK laat je maar gaan, je kunt het...' Het hoeft daarna niet meer te verbazen dat het lukt.

Enkele uren later staat Jarkov op het besneeuwde asfalt van het vliegveld van Khatanga, de hoofdplaats van Taimyr. Daarmee eindigt Sur la piste du Mammouth maar begint het vervolg: het wetenschappelijke onderzoek van het karkas, nu voor het eerst mogelijk zonder hinder van sneeuwstormen, wegwaaiende tenten en verdwalende sledehonden. Jarkov bevindt zich nu in een door Goelag-gevangenen in de permafrost uitgehakte kelder, nog altijd bij temperaturen onder nul, en ondergaat een langzame ontdooiing door paleontologen, botanici, DNA-deskundigen en andere wetenschappers die aan een Franse avonturier een uniek studie-object te danken hebben.

Bernard Buigues, m.m.v. Jean-Charles Deniau: Sur la piste du mammouth. Éditions Robert Laffont S.A., Paris, 2000. 279 pp, ISBN 2-221-09206-6. prijs €19,67.