Aalscholver

Net bommenwerpers, zo scheert een vlucht aalscholvers laag over het water. De Latijnse naam klinkt als van een prehistorisch dier: Phalacrocorax carbo. Ik spot de vogels vanaf een dijk langs het IJsselmeer. Hier ligt hun biotoop. Water, met een achterland van geboomte waar de standvogel broedt. Met zijn lange hals en haakvormige snavel heeft de aalscholver iets voorwereldlijks. Hij is een uitstekend onderwaterzemmer, jagend naar vis en paling.

Het zwarte verenkleed heeft een groene weerschijn. De wangen en kin zijn wit. Ondanks de glans is zijn verenkleed niet geolied. Na elke duikpartij moet hij zijn veren laten drogen. Hij kiest een paal of tak en spreidt zijn vleugels. Die houding heet in vogeltermen `heraldiek'. Het heeft ook iets primitiefs.

freriks@nrc.nl