Amerika is Europa moe

In Amerika telt Europa steeds minder mee. Was het onder Clinton nog: we handelen waar mogelijk samen, en in ons eentje indien nodig. Onder Bush geldt: we doen het waar mogelijk alleen, en samen als het niet anders kan.

Er is geen ontkomen aan: Europa zakt gestaag weg in Amerika. Van historische bondgenoot tot stiefbroer. Van lastig tot irritant en gaandeweg irrelevant. De opleving van de vriendschap na de aanslagen van 11 september bleek van korte duur. Stille minachting tekent nu het Europa-beeld in Amerika.

Beroeps-atlantici in Washington geven toe dat er meer aan de hand is dan een periodieke botsing van humeuren. De verhouding tussen de Oude en de Nieuwe Wereld moet echt opnieuw worden uitgevonden. Zonder aanzienlijke inspanning ontkomt de NAVO niet aan overbodigheid. Kenners erkennen Europa's zwakte door te vergoelijken: het is ook een heel karwei om voorbij de euro samen een toekomst te organiseren.

Andere waarnemers zijn minder fijngevoelig. The Weekly Standard beschreef de EU als `De As van de Grofheid'. Pat Buchanan, voormalig presidents-kandidaat en schrijver van een alarmerend boek over Amerika, The Death of the West, constateerde: ,,Europa raakt verder op de achtergrond, we staan er alleen voor''. Hij was mild vergeleken bij andere houwdegens.

,,Europa doet niets en trekt een pruillip. Wat kunnen ze anders? Klagen over Amerika's primitivisme.'' En: ,,De Europeanen waren partners. Dat is voorbij. Zij kunnen politiewerk doen. Voor oorlogsvoering zijn ze irrelevant geworden.'' Daarom: ,,Wij zijn gewikkeld in een zelfverdedigingsoorlog, een oorlog om de Westerse beschaving. Als de Europeanen weigeren zichzelf te zien als betrokkenen, best. Als zij hun verantwoordelijkheid ontlopen, prima. Ze mogen onze jas vasthouden, maar niet onze handen binden.''

Die woorden zijn van Charles Krauthammer, een aartsconservatief rubriekschrijver in The Washington Post, niet ieders vriend, maar naar verluidt wel een die op het ogenblik welkom is op het Witte Huis. Hij geeft meer dan eens woorden aan het denken van de regering. Zijn stuk `De Nukkigheids-as' (The Axis of Petulance) was tot dusver de meest virulente reactie op de Europese kritiek die is gevolgd op president Bush' As van het Kwaad-speech.

Achteraf gezien was die toespraak eind januari niet het echte keerpunt. In zijn jaarlijkse State of the Union zei de president dat de oorlog tegen het terrorisme zich voortaan zou richten op Iran, Irak en Noord-Korea. En hij herhaalde: wie niet voor ons is, is tegen ons. De toespraak maakte zichtbaar wat al langer broeide: een toenemend verschil in analyse, urgentie en remedie.

Europa reageerde verbijsterd. Frankrijks Hubert Védrine, Europa's Chris Patten en vele anderen legden hun diplomatieke floret neer om het simplistische Amerika eens flink de les te lezen. De ergste pre-911-vermoedens over Bush's cowboy-politiek waren overtroffen.

Die officiële Europese critici gaven in Amerika niet alleen de vaste Europa-haters vrij spel. Ook meer genuanceerde stemmen kunnen de laatste tijd een gevoel van meewarigheid niet onderdrukken. Daniel Hamilton was onder president Clinton de Europa-baas op het State Department. Hij zegt nu: ,,Europa vergist zich als men denkt dat het idee dat moet worden afgerekend met Saddams Irak alleen leeft bij de Republikeinen. Die opvatting wordt breed gedeeld. De vraag waar het nog om draait is hoe je dat doet.''

Hamilton is geen overloper, hij staat buiten het apparaat en heeft fundamentele kritiek op de wereldvisie van de regering-Bush. Onder Clinton, vertelt hij, gold: we handelen waar mogelijk samen met andere landen, en in ons eentje indien nodig. Die mentaliteit is vervangen door: we doen het waar mogelijk alleen, en samen als het niet anders kan.

Dat was al de indruk in Europa na een paar maanden Republikeinen. Maar Bush, de voorvechter van de doodstraf, de opzegger van internationale verdragen en organisaties bleek na `911' een coalitie te kunnen smeden die de Koude Oorlog reduceerde tot een bladzijde geschiedenis. Verwarrend genoeg volgde fase drie, waarin het militaire succes in Afghanistan een eind maakte aan de vermeende wil tot samenwerking.

Europa had direct na de 11 september-aanslagen manmoedig artikel 5 van het NAVO-verdrag van toepassing verklaard. We zouden onze helpers wel eens even helpen. Maar Amerika deed het liever zelf. Washington had geen zin in oorlogvoering volgens het Europese overlegmodel. Na de afrekening met Al-Qaeda kon Europa wel komen patrouilleren rondom Kaboel. Een rol als wijkagent.

Washington doet intussen toch een beetje aan nation building in Afghanistan, zij het militaire, maar het Pentagon moet er nog steeds niet veel van hebben. De echte mannen-strijd gaat intussen door. President Bush herhaalde gisteren voor een ploeg net opgeleide Green Berets in Fort Bragg: ,,Wij zijn geen veroveraars, maar bevrijders. Wij vechten voor vrijheid. (...) Er is geen ruimte voor fouten. Niet optreden is geen optie.'' Met dank aan de bondgenoten, als ze meedoen.

,,Amerika ziet de wereld nu anders'', zegt Chantal de Jonge Oudraat, verbonden aan het American Institute for Contemporary German Studies. ,,Het Amerikaanse belang is niet zo zeer anders gedefinieerd, maar alles wordt nu gezien door de lens van het terrorisme.'' Europa, dat in de ogen van velen hier altijd `adult supervision' nodig had, zou er volgens haar goed aan doen nu een rol te spelen in het debat over het doel van de oorlog tegen het terrorisme. Anders sneeuwt de internationaal-rechtelijke benadering nog verder in.

Lee Hamilton, jarenlang Democratisch Congreslid voor Indiana, is directeur van het Woodrow Wilson International Center. De regering-Bush, zegt hij, doolde tot de aanslagen diplomatiek rond. ,,Men maakte zich voornamelijk druk over het raketschild. Nu is de oorlog tegen het terrorisme het leidend beginsel. Dat neemt niet weg dat er ook veel andere problemen zijn, van aids tot drugs tot internationale misdaadbestrijding. Amerika moet ook daar de leiding nemen. Maar op al die terreinen geldt: er is geen wereldvraagstuk aan de horizon waar Amerika het alleen af kan. Ik hoop dat we zo veel mogelijk multilateraal zullen blijven aanpakken.''

De regering lijkt daar op zijn zachtst gezegd niet op uit. Ook politiek meer neutrale waarnemers stellen vast dat Amerika's militaire voorsprong zó groot is, dat geen land er nog aan kan tippen. De voorgestelde verhoging van de Amerikaanse defensie-begroting is twee keer zo groot als de defensiebegroting van Duitsland. De Verenigde Staten beleven een periode van immens openbaar zelfvertrouwen. De nationale emotie wordt permanent bespeeld. Tv-programma's worden onderbroken door zwaar muzikaal opgedofte reclamespots waarin mannen en vrouwen de krijgsmacht bewonderen, ongeacht het product dat er mee wordt verkocht. Hollywood haast zich heroïsche oorlogsfilms uit te brengen.

Het beetje dat Europa in de Afghaanse oorlog doet blijft hier grotendeels onbelicht. Net als met de Olympische Winterspelen, het is een Amerikaans toernooi dat wordt uitgevochten. Neem het gewone Amerikanen eens kwalijk dat zij denken dat Europa een aflopende zaak is. Als zij er al aan denken. Henry Kissinger, president Nixons buitenlandprofessor, klaagde altijd dat Europa geen telefoonnummer had. Nu heeft Washington een nummer, dat van Javier Solana. Maar de terreur was het World Trade Center nog niet binnengevlogen, of de Europese regeringsleiders vertrapten één voor één het gras in de Rozentuin van de Amerikaanse president. Op de foto met de Leider.

Iedereen kwam zijn eigen solidariteit en een voorzichtig beetje militaire steun aanbieden. Sindsdien lijkt het gevoel dat er een gemeenschappelijke dreiging is goeddeels verdwenen. ,,Hoeveel duizenden doden zijn er nodig voordat Europeanen doorhebben wat er speelt?'', vraagt Dan Hamilton. Officieel Europa vergadert in Barcelona. De kiezers zijn druk met Schröder, Fortuyn en Chirac in willekeurige volgorde. Terwijl Washington het gebruik van kernwapens à la carte overweegt, zo nodig tegen China en Rusland.

Europa is `een werk in uitvoering' in de ogen van Lee Hamilton, de optimistische buitenland-routinier. Hij wil Europese kritiek niet naïef noemen, eerder uiting van het andere perspectief dat Europa heeft. ,,Europa is een regionale macht, geen wereldmacht, meer gericht op economische en humanitaire zaken.'' Hij bedoelt het niet als kritiek.

Frances Burwell, verbonden aan de Atlantic Council, komt vaak in Europa. Zij legt de Europese kritiek uit als een bewijs van verwantschap. ,,Je bent veel feller op wie je na staat omdat je meer van hem verwacht.'' Met al haar begrip voor verschillende culturen vraagt ook zij zich af of Europa zich ooit militair op sterkte zal brengen. ,,Dan pas kunnen we samenwerken.''

De geringschattende terzijdes over Europa hebben waarschijnlijk veel te maken met Amerika's zelfbeeld. Dat wordt gedomineerd door stoere waarden. De grote landelijke en regionale kranten accepteren de Oorlog van president Bush als een feit. Dat vreet aan John Dower, historicus verbonden aan MIT. Hij verzucht: ,,We bevinden ons in een fase van ongelooflijk superpatriottisme. De bandbreedte in de pers is benauwend smal. De tolerantie voor sociale kritiek is miniem. Amerikanen zijn gefixeerd op hun slachtofferrol. Alsof zij zelf altijd en overal zo onschuldig zijn. Amerika is een wereldmacht, maar ook een van de meest provinciale landen ter wereld. Dit is een tijd van cowboy-militarisme. Ik ben niet anti-Amerikaans, het is in vele opzichten een gezegend land. Maar je kunt merken dat dit land de echte gruwelen van een oorlog nooit heeft ondervonden. De Tweede Wereldoorlog is hier nooit helemaal doorgedrongen.''