Verbod op proeven met grote apen

Het doen van dierproeven op chimpansees in het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) in Rijswijk wordt bij wet verboden. Kleinere apen mogen nog wel worden gebruikt voor proeven. Dit heeft het kabinet vanmorgen besloten op voorstel van de ministers Hermans (Wetenschappen) en Borst (Volksgezondheid).

Proeven op kleinere apen blijven noodzakelijk voor onderzoek naar onder meer afstoting van transplantaten en de ziekten Alzheimer en Parkinson, zo stelt het kabinet, mede op advies van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen. Wel moet het aantal proefdieren in 2005 zijn teruggebracht tot maximaal 230.

De gezonde chimpansees die niet meer voor proeven worden gebruikt, zullen worden overgebracht naar een terrein in Spanje onder verantwoordelijkheid van de Stichting Aap in Almere. Het gaat om 34 chimpansees. Een groep van 25 met hiv geïnfecteerde chimpansees vertrekt naar een nieuw te bouwen rusthuis op het BPRC-terrein in Rijswijk. Daarvoor zal een nieuwe organisatie met een eigen management worden opgericht. Reden hiervoor is dat de apen door hun hiv-infectie extra verzorging nodig hebben en er extra veiligheidsmaatregelen nodig zijn. Geen van de chimpansees gaat naar dierentuinen.

Het kabinet stelt extra subsidie beschikbaar, tot 5,1 miljoen euro in 2005, om de huisvesting van de overblijvende apen te verbeteren. De dieren zitten nu in te kleine hokken. Het BPRC krijgt nu nog 2,3 miljoen euro subsidie. Het aantal verzorgers van het BPRC zal worden uitgebreid van 15 naar 28.

De investering in het Rijswijkse primatencentrum moet volgens het kabinet los worden gezien van de discussie over voortzetting van het BPRC. De investering is uitsluitend bedoeld voor het welzijn van de proefdieren die voor onderzoek gewenst zijn zolang voor dat onderzoek nog geen alternatieven zijn. De huisvesting loopt volgens het kabinet vooruit op normen van de Europese Commissie.