Bijna-thuis-huis hoeft niet meer te collecteren

Minister Borst (Volksgezondheid) besloot deze week tien miljoen euro uit te trekken voor palliatieve (pijnverzachtende) zorg. Eindelijk erkenning, vinden de `hospices' en `bijna-thuis-huizen'.

Honderdzestig blije zorgverleners meldden zich gisteren op de Landelijke Netwerkdag Palliatieve Zorg. Minister Borst (Volksgezondheid) besloot deze week tien miljoen euro uit te trekken voor palliatieve (pijnverzachtende) zorg, die vooral aan terminale patiënten wordt verleend. Ook moeten volgens Borst geneeskunde-studenten al tijdens hun studie onderwijs krijgen in palliatieve zorg en moeten huisartsen en verpleegkundigen er na- en bijscholing in krijgen. Verder wil Borst dat onder meer ziekenhuizen, huisartsen, verpleeghuizen en thuiszorginstellingen zich gaan verenigen in zo'n vijftig à zestig netwerken voor palliatieve zorg.

Tot nu toe bestaan er op dit gebied vrijwel alleen losse, zelfstandige initiatieven. Zo wordt palliatieve zorg verleend door huisartsen en zijn er de `bijna-thuis-huizen' waar vooral vrijwilligers werken, en de hospices (`sterfhuizen'), bemand met artsen en verpleegkundigen. Door het besluit van de minister krijgen deze huizen nu voor het eerst rechtstreekse financiering. ,,Wij hebben zes jaar zonder een cent van de overheid gedraaid'', zegt C. van Tol-Verhagen van hospice Curia in Amsterdam. ,,We organiseerden van alles om geld bij elkaar te krijgen, we schreven fondsen aan, we hielden collectes, organiseerden markten.''

Eind vorig jaar zei een aantal artsen in deze krant te vinden dat er een `omgekeerde weg' is bewandeld door de financiering en wetgeving van de palliatieve zorg niet goed te regelen voordat euthanasie wettelijk werd toegestaan. Volgens de aanwezigen op de studiedag is de kennis over palliatieve zorg de laatste tijd sterk toegenomen en biedt dat perspectief. ,,Je weet nu meer, dus kun je meer doen'', zegt mevrouw C. van Tol-Verhagen, tevens voorzitster van de `Associatie high care hospices'.

Of een groter aanbod van palliatieve zorg een vermindering van het aantal euthanasieverzoeken tot gevolg zal hebben, betwijfelen de meeste aanwezigen op de studiedag. Directeur P. Rijksen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst (KNMG) benadrukt dat een causaal verband tussen het een en het ander nooit is aangetoond. Verpleegkundige L. van Leeuwen denkt wel dat het uitmaakt. ,,Veel mensen zijn bang voor de dood. Het regelen van een euthanasie-beschikking geeft ze zekerheid, maar ze maken lang niet altijd gebruik van die regeling. Goede palliatieve hulp biedt ze een ander soort zekerheid, waardoor ze minder snel om euthanasie zullen verzoeken. Op het einde kan dan altijd nog om euthanasie worden gevraagd.''

J. Tijhaar van De Omring Thuiszorg: ,,Euthanasie had waarschijnlijk in sommige gevallen niet plaatsgevonden als palliatieve zorg was geboden.'' Zij denkt dat vooral huisartsen deze hulp vaker en actiever onder de aandacht zouden moeten brengen.

Iedereen is het er wel over eens dat het belangrijk is dát euthanasie wettelijk geregeld is. Dit wordt zelfs vernomen uit katholieke hoek. Oud-bisschop Bär zei afgelopen week dat ,,omstandigheden euthanasie begrijpelijk of zelfs aanvaardbaar kunnen maken''.

Het belangrijkste voor goede zorg in de terminale fase is voorlichting, vinden de aanwezigen, voor degenen die palliatieve zorg geven hen die de zorg krijgen. ,,Patiënten moeten weten wat hun keuzes zijn'', zegt C. van Tol-Verhagen. Vaak worden mensen met een terminale ziekte die uitbehandeld zijn in een ziekenhuis, naar huis gestuurd. Die mensen moeten opgevangen worden door de palliatieve zorg, aldus verpleegkundige Van Leeuwen. ,,Het `ik kan niets meer voor u doen' moet veranderen in `er kan nog heel veel gebeuren'.'' Medio april zal de Tweede Kamer verder worden geïnformeerd over het standpunt van Borst over palliatieve zorg.