Vuurtorens, zonnebloemen en steenuilen gaan de oven in

Wat gebeurt er met de oude guldenbiljetten? De Nederlandsche Bank doet een boekje open over vernietiging van bankbiljetten sinds 1814.

De euro is ingevoerd, maar wat gebeurt er met het `oude' geld? Waar blijven de vuurtorens, de steenuilen, de zonnebloemen en al die andere prachtige Nederlandse bankbiljetten? Ze gaan in rook op. Ze worden vermalen tot papiersnippers, samengeperst tot briketten en afgevoerd naar de verbrandingsovens van het afvalverwerkingsbedrijf AVR. Een klein deel van de verpulverde biljetten wordt verwerkt tot gebruiksartikelen, uiteenlopend van kunstvoorwerpen tot bankjes, tafeltjes, vogelhuisjes en attaché-koffers gemaakt van samengeperste snippers. In de vloeren voor sporthallen worden platen van versnipperde bankbiljetten gebruikt.

Bij de euro-invoering is veel aandacht gegaan naar de logistiek van de operatie om iedereen van nieuw geld te voorzien, maar de opruiming van het oude geld is een niet te onderschatten klus. Honderden miljoenen bankbiljetten,die op elkaar gestapeld een hoogte bereiken van 22 kilometer, moeten veilig worden afgevoerd en milieuvriendelijk vernietigd. Het kost De Nederlandsche Bank nog maanden werk.

Joke Mooij, medewerkster van De Nederlandsche Bank, heeft in een leesbaar boekje* beschreven hoe de bankbiljettenvernietiging sinds 1814 in zijn werk gaat. In dat oprichtingsjaar van De Nederlandsche Bank gooide een van de directeuren oude biljetten hoogstpersoonlijk in de brandende kachel. Daarna werden ze (van 1815 tot 1921) bewaard met het stempel `vernietigd' en afgevoerd naar de zolder. Maar de vloeren dreigden het te begeven en er werd naar nieuwe methodes van verwerking gezocht. In 1921 kwam er een papiermolen waarmee de biljetten verpulverd werden, in 1930 besloot men tot verbranding. In het nieuwe gebouw van De Nederlandsche Bank aan het Frederiksplein, dat in 1968 in gebruik werd genomen, kwam een moderne verbrandingsinstallatie. Begin jaren zeventig verbrandde de Bank gemiddeld 500.000 biljetten (600 kg papier) per werkdag. Een enkele keer ging er iets mis en zo dwarrelden er volgens overlevering eens halfverbrande biljetten over het Frederiksplein.

De gemeente Amsterdam begon bezwaar te maken tegen de milieuvervuiling door de verbranding omdat hierbij schadelijke rookgassen vrijkwamen. Door het gebruik van speciale drukinkten om vervalsingen tegen te gaan, waren er ook zware metalen in de bankbiljetten verwerkt. Midden jaren tachtig had men een nieuwe oplossing gevonden. Het bedrijf Kusters Engineering, dat in Venlo is gevestigd, ontwikkelde een machine waarbij vernietigde bankbiljetten worden samengeperst tot makkelijk vervoerbare papierworsten, ook wel `briketten' genoemd. De drukkerij van de bankbiljetten, Joh. Enschedé in Haarlem, gebruikte deze briketten vervolgens om de verwarmingsinstallatie van de fabriek te stoken. Ook andere centrale banken bestelden de machines van Kusters, die hiermee de grootste producent ter wereld van apparatuur voor milieuvriendelijke verwerking van oude bankbiljetten werd.

Het bleef niet bij de briketten. De gekleurde, gespikkelde en keihard samengeperste papierworsten bleken ook voor andere doeleinden goed bruikbaar. Kusters begon er tuinbanken, tafeltjes en vogelhuisjes van te maken. Ook het bedrijf Grafisch Papier in Andelst paste de samengeperste snippers toe in allerlei gebruiksvoorwerpen.

Gemeentelijke milieu-eisen maakten begin 2001 een einde aan de verbranding van de briketten in de ovens van Joh. Enschedé. Net toen de grote toestroom van oude guldensbiljetten op gang zou komen. Daarom wordt voor de verbranding nu gebruik gemaakt van de AVR-installaties in de Rijnmond. Alleen een zestal sculpturen van de papiersnippers, in opdracht van De Nederlandsche Bank gemaakt door de kunstenaar Fons Schobbers, houdt de herinnert aan de Nederlandse guldensbiljetten levend.

Joke Mooij: Geen weggegooid geld. Bankbiljettenvernietiging in Nederland, 1814-2002. DNB, Monetaire Monografieën 20, De Nederlandsche Bank 2002. €18,-