Burgemeester Cohen

In haar portret van de Amsterdamse burgemeester Job Cohen (M, 2 maart) schrijft Monique Snoeijen dat het hoofdstedelijke bestuur van de PvdA `karaktermoord' pleegde op de eigen wethouder Duco Stadig. Cohen laat deze kwalificatie passeren. Dat is jammer, want zij is flauwekul.

In overleg tussen het bestuur van de plaatselijke afdeling van de PvdA en de kandidaatstellingscommissie (die door mij was geleid) werd Stadig op de vijfde plaats gezet. Het voornaamste argument was zakelijk: ook zeer goede wethouders dienen na twee zware termijnen plaats te maken voor nieuw talent, in dit geval talent in de economisch-financiële sfeer.

Tijdens een goed bezochte afdelingsvergadering werd aangedrongen op een hogere plaats voor Stadig met een tegengesteld zakelijk argument, namelijk het belang van bestuurlijke continuïteit. Een meerderheid van de leden bracht een wijziging aan in de lijst van het bestuur. Zo werd Stadig de derde kandidaat achter Oudkerk en Belliot. De gemoederen geraakten verhit. Er was druk uitgeoefend achter de schermen. Maar geen enkele deelnemer aan het debat betwistte de bestuurlijke kracht en persoonlijke integriteit van Stadig.

Ook deelden velen de mening dat Stadig op beslissende momenten, zoals bij referenda, iets meer het politieke gezicht van de sociaal-democratie had moeten tonen. Intussen zijn in de campagne de gelederen weer gesloten, terwijl Stadig herboren lijkt en op dit ogenblik kans maakt op een wethouderschap met een nieuwe portefeuille.

Dit is een soort van ontknoping, maar niet een die uit te leggen valt als schadeloosstelling voor karaktermoord. Want die moord heeft zich enkel in de verbeelding van een journaliste voltrokken.