De Fortuyn-shock

Het verschijnsel Fortuyn is geen politiek incident, concludeerde politiek redacteur Mark Kranenburg vorige week: de steun van de zwevende kiezer moet worden verdiend. Vijftig lezers reageerden: afvallige PvdA-leden, teleurgestelde VVD'ers en partijlozen. Over toonhoogte, verwende pubers en de macht van de media. `Waar blijft de nieuwe generatie politici die in staat is authenticiteit te koppelen aan gezond verstand?'

Tweepartijenstelsel

Het nationale chagrijn wordt naar mijn mening niet of niet alleen veroorzaakt door het de laatste jaren gevoerde regeringsbeleid, de oorzaak zit dieper. Het is een opstand tegen de dictatuur van het politiek zuiver denken die ons jaren voorschreef waar wij als burgers over mochten denken en stemmen.

De arrogantie waarmee een bevlogen linkse minderheid problemen met betrekking tot de instroom van buitenlanders onder de tafel veegde en ons probeerde wijs te maken dat het gedaan werd om vreemdelingenhaat te voorkomen is verbijsterend. Iedereen die juistheid van het beleid durfde te betwijfelen werd verketterd en voor racist uitgemaakt en dat terwijl de weerstand was gericht tegen de instroom en niet tegen de mensen zelf.

Men beweerde dat de instroom een verrijking zou zijn voor het land. Jammer genoeg werd en wordt dat veel geroepen maar niet onderbouwd. Dat is ook moeilijk als men bedenkt dat vele honderden miljoenen per jaar worden uitgegeven aan integratie, overigens zonder succes. Verbazingwekkend is de voorkeur van links voor het huidige asielbeleid. Immers, men zegt op te komen voor de verworpenen der aarde. Die zijn voornamelijk te vinden in de vluchtelingenkampen in Pakistan en vele ander landen. De mensen die hier asiel aanvragen zijn de happy few die in een veilig buurland hun geld tellen en via een mensensmokkelaar naar het westen trekken. Aan deze mensen, die in feite al geen vluchteling meer zijn maar calculerende wereldburgers, worden in dit land miljarden uitgegeven.

Voor de hand zou liggen dat links pleit voor het stoppen van de opvang hier, wat volgens het Vluchtelingenverdrag kan, en de vele miljarden zou willen aanwenden om het tragische lot van de mensen in de vluchtelingenkampen te verlichten. Er is maar één reden te bedenken waarom links blijft vasthouden aan dit asielbeleid en dat is een electorale. Achterstandsgroepen vormen traditioneel de basis van linkse partijen. Aangezien de autochtone bevolking meer en meer naar de middengroep opschuift, verliest links een stuk van zijn traditionele achterban, die gecompenseerd moet worden door de instroom. De eis geuit in het verkiezingsprogramma van de PvdA om alle buitenlanders ook stemrecht te geven voor de Tweede Kamer past precies in dit plaatje.

Cynisch is dat de mensen die het linkse beleid voorstaan zich veelal een woonomgeving kunnen permitteren die hen weinig confronteert met de gevolgen van hun politiek. De kansarmen worden in dit land met de kanslozen geconfronteerd. Geen wonder dat de aanhang van Pim Fortuyn voor een groot deel uit laagopgeleiden bestaat. Ik geloof niet in de duurzaamheid van het succes van Fortuyn. Als het echter het einde zou betekenen van het huidige uitzichtloze politieke bestel en een stap op weg naar een tweepartijenstelsel volgens Brits model, is er veel gewonnen.

W.H.Allart, Alphen a.d. Rijn

Opsmuk & pokerfaces

Met enige aarzeling wil ik aan de stapel opvattingen over het verlies van Paars nog een visie toevoegen: deze is gebaseerd op een gangbare ervaring in de psychotherapeutische praktijk. In deze praktijk is ten minste één aspect aanwezig dat dit werk boeiend en wellicht een tikje verslavend maakt. Op de cruciale momenten, tijdens de beste zittingen is de patiënt echt. Dat wil zeggen: hij zegt, voelt en doet wat voor hem wezenlijk is, zonder franje, zonder opsmuk, direct en openhartig. Alle afweer is verdwenen, de persoon presenteert zich voor zichzelf en voor de behandelaar kwetsbaar en authentiek. En vaak is dat voor het eerst in zijn volwassen jaren. Meestal gaat het dan over de diepere drijfveren die iemand in zichzelf herkent, voelt en verwoordt; het gaat over zaken die de persoon echt raken, iemands strevingen en de tegenslagen die daarmee vaak samenhangen en verantwoordelijk kunnen zijn voor psychische klachten. Deze zittingen blijven doorgaans zowel bij de patiënt als bij de psychotherapeut in het geheugen gegrift staan.

In vergelijking met deze authenticiteit bevindt het politieke bedrijf zich wellicht aan gene zijde van deze dimensie: zuiverheid is hier zoek, een dubbele bodem ontbreekt zelden, praktisch nooit blijft een thema beperkt tot de inhoud die er met woorden aan wordt gegeven. Meestal zit er achter de beweringen een verborgen (partijpolitieke) agenda die de parlementariër ten beste geeft. Indien de politicus kort voor de verkiezingen omringd door journalisten en adviseurs de wijk betreedt en zich tussen de gewone mensen waagt, krijg je zelden het gevoel dat het knikkend instemmen op verhalen over klachten van de buurtbewoners een betekenisvol gebaar uitdrukt.

Politici worden eindeloos getraind in hun presentatie en daarmee wordt kunstmatigheid op kunstmatigheid gestapeld; ze worden letterlijk nog meer onecht gemaakt. Vervolgens vallen ze uit die rol omdat ze, in het licht van de camera's, de maskerade niet vol kunnen houden. Zeker 's avonds laat wordt al die onechtheid strijdig met de menselijke natuur. Politici met meer oprechtheid in hun presentatie delven niet zelden het onderspit en blazen de aftocht of worden geleidelijk aan in hetzelfde gareel geplooid. In een wereld waar schijn tot norm is verheven past lang niet iedereen.

Gelukkig zijn veel mensen in Nederland zo gezond dat ze voelen wat eraan schort, ze hebben een afkeer gekregen van de opsmuk, de goed bedoelde uitleg en de pokerfaces. Als reactie op de onechtheid kiezen ze voor iemand die authentieker lijkt, maar ze overreageren als gevolg van hun frustraties met veel meer emoties dan verstand. Er zit tenslotte ook veel (primitieve) echtheid in mensen die we liever niet onbemiddeld tot expressie laten komen in de politiek en cultuur. Er is een nieuwe generatie paarse politici nodig die in staat is authenticiteit te koppelen aan gezond verstand. Die generatie lijkt nog niet in aantocht.

Prof. dr. Jan Derksen, klinisch psycholoog Nijmegen

Stemhok is uit de tijd

Het fysieke systeem van kiezen en het aantrekken en aanspreken van jongeren is volkomen achterhaald. Wie wil er nu nog met een oproepkaartje naar een stoffige lokaaltje waar een bejaarde je oproepkaart checkt en je vaak in rij moet staan? Er wordt niets gedaan om dit hele proces een beetje op te poetsen, op te leuken, en in lijn te brengen met de eisen van deze tijd. Waarom geen gsm, telefoon of internet gebruiken? Jaren geleden is al aangetoond dat, met als uitgangspunt de oproepkaart en een code zoals op de bankpas, het geheel zeer betrouwbaar en anoniem te maken is.

Ook kan er best eens op de toer van gesponsorde programmering, reclame en andere mediaondersteuning en dergelijke geprobeerd worden om van het stemmen een hype te maken. Hier kan de overheid best eens een beetje extra geld insteken. Waardoor vooral jongeren meer kunnen worden aangesproken. Verkiezingsdag zou een vrije dag kunnen worden.

L.J. Gussenhoven, Wassenaar

Niet-stemmers hebben gelijk

Fortuyn is niet het probleem, hij is de reactie op het bestaan van een van de massa geïsoleerde politieke elite. In de grote steden gaat bij de gemeenteraadsverkiezingen minder dan 50 procent naar de stembus, waardoor de legitimiteit van het democratisch stelsel ondergraven wordt en de niet-stemmers (onder wie ikzelf) hebben gelijk.

Politici zijn een uitstervend ras. De politieke partijen zorgen ervoor dat enigszins afwijkende denkers zich afkeren van de georganiseerde politieke wereld. Vroeger verbonden politici het verleden, het heden en de toekomst tot een meeromvattende visie, tegenwoordig voeren pragmatische technici de boventoon. De kwaliteit van de politieke ambtsdragers is gedaald omdat zij zich vrijwel uitsluitend bezighouden met technische oplossingen en de grote lijn uit het oog hebben verloren. Het is niet verwonderlijk dat steeds meer hoge ambtenaren in de media hun mening geven. Hun eenzijdige opvatting over deelproblemen domineert de brede politieke visie.

Terwijl wellicht Zalm nog een goede technicus genoemd kan worden, hoewel geen politicus, zijn velen van zijn collega's ondergeschikt aan de beter opgeleide ambtelijke top. Cohen, onder wie het asielbeleid een puinhoop bleef, is nog teeds de visieloze ambtenaar, die door vriendjespolitiek burgemeester van Amsterdam is geworden. Hij zegt in M dat het de kunst is om van de goeie mensen de goeie ideeën af te kijken. Een eigen visie ontbreekt. Borst (Volsgezondheid), Netelenbos (Verkeer) of De Grave (Defensie) zijn eveneens voorbeelden van onvoldoende capabele ambtenaren die voor politicus spelen. Moeten we het aan zulke mensen overlaten om onze ingewikkelde maatschappij te besturen?

En de regering wordt geleid door een Kok, die als hoogste doel pappen en nathouden heeft en niet het oplossen van problemen of het uitzetten van nieuwe paden. Het pragmatisme van D66, het proberen problemen op te lossen zonder de maatschappelijke samenhang in ogenschouw te nemen, heeft de visionaire politiek vernietigd. Dan is het betrekkelijk eenvoudig voor een charismatische Fortuyn om, inhakend op een paar schrijnende problemen en met behulp van racistische en nationalistische accenten, de tot ambtenarij verworden politiek onderuit te halen.

De Haagse politieke elite heeft het verdwijnen van de organisatorische banden met de massa via bijvoorbeeld vakbonden en kerken niet kunnen compenseren. Ze is een geïsoleerde elitaire groep geworden die weliswaar machtig is, maar die alleen luistert naar de eigen beperkte omgeving. De massa staat buitenspel en blijft bij verkiezingen weg of stemt – opgezweept door een dure staatspropaganda dat `stemmen moet' – op iemand die (nog) niet behoort tot de elite.

Joost van Steenis

Verpakking

De vele aandacht voor Fortuyn is vreemd als we alleen kijken naar wat hij inhoudelijk te zeggen heeft. Dat is namelijk niet zo veel. Over idealen, bijvoorbeeld een betere wereld, spreekt hij niet. Hij eist slechts verandering van een paar situaties die in ons land als vervelend worden ervaren, zoals het teveel aan mensen en auto's, de wachttijden in de ziekenhuizen en het matige onderwijs. Het recent verschenen boek lijkt volgens de besprekingen in de pers eerder op een verzameling hartenkreten dan op een gedegen politiek programma. Onderbouwing van de eisen, of realistische voorstellen voor verbetering ontbreken. Veelzeggend voor het gebrek aan inhoud lijkt in dit verband ook zijn geringe wetenschappelijke aanzien.

Maar Fortuyn handelt, bewust of onbewust, precies volgens een van de basiswetten van de communicatie: het gaat niet om de inhoud, het gaat er om hoe je het brengt. Een mens reageert maar voor hooguit tien procent op wat er echt aan woorden gezegd wordt. De resterende negentig procent van de reactie wordt bepaald door de stem (toonhoogte, spreeksnelheid et cetera) en het non-verbale gedrag van de boodschapper (de houding, kleding, gezichtsuitdrukking). En met die resterende negentig procent lijkt het bij Fortuyn wel goed te zitten, getuige zijn vele aanhangers.

Hij heeft bovendien het geluk dat geloofwaardigheid, vertrouwen en respect in eerste instantie gebaseerd zijn op hoe hij overkomt en pas veel later ook op zaken als inhoudelijke deskundigheid, consistent gedrag en het nakomen van beloften.

Bij de meeste zittende politici – en niet bij hen alleen – heerst het hardnekkige misverstand dat wat je zegt belangrijker is dan hoe je het zegt, kortom het omgekeerde van de eerder genoemde wet.Deze mensen gebruiken vooral veel woorden of produceren lange nota's. Degenen onder hen die het belang van hun presentatie wel inzien proberen dat met hulp van duur betaalde adviseurs te leren. Dat lukt zelden. Het veranderen van eigen gedrag is moeilijk en politici zijn meestal geen goede toneelspelers.

Op dit moment is geen van de zittende politici in staat de eigen boodschap overtuigend over het voetlicht te brengen. Woorden genoeg, maar met de resterende negentig procent zit het niet goed. Balkenende heeft dat goed begrepen. Hij erkent dat zijn non-verbale gedrag niet overtuigend is, maar weigert gelukkig om zijn haar en gedrag te veranderen. Daardoor blijft in elk geval de geloofwaardigheid in de mens Balkenende overeind. Dat niet iedereen die mens op prijs stelt neemt hij op de koop toe.

Tijdens de verschillende debatten tussen Fortuyn en anderen konden we regelmatig kennis maken met de werking van een tweede wet in communicatie, gebaseerd op onderzoek door Timothey Leary: gedrag roept gedrag op.

Leary stelde vast dat iemand die dominant en aanvallend gedrag vertoont altijd tegenwerking oproept en nooit samenwerking. De tegenwerking bestaat ofwel uit nóg dominanter gedrag, of uit mokkend protest. Melkert was een goed voorbeeld van het laatste, bij het lijstrekkersdebat na afloop van de gemeenteraadsverkiezingen.

Is het gedrag van Fortuyn dan zo aanvallend en dominant? Allereerst zijn non-verbale gedrag. Wanneer ik zijn heldere, net niet te snel sprekende stem beluister en zijn kaarsrechte houding, beheerste bewegingen en gelaatsuitdrukking observeer, kan ik maar tot één conclusie komen: daar zit iemand die over zijn gesprekspartner de baas wil spelen.

Om dat te bereiken houdt Fortuyn zich niet aan de spelregels die in ons land voor publieke discussies gelden. Op de televisie hoorde ik hem tegen een vrouw zeggen dat zij dom was. Hij deed dat nog net niet letterlijk, maar verpakte de mededeling in ,,uw gebrek aan dossierkennis'' en ,,dat zijn zaken waar u geen verstand van hebt''. Het is een voorbeeld van `op de persoon spelen' en wordt meestal onfatsoenlijk gevonden. In trainingen waarbij deelnemers oefenen in het omgaan met manipulaties zet ik deze techniek ook in en het is verrassend om te zien hoe boos mensen kunnen worden wanneer hun persoonlijke integriteit in twijfel wordt getrokken. En wanneer een mens boos is, is hij niet meer in staat om rationeel op de gebeurtenissen te reageren en kan hij verbaal makkelijker worden klemgezet.

Hoe komt het dan dat iemand die zoveel weerstand oproept toch zoveel kiezers trekt?

De verklaring daarvoor is simpel. De kiezer is slechts toeschouwer bij een bokswedstrijd en toeschouwers kiezen voor de winnaar, ook al speelt die het spel niet volgens de regels. Maar als de kiezer zelf tegen Fortuyn in de ring zou komen te staan en aan den lijve zou ervaren wat hij op televisie ziet gebeuren, zou hij zich – conform Leary – snel van hem afkeren.

Ik kom tot de volgende conclusie: inhoudelijk stelt Fortuyn niet zoveel voor. Zijn aanhangers zijn vooral mensen die gecharmeerd zijn van de wijze waarop hij zijn boodschap presenteert. De afkeuring en het chagrijn van zijn opponenten worden door hem zelf veroorzaakt als gevolg van wat Leary `dominant tegengedrag' noemt. De politieke partijen doen er goed aan zwaargewichten in te zetten die van nature bedreven zijn in de strijdmethoden van Fortuyn. Wanneer zij daar niet in slagen, vrees ik voor hen het ergste voor de komende verkiezingen.

Mr. B. Feijen, jurist en trainingsacteur, Epe

Ontwijkgedrag

Net als de meeste andere politieke analisten zoekt Mark Kranenburg de verklaring voor het succes van Pim Fortuyn te veel bij het functioneren van de oude politieke partijen en te weinig bij het denken van de kiezers van Fortuyn. Zeer veel Fortuynstemmers geven als reden voor hun keuze het feit dat Fortuyn openlijk hun angst en antipathie ten opzichte van allochtonen durft te verwoorden. Vooral in lagere sociale klassen en onder ouderen is deze angst al decennialang aanwezig, eerder bij verkiezingen tot uitdrukking komend in steun voor Centrum-Democraten. Nu er zich eindelijk een intelligente, beschaafde heer voordoet die de xenofobe gevoelens bespeelt en van de media alle aandacht krijgt, is er massaal `politiek incorrect' gestemd. Wellicht dat `11 september' indirect ook nog heeft bijgedragen aan dit stemgedrag.

Natuurlijk speelt het grijze en vooral op financieel-economische doelen gerichte beleid van Paars mee bij het verlies van de regeringspartijen. Maar dat beleid was vier jaar geleden niet anders en toen wonnen deze partijen juist. De verzuiling is allang verleden tijd, dus bij elke verkiezing zijn er miljoenen zwevende kiezers te winnen of te verliezen. Kok is nu niet meer beschikbaar. Charisma en appelleren aan gevoelens van mensen zijn van groot belang voor het winnen van stemmen. Om de Fortuynkiezers te bereiken moeten politici van de gevestigde partijen dus ronduit erkennen dat Nederland al eeuwenlang een immigratieland met culturele minderheden is en dat, zelfs met Fortuyn als premier, ook zal blijven. Die politici moeten de kiezers ook duidelijk maken dat Nederland de allochtonen in de komende jaren hard nodig heeft, onder meer om de vacatures op te vullen die als gevolg van de vergrijzing massaal ontstaan in onderwijs en gezondheidszorg. Maar tegelijkertijd moeten politici ook open en duidelijk spreken over de hoge criminaliteit onder allochtone jongeren en met geloofwaardige oplossingen komen. Niet met `politieke correct' ontwijkgedrag, maar met direct en eerlijk ingaan op de gevoelens onder de kiezers kun je die kiezers van intelligente populistische antidemocraten weghouden.

Peter van de Steenoven, Breda

Niet besturen maar regeren

Wat eerst en vooral moet gebeuren is dat de politiek stopt met het `besturen' van het land, maar gaat `regeren'. Regeren is vooruitzien, een waarheid als een koe. Maar één die de politiek nochtans vergeten lijkt te zijn. De politieke partijen en de politici moeten werken vanuit een overtuiging, een filosofische visie op de maatschappij. Zo behoren de grondbeginselen van het liberalisme tot het kerngedachtegoed van VVD'ers. Niet als ideologie, wel als leidraad en inspiratiebron. Zonder zo'n leidraad verwordt de politiek tot een speelbal van incidenten waar de waan van de dag regeert, iets wat we de laatste jaren dus zijn gaan zien.

Verder hoort de politiek in het volle openbaar te functioneren met een debat dat weer haar rechtmatige plaats in de politiek krijgt. In de eerste plaats vanwege de mogelijkheden die dat aan de burger biedt om de overheid te controleren, maar vooral ook om burgers te betrekken bij de inrichting van de maatschappij. Dus, een regeerakkoord: bij voorkeur niet of alleen slechts op hoofdlijnen. Torentjesoverleg? Niet doen. Om het populisme te weerstaan moet de politiek het genoegzame bestuurderspluche verlaten en zich op de kiezersmarkt begeven om in gesprek te komen met burgers. Politici moeten vanuit hun persoonlijke visie en idealen werken aan concrete problemen. Niet om de kiezersgunst, maar omwille van het uitdragen van normen en waarden in een samenleving die dat bijzonder hard nodig heeft. Alle moed en intelligentie is nu nodig om de politiek nieuw leven in te blazen.

Ir. Hans Bosma, Utrecht

Op 8 april organiseert deze krant een debat over het nationale chagrijn in de Rode Hoed in Amsterdam.