Vier swingende gasometers

In Wenen is een verbouwingsproject voltooid: in vier gigantische gashouders is een volledig nieuw stadsdeel verrezen.

Bij een pakhuis is het niet zo moeilijk om een nieuwe bestemming te bedenken. Zet er wat muren en deuren in en je hebt al snel aardige appartementen. Een voormalig ziekenhuis leent zich ook zonder al te grote problemen voor woningbouw. En van kerken, fabrieken en watertorens die een nieuw leven begonnen als woonruimte, zijn eveneens geslaagde voorbeelden bekend. Maar wat doe je in vredesnaam met vier ronde gashouders van 75 meter hoog, 65 meter doorsnee en muren van 4,5 meter dik?

Voor die vraag zag het gemeentebestuur van Wenen zich geplaatst toen in 1986 de laatste van de vier reusachtige gashouders in de weinig aanlokkelijke buitenwijk Simmering uit bedrijf werden genomen.

De gasometers, zoals ze in Wenen heten, werden tussen 1896 en 1899 gebouwd opdat de stad niet langer afhankelijk was van de Britse bedrijven die de gaslevering in Wenen in handen hadden. Met een opslagcapaciteit van 90.000 kubieke meter gas waren de gashouders eind 19de eeuw de grootste van Europa. En nagenoeg de enige met een bakstenen muur rond de opslagtanks.

Om die bakstenen omhulsels draaide het allemaal nadat Wenen in 1986 volledig op aardgas was overgeschakeld en de gashouders hun functie verloren hadden. De ketels konden worden verwijderd, maar de kolossale torens zelf stonden inmiddels op de monumentenlijst. Afbreken was dus niet aan de orde. Jongeren ontdekten de gashouders als ideale ruimte voor technoparty's en rockconcerten. Er werd een deel van de James Bondfilm The Living Daylights opgenomen en de socialistische partij organiseerde er een tentoonstelling over zichzelf. Maar rendabel was dat allemaal niet.

Vele plannen passeerden de revue – hotel, museum – maar geen enkel haalde de tekentafel. Probleem was dat het stadsbestuur wel wist hoe het voormalige keizerlijke onderkomens moest ombouwen, maar nauwelijks ervaring had met industriële panden. In de keizertijd werd de smerige industrie op veilige afstand van Wenen gehouden, bij voorkeur in een bijbehorend buurland.

Uiteindelijk werd eind 1994 besloten om te kijken of de vier torens zich leenden voor woningbouw. Een filosofie was er al lang niet meer achter het project. ,,Het enige dat telde was een oplossing te vinden voor het probleem'', legt Stefan Loicht, medewerker van woningbouwvereniging GPA, uit.

Nauwelijks acht jaar later zijn de gashouders, op een kleine tien metrominuten van hartje Wenen, getransformeerd tot een volledig nieuw stadsdeel met zeshonderd woningen, tweehonderdvijftig studentenkamers, zeventig winkels, veertien restaurants en bars, twaalf bioscoopzalen, een evenementenhal voor ruim vierduizend man, drie parkeergarages, kantoorruimte voor circa tweeduizend bureaus en een metrostation. De grondprijzen rond de gasometers zijn naar recordhoogte gestegen en zeker zestig bouwprojecten zijn in volle gang.

Verkoopbaar

De Franse architect Jean Nouvel werd aangetrokken om een eerste ontwerp te maken voor de gashouders. Het resultaat is te zien in wat nu `Gasometer A' heet: Nouvel zette negen woon- annex kantoortorens met de rug tegen de binnenmuur. Het centrum liet hij leeg. Aanvankelijk wilde de Fransman achttien torens, maar daar stak de woningbouwvereniging een stokje voor: de woningen zouden dan te klein worden en niet meer verkoopbaar zijn.

Omdat licht het grootste probleem was in de gashouders, maakte Nouvel tussen de torens subtiele verticale openingen in de buitenmuren om licht naar binnen te halen. Ook de blinde ramen bovenin werden opengemaakt. Het dak liet hij, op het geraamte van de authentieke, stalen koepel na, open, een constructie die bij alle gashouders werd nagevolgd en een serre-achtige indruk biedt, zij het dat het glas ontbreekt. ,,Een glazen dak had wel gekund'', aldus Loicht, ,,maar dat was duur en bovendien zouden de bewoners dan in een soort plastic zak leven, zonder frisse lucht. Nu regent, sneeuwt en waait het hier als bij elk huis.''

Het resultaat is letterlijk schitterend: glas en spiegelende materialen zorgen voor speciale lichteffecten in Nouvels gashouder, die qua reflectie doet denken aan Nouvels Institut du monde arabe in Parijs. Met recht wordt Nouvels gashouder `de glazen kathedraal' genoemd, waarbij het open dak fungeert als een soort breedbeeldscherm voor het langstrekkende wolkendek.

Een glazen dak met binnentuin scheidt de woningen en kantoren van de onderliggende parkeergarage en het drie verdiepingen tellende winkelcentrum.

De andere drie gashouders kregen een vergelijkbare indeling: winkels, een parkeergarage of een evenementenhal op de onderste etages, daarboven – gescheiden door een nagenoeg geluiddicht, glazen dak – woningen en kantoren.

Vier andere architecten tekenden voor de overige drie gashouders. Loicht: ,,Er is nooit sprake van geweest dat Nouvel alle vier de gashouders zou ontwerpen. Daarvoor is het project te groot.''

Gashouder B werd een project van bureau Coop Himmelb(l)au en de Oostenrijkse architecten Prix en Swiczinsky. Zij voerden een gewaagde actie uit in het behoudende Wenen door tegen de buitenmuur van de gashouder een eigenzinnige, geknakte flat van zeventien verdiepingen te zetten, bedoeld als een meetlat, om de toeschouwer te laten zien hoe hoog de gashouders wel niet zijn. Een onbedoeld theatraal element in de ijzig slanke flat zijn de klapramen, die 's zomers bij warm weer, in samenwerking met de bewoners, een geheel eigen choreografie uitvoeren. Binnen de gashouder zelf kozen Prix en Swiczinsky voor een sobere, strenge invulling: rondom werden 256 betonnen huurwoningen en studentenhuizen (totaal 247 kamers) gebouwd. B bevat de meeste (en de goedkoopste) woningen van de vier torens. De inrichting van de studentenflats (wachttijd: drie jaar) werd overgelaten aan een bedrijf dat schepen inricht en ervaring heeft met ronde wanden.

Behalve de aanbouwflat, ook wel de `rugzak' geheten, bevat gashouder B nóg een spectaculair onderdeel: in de kelder bevindt zich een volledig betonnen, `hufterproof' evenementenhal met plaats voor ruim vierduizend personen. De hal is uitgegroeid tot een geliefd podium voor rockconcerten. Ook The Cranberries traden er onlangs op. Een eigen fundering, geheel los van die van de gashouder, moet ervoor zorgen dat er geen geluid doordringt naar de woningen erboven. En dat lijkt gelukt: wordt in de hal het aantal decibellen opgevoerd tot dat van een startende Concorde, dan is daar in de woningen nagenoeg niets van te horen.

Hippe bars

Dat monumentenzorg in Wenen vrede heeft met de nieuwe bestemming van de gashouders blijkt wel uit het feit dat Manfred Wehdorn zelf, de opperste chef van de organisatie, tekende voor het ontwerp van de derde gashouder. Deze is via een circa dertig meter lange brug van louter glas en stalen balken verbonden met gashouder B. Zo robuust als de gashouders ogen, zo fragiel is de brug, waarin diverse hippe cocktail- en koffiebars zijn gehuisvest.

Wehdorn bemoeide zich als architect eerder met het andere grote herbestemmingsproject in Wenen, het Museumkwartier. Hij legde à la Nouvel zes woontorens aan in `zijn' gashouder, bracht verticale lichtgaten aan en stapelde de kantoren en woningen in terrassen op elkaar. Overheersende kleur: wit. Het geheel oogt dan ook veel minder strak dan in gashouder A en heeft, mede door de vele balkons, iets zonnigs Zuideuropees.

De enige architect die voor een totaal andere opzet koos en juist het centrum van de gashouder bebouwde in plaats van de rand, is Wilhelm Holzbauer. Deze Oostenrijkse architect is ook verantwoordelijk voor het gloednieuwe Vulkaanmuseum in de Franse Auvergne. Vanuit het midden legde hij een driepuntige ster van flatwoningen aan. De tussenliggende vlakken voorzag hij van gras, waardoor de bewoners van gashouder D een (gemeenschappelijke) tuin hebben. Als enige van de architecten gaf Holzbauer de bewoners zicht op de zalmkleurige binnenkant van de buitenmuren, waarvan de ramen op zonnige dagen een prachtige lijnenspel spelen met de ragfijne dakconstructie. Naar eigen zeggen deed Holzbauers `hang naar claustrofobie' hem besluiten om af te zien één groot binnenplein. Helemaal bovenop legde Holzbauer dakterrassen aan die een fenomenaal uitzicht bieden over de stad.

Wat ook bewaard bleef in de gashouderswijk is het zogeheten regelhuis, als kleine ode aan het personeel van het gasbedrijf dat van hier zicht hield op de enorme drukmeters aan de buitenkant van de torens. Nu houden mannen met computers en pittbul van hieruit water, stroom, klimaatbeheersing, brandmelders en beveiligingscamera's in de gaten. Opdat er niets misgaat in Wenens nieuwste culturele attractie.