Portugezen stemmen vooral voor iets anders

Geblunder over een voetbalstation kan de centrum-rechtse oppositie in Portugal bij de verkiezingen zondag de absolute meerderheid kosten. Maar de linkse regering zal vrijwel zeker fors verliezen.

Voetbal beheerst de parlementsverkiezingen die zondag in Portugal worden gehouden. De conservatieve sociaal-democratische partij (PSD) is de gedoodverfde winnaar. Maar de conservatieve burgemeester van Porto dreigde de financiering van het nieuwe voetbalstadion van de stad, een megaproject ontwikkeld door zijn socialistische voorgangers voor het Europese voetbalkampioenschap in 2004, stop te zetten. Paniek bij de voetbalfans, bij de UEFA en bij de kiezers. Zelfs president Jorge Sampaio moest er aan te pas komen om te voorkomen dat het Europese kampioenschap elders werd gespeeld. Een foutje van de burgemeester, dat zijn partij wel eens de absolute meerderheid kan kosten.

Eén ding lijkt zeker: de socialistische partij die sinds 1995 het land bestuurt, gaat deze verkiezing verliezen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in december moest de partij bij wijze van voorproefje vrijwel alle steden, inclusief de linkse bastions Lissabon en Porto, afstaan aan de conservatieve concurrenten. Het was aanleiding voor de socialistische premier António Guterres ontslag te nemen en nieuwe parlementsverkiezingen uit te schrijven.

Het geld is op, de groei stagneert en Portugal dreigt weer terug te zakken tot de laatste plaats in de economische rangorde van Europa. Na zeven jaar van socialistische kabinetten zijn de kiezers toe aan verandering, zo lijkt de boodschap. Vooral ex-premier Guterres, die de laatste verkiezingen zijn absolute meerderheid verloor en daarmee zijn slagkracht, zag in rap tempo het krediet wegsmelten.

Het verkalkte rechtssysteem met ongeveer een miljoen achterstallige rechtszaken, de lange wachtlijsten in de gezondheidszorg, het erbarmelijk slechte onderwijs en de nog altijd topzware bureaucratie: uitgerekend in de publieke sector bleken de socialisten niet in staat tot noodzakelijke hervormingen.

De socialist Eduardo Ferro Rodrigues, die Guterres als lijsttrekker opvolgde, behoort tot de linkervleugel van zijn partij. Hij dankt zijn bekendheid vooral aan het feit dat hij als minister van Sociale Zaken een speciale steunmaatregel voor de allerarmste gezinnen instelde. Ferro Rodrigues kan op een zekere populariteit rekenen, maar worstelt met de weinig glorieuze erfenis van zijn voorganger.

Zijn conservatieve tegenhanger José Manuel Durão Barroso was drie jaar minister van Buitenlandse Zaken onder het laatste kabinet van Cavaco Silva. Hij baseerde zijn campagne op de vertrouwenscrisis die de socialisten veroorzaakt hebben. Alleen drastische economische maatregelen in de vorm van bezuinigingen en belastingverlagingen kunnen de economie weer aanzwengelen. Maar alles valt en staat bij het behalen van een absolute meerderheid, zo werd bij herhaling onderstreept. Alleen dan kan de PSD een krachtige regering vormen.

Maar na de kwestie rond het voetbalstadion is die absolute meerderheid twijfelachtig geworden. Volgens de laatste peilingen is het zelfs niet ondenkbaar dat de socialisten weliswaar de verkiezingen verliezen, maar toch als enige in staat zullen zijn een coalitieregering te vormen met de communistische partij van Portugal.

Durão Barroso, die zelf ooit studentenactivist was bij een maoistisch partijtje, schetste de schrille gevaren van een dergelijke rode coalitie. Zeker is dat de communistische partij in Portugal, ondanks aanhoudende verliezen, vasthoudt aan principes zoals deze voor de val van de Berlijnse Muur door Moskou werden gedicteerd, hetgeen de samenwerking met de socialisten niet eenvoudig zal maken.

Schrijver, Nobelprijswinnaar en communist José Saramago waarschuwde evenwel voor de `barbarij' van een mogelijke PSD-regering, die in het verleden immers zijn boek 'Het Evangelie volgens Jezus Christus' weigerde in te zenden voor een Europese prijs vanwege de veronderstelde godslasterlijke inhoud. Bijna een derde van de kiezers raakt in het geheel niet opgewonden van de verkiezingen en heeft laat weten zondag geen stem te zullen uitbrengen.