Bertelsmannvrij

De tegenstand van letteren- en filosofiestudenten tegen veranderingen aan de universiteiten is goedbedoeld, maar in wezen aartsconservatief (`Bertelsmannvrije wetenschap', W & O, 23 februari). Een gematigde commercialisering van de Nederlandse universiteiten is zelfs goed voor de letteren, en wel om drie redenen:

In het artikel wordt gesteld dat `primaire taken van de universiteit wetenschappelijk onderzoek en onderwijs' zijn. Dit `klassieke' academisch ideaal is echter niet altijd de core business van de universiteiten geweest. In de Middeleeuwen en de vroeg-moderne tijd dienden de universiteiten juist als beroepsopleidingsinstituut voor juristen, dominees en dokters. Het ideaal van de `zuivere wetenschap' is een negentiende-eeuwse uitvinding. De huidige ontwikkelingen zijn een terugkeer naar de oorspronkelijke taak van de universiteit: een beroepsopleiding voor de elite.

Verder wordt tegenwoordig veel innovatief onderzoek juist gedaan op de scheidslijn van toegepaste en zuivere wetenschap. Een meer op de maatschappij gerichte universiteit geeft ook het geesteswetenschappelijk fundamentele onderzoek nieuwe wetenschappelijke stimulansen. Voorbeelden hiervan zijn het bloeiend onderzoek naar de ethiek van genomics en naar de filosofie en geschiedenis van de techniek. Niet voor niets heeft de verdeler van rijksgelden voor de wetenschappen zijn naam in 1988 veranderd van ZWO (Zuiver wetenschappelijk Onderzoek) in NWO (Nederlands Wetenschappelijk Onderzoek).

Ook levert de samenwerking met bedrijven de universiteit veel geld op dat weer gebruikt kan worden voor opleidingen als klassieke talen en egyptologie die de universiteiten prestige opleveren. De Nederlandse universiteiten zouden een voorbeeld kunnen nemen aan rijke, `commerciële' Amerikaanse universiteiten als Yale en Harvard waar de letteren beter bloeien dan aan de Nederlandse publieke instellingen. Het blinde vertrouwen van veel Nederlandse geesteswetenschappers in de rijksoverheid als enige redder van de geesteswetenschappen is dan ook naïef.