Arme letteren 4

Kuijpers ``primaire vraag of het bij `opleidingen in talen en culturen met weinig studenten' eigenlijk wel om wetenschap gaat'' (brief van 23 febr. in reactie op `Arme Letteren', 16 febr.) raakt kant noch wal. Natuurlijk is talig en regionaal bepaalde bestudering van een beschaving geen afzonderlijke discipline. Omgekeerd besteden (veelal westers vormgegeven!) disciplinair ingerichte studies evenmin gelijke aandacht aan alle regio's ter wereld.

In de Leidse sinologie wordt inderdaad veel en goed vertaald. Dat Kuijper vertalen noemt als een taak van regionalisten is juist, maar dat geldt niet speciaal voor `exotische' talen. Daarenboven benaderen wij China met andere wetenschappelijke werkwijzen, ontleend aan antropologie, economie, filmwetenschap, filosofie, geschiedenis (van ideeën, kunst & materiële cultuur en samenleving), godsdienstwetenschap, letterkunde, communicatiewetenschap, politicologie en taalkunde. Ons onderwijs èn onderzoek weerspiegelen die aanpak expliciet, met internationaal gerespecteerd resultaat. Regio-studies kunnen dus zelfs bundelingen van disciplines zijn. Dan is het geheel meer dan de som der delen, zonder vermeende claims op de status van superwetenschap. Kuijpers beeld van de sinologie en van vijandschap tussen regionaal en disciplinair bepaalde geestes- en sociale wetenschappen is vertekend. J.J.M. de Groot bijvoorbeeld bedreef als een van de eerste Nederlanders veldwerk zonder daarnaast als zendeling of missionaris actief te zijn, en was hoogleraar in de etnologie, voorafgaand aan zijn benoeming in de sinologie in 1904.

Taalvaardigheid in de breedste zin, zeker in een `exotische' taal, kost tijd. En inderdaad, juist de combinatie van die inspanning met een disciplinaire werkwijze is de moeite dubbel en dwars waard, want iedere goede regionalist belichaamt disciplinair zicht op een deel van de wereld. Daarom is armlastigheid van de `kleine' letteren een ramp en verdienen zij rijkdom. Die rijkdom is vele malen goedkoper dan in de zogenoemde harde wetenschappen, en cruciaal voor de universiteit en de gemeenschap die zij dient.