Als de vrouw maar gelukkig is

Bedrijven sloven zich uit om het de partners van hun expats naar de zin te maken. Want een ongelukkige partner is een mislukte uitzending. En dat kost geld.

Daar zat Marga dan. Haar man werd door zijn bedrijf uitgezonden naar Brazilië: zij ging mee, maar vond er, zelfs na lang zoeken, geen werk. Ze kreeg al snel heimwee.

Multinationals die expats uitzenden doen steeds meer moeite om het vrouwen als Marga naar de zin te maken. Ze moeten wel, want uitzendingen mislukken steeds vaker door een ongelukkige partner. En een afgebroken uitzending kost geld.

De nood is momenteel zo hoog dat multinationals als ABN Amro, Shell en Philips expat-partners geld bieden, zo'n 2.500 tot 10.000 euro per partner per uitzending gemiddeld. ,,Er is zelfs een Brits bedrijf dat 20.000 dollar biedt aan partners van expats'', zegt Peter Kranenburg die expat-partners helpt bij het vinden van een baan in het buitenland. Hij schreef samen met consultant Mechteld Nije Wereldwijd Werken met daarin adviezen voor expat-partners en de bedrijven die hen uitzendt.

Volgens Kranenburg wordt expat-partners tegenwoordig ook sollicatietrainingen aangeboden, studieprogramma`s en cultuurcursussen. Daarnaast is veelal plaatsing bij het uitzendende bedrijf mogelijk of worden oriëntatiebezoeken door de werkgever betaald. Soms helpt het bedrijf bij het netwerken voor de partner in het gastland, de vertaling van cv`s en de aanvraag van een werkvergunning. Ook is er in een enkel geval steun voor de partner na terugkomst van het stel in Nederland.

Niet dat multinationals nu ineens uit zichzelf zo sociaal geworden zijn, zegt Kranenburg. De meeste directeuren van multinationals zijn nog van de generatie `wat zeurt ze nou'. Bovendien vinden multinationals de uitzending alleen al vaak duur genoeg om óók nog eens kosten te maken voor de partner. Maar ze moeten wel. Partners van expats zijn steeds minder geneigd hun carrière op te geven. Bovendien is een aantal bedrijven de schellen van de ogen gevallen toen ze steeds meer vrouwelijke expats gingen uitzenden (momenteel zo'n één op de tien). ,,Ineens dachten ze: `logisch dat we voor hém iets moeten regelen'.''

Uit het expat-boek van Nije en Kranenburg blijkt dat de arbeidsbemiddeling voor partners in het buitenland nog in de kinderschoenen staat. ,,Verwacht niet te veel als expat-partner'', waarschuwt Kranenburg. ,,Ik had ooit een Nederlandse vrouw als klant die tv-presentatrice in Wenen wilde worden zonder kennis van de Duitse taal. Of een Amerikaan die `expert was op het gebied van geweldloos verzet van oppositiegroeperingen'. Die laatste vond overigens nog een baan ook. Bedenk dat maar één van jullie een carrièrestap omhoog maakt met de uitzending. En dat is in eerste instantie niet de partner.''

De meeste kans op een baan in het buitenland maken volgens Kranenburg/Nije de partners van expats die specialistische kennis in huis hebben. Dus technici, automatiseerders, logistiek- en financieel specialisten en administratief medewerkers. Voor partners met een commerciële, marketing, human resources of pr-achtergrond is het al een stuk lastiger. In die sectoren moet je de lokale taal vloeiend beheersen en concurreer je ook nog eens met de lokale werknemers. Datzelfde geldt voor de gezondheidszorg en de culturele sector. Toch komen partners met een dergelijke achtergrond nog wel vaak aan de slag: als congresorganisatoren bijvoorbeeld, bij makelaarskantoren, of als bemiddelaar in diensten voor andere expats. Juristen blijken het lastigst aan de slag te komen in het buitenland als gevolg van de verschillen in wetgeving.

Kranenburg waarschuwt de partners alvast voor het arbeidsethos in sommige regio`s. In Noord-Italië, de westkust van de VS, Singapore en Hongkong bijvoorbeeld, wordt hard gewerkt en dat wordt ook verwacht van buitenlanders. Bovendien is het aantal vakantiedagen beduidend minder dan in Nederland. ,,Vervelend als de expat een Nederlands aantal vakantiedagen heeft, en jij als partner maar tien per jaar.''

Toch zijn er volgens Kranenburg wel degelijk regio's waar expat-partners carrière kunnen maken. Londen bijvoorbeeld. Of Canada en Singapore. Zijn tip voor de komende jaren is Shanghai: ,,Een aanrader, zelfs voor carrièretijgers'' In regio's als Buenos Aires, Peking en Zuid-Italië daarentegen, blijven de expat-partners vaak met lege handen staan. Kranenburg: ,,Ten dele omdat er domweg geen werk is, maar vooral omdat bedrijven daar niet snel verantwoordelijkheid aan nieuwe werknemers geven, laat staan aan vrouwen.''

Voor partners die na lang zoeken niets kunnen vinden, kunnen bijvoorbeeld gaan studeren. Sommige stellen kiezen ervoor kinderen te krijgen. ,,Expat-afdelingen in Nederland hangen vaak vol geboortekaartjes.'' Vrouwen die in het buitenland én willen werken én voor kinderen willen zorgen, wil Kranenburg overigens bij voorbaat al ontmoedigen. ,,Parttime werken kennen ze buiten Nederland nauwelijks.''

The complete Idiot's Guide to Changing Careers van William Charland is één van de boeken die Kranenburg en Nije aanraden. Kranenburg vindt `maatschappelijke zelfmoord' wel erg ver gaan. ,,Ik zeg liever `reinventing your career'. Je moet helemaal opnieuw beginnen. Bazuin in Nederland niet te veel rond dat je wel even carrière zal gaan maken in het buitenland. Dan valt het ook niet snel tegen. Maar wees ook weer niet te pessimistisch. Het kleinste baantje in het buitenland heeft bij terugkeer in Nederland wel degelijk waarde. Je toont flexibiliteit. Daarvan zijn veel werkgevers danig onder de indruk.'' En heb je na lang zoeken nog steeds niks, dan kun je altijd nog sportles gaan geven, tentoonstellingen organiseren of wedding consultant worden.