Trieste tieneridolen in een heerlijk absurde komedie

Wie is de leukste van The Prefab Four: Han, Gijs, Peter of Porgy? Han Oldigs valt meteen af. Te serieus, te huppelig, too far out met zijn geëmmer over paarden en de rock-'n-roll zelfmoord. Gijs Scholten van Aschat is de beste, de meest tragische, maar niet de leukste. Met zijn lactrose, impotentie, eenzaamheid en onvermogen om aan te raken. Porgy Franssen, als de domme, kinderlijke drummer is de publieksfavoriet. Met hese, hoge stem laat hij zijn droge oneliners als stotterende, abrupt afgebroken melodieën klinken. Maar zijn neiging om de zangeresjes aan te randen is wat al te banaal. Dan valt de keuze toch op Peter Blok. Wegens de potsierlijke pens en het belachelijke ijsmutsje natuurlijk. Maar ook omdat hij lekker vervelend de baas speelt. En omdat hij zo aandoenlijk tragisch is, als de enige die zijn artistieke pretenties niet heeft opgegeven.

Vincent van Warmerdam van muziektheatergroep Orkater had het lumineuze idee om een voorstelling te maken over The Monkees, de allereerste fake-tienergroep uit de jaren zestig. De vier acteurs, die nauwelijks een gitaar konden vasthouden, speelden alsof ze een popgroep waren, en scoorden in korte tijd vele tophits als I'm a Believer en Last Train to Clarksville. Het concept was schaamteloos gejat van de Beatles; de muziek, het onbekommerde imago, de melige humor.

The Prefab Four, geregisseerd door Willem van de Sande Bakhuyzen, is een onweerstaanbaar opwindende komedie, geslaagd op bijna alle niveaus. Allereerst is het een uitbundige verkleedpartij. De mottige hippiepruiken, de bonte, vloekende sixties-pakken die de middelbare heren te krap zitten. De achtergrondzangeresjes laten een scala aan aantrekkelijke minimode zien. Dan is er de lekkere muziek. De strakke band van Van Warmerdam speelt met de juiste sound alle bekende liedjes van The Monkees, aangevuld met eigen, puntgave pastiches op het Monkees-repertoire (,,Life is na na na nothing!''), dat zelf uit pastiches op The Beatles bestaat, zodat The Prefab Four nog het meest als The Rutles klinken.

Acteur Gijs Scholten van Aschat schreef een tekst over een groepje trieste vijftigers, voormalige tieneridolen, die repeteren voor een reünieconcert, al wordt dit nergens expliciet gezegd. Hij schreef geen komedie met een strak plot, maar een verzameling losse scènes met een anarchistische, absurdistische inslag. Op het eerste niveau gaat het over de tragiek van de vergankelijkheid, zoals die ook wordt gebruikt in retro tv-programma's als Single Luck. Ooit waren ze gevierd, nu zijn het nietsnutten met suikerziekte en andere kwaaltjes. Daaronder ligt de doen-alsof-thematiek. De acteurs spelen dat ze acteurs zijn die ooit voor popmusici speelden. De nepsterren verlangen terug naar wat ze nooit waren. Dat zorgt voor verwarring, verdubbeling en spiegelingen. Dat er achter de playbackende band een échte band staat, werkt ook al verwarrend.

Maar het mooiste is de ongrijpbare, surrealistische sfeer. De mannen dwalen verdwaasd rond in een huiskamerdecor als vier spacemen die naar de aarde zijn gevallen. Peter Blok zet meteen de toon met een onnavolgbare zijn-of-niet-zijn-monoloog die je uit kunt leggen als stoned hippiegelul, maar die ook een sfeer van psychedelische vervreemding schept. In het beste geval leidt deze sfeer tot prachtige staaltjes van absurdistische humor, in het slechtste geval denk je: ,,Had dit ideetje er niet uit gekund?'' Die gedachte duikt vaker op naarmate de avond vordert: drie uur is te lang voor een verzameling losse scènes. Alhoewel het ook wel weer past bij de vier hippies die niet van ophouden weten.

Voorstelling: The Prefab Four door Orkater. Muziek: The Monkees en Vincent van Warmerdam. Gezien: 14/3 Rotterdam. Tournee t/m 24/5.

Inl. (020) 6060606 of www.orkater.nl.