Portugal saneert, maar niet genoeg

De zwakke Portugese economie is zondag inzet bij de verkiezingen. Er zal meer moeten worden bezuinigd om het land weer gezond te maken.

De marinevloot ligt al weken aan de ketting en de bouw van tien nieuwe voetbalstadions is hoogst onzeker.

Portugal bezuinigt, maar niet genoeg: de nieuwe regering die komende zondag wordt gekozen zal nog flink moeten snijden, willen de overheidsfinanciën weer gezond worden. Zo niet, dan zal een neergaande economische ontwikkeling het land nog jaren in zijn greep houden.

Die waarschuwing viel de afgelopen weken met regelmaat te horen in de strijd rond de Portugese parlementsverkiezingen. Ex-premier Aníbal Cavaco Silva, wiens conservatieve PSD volgens de voorspellingen de socialistische partij voorbij zal streven als grootste partij, was het meest uitgesproken over de noodzaak van een harde aanpak. ,,Portugal kan zich geen zwakke regering permitteren'', verklaarde hij deze week tegenover het Spaanse dagblad El País.

,,Als de komende regering faalt, kan dat ons in een periode van langdurige stagnatie brengen'', meende de econoom en elderly statesman.

Cavaco Silva staat niet alleen in zijn kritiek. Een maand geleden publiceerde een groep van Portugals bekendste economen een manifest waarin werd gewaarschuwd dat 's lands financiële tekorten een ernstige belemmering vormen voor de verdere economische ontwikkeling.

De deskundigen stellen drastische bezuinigingen voor, inclusief een loonmatiging en vacaturestop voor overheidspersoneel en een stevige reductie van belastingaftrekposten en subsidies. Geen zaken waar men zich in verkiezingstijd bijster populair mee maakt.

Duidelijk is dat zeven jaar socialistische regering geen einde heeft gemaakt aan de traditionele kwalen waar het land onder zucht: een topzware ambtenarij en moeilijk te beteugelen uitgaven. Vooral het laatste kabinet van de socialistische premier António Guterres, dat niet langer beschikte over een absolute meerderheid in het parlement, ontbeerde het aan slagkracht voor het nemen van krachtige maatregelen. Tot tweemaal toe moesten de overheidsuitgaven worden bijgesteld en de inflatie steeg ruim boven de 4 procent.

De arbeidsproductiviteit zakte terug tot de laagste van Europa en de economische groei kwam vrijwel tot stilstand. Bij de gemeenteraadsverkiezingen eind vorig jaar werden de socialisten afgestraft met een ongekend verlies. Het pijnlijkst was wellicht dat het Portugese begrotingstekort volgens de euromonetaire afspraken in de gevarenzone kwam.

De socialistische minister van Financiën Guilherme d'Oliveira deed de kwestie af met de mededeling dat de extra bezuinigingen op de overheidsuitgaven de volledige steun van de Europese commissie genoten. ,,De commissie heeft geen enkele wijziging van ons beleid voorgesteld. Het heeft dus geen enkele zin om ons te waarschuwen'', zo redeneerde de minister met onwrikbare logica.

Strikt genomen had de minister daar gelijk in: tot een formele terechtwijzing kwam het niet. Maar feit is dat de regering werd gedwongen extra bezuinigingsmaatregelen te treffen voor een bedrag van 750 miljoen euro om de begroting binnen de perken te houden. Dat was de reden dat Portugals marine, historisch gesproken de trots van de nationale strijdkrachten, het bevel kreeg voorlopig aan de kade te blijven liggen. Er was geen geld meer voor de stookolie.

De bouw van tien nieuwe voetbalstadions, onder meer in verband met de organisatie van Europese Kampioenschappen in 2004, is onzeker geworden, al meent zelfs Cavaco Silva dat aan deze verplichting nauwelijks te ontsnappen valt. ,,We zullen er aan moeten voldoen voor ons prestige en imago'', aldus de ex-premier, die het geld liever geïnvesteerd had gezien in de industrie of betere opleidingen. Zijn politieke erfgenaam, de huidige PSD-lijsttrekker José Manuel Durão Barroso, hamerde eveneens op de noodzaak van harde maatregelen om de economie weer ruimte te geven voor een nieuwe impuls. Maar in hun campagne in de verkiezingsstrijd lieten de conservatieven zich minder uit over de bezuinigingen.

Liever werd gesproken over het fiscaal schokeffect dat centraal staat in de conservatieve plannen: een stevige reductie van de vennootschapsbelasting en een verlaging van de hoogste schijf in het tarief voor de inkomstenbelasting. Hoewel het de noodzaak tot bezuinigingen verder aanscherpt, zou een deel van de reductie gedekt moeten worden door een verhoging van de omzetbelasting. Het pakket wordt aangeprezen als een methode om de middenklasse meer bestedingsruimte te verschaffen en buitenlandse bedrijven aan te trekken.

De socialisten hebben de maatregelen van hun conservatieve tegenvoeters reeds afgedaan als sociaal onrechtvaardig en bovendien gewezen op het gevaar dat de verhoging van de omzetbelasting de inflatie verder zal aanzwengelen. Zelf houden ze liever vast aan de bestaande bezuinigingsplannen zoals die onder de scheidende regering-Guterres werden ontwikkeld. Maar vriend en vijand betwijfelen of dit voldoende is.

Zeker omdat de infrastructurele subsidies uit de Europese structuur- en cohesiefondsen, die de afgelopen vijftien jaar zo'n fundamentele rol hebben gespeeld in de economische voorspoed, na 2006 drastisch zullen verminderen.

Zowel de economische deskundigen van de socialisten als de conservatieve sociaal-democraten begrijpen dat ze hard moeten ingrijpen, wil een stagnatie van de Portugese economie voorkomen worden.

Beide partijen vragen de kiezer om een absolute meerderheid als mandaat. Als de voorspellingen uitkomen, is het eerder waarschijnlijk dat er een coalitieregering in het verschiet ligt. Het wordt betwijfeld of die in staat zal zijn om stevig de broekriem aan te halen.