Oplichten

Het geeft een schok als iemand die je altijd als een respectabel burger gekend hebt, opeens op het criminele pad blijkt te zijn geraakt. Het overkwam mij lang geleden met een zakenrelatie van mijn vader die plotseling met zijn initialen in De Telegraaf prijkte. Die gezellige, goedlachse man bleek een oplichter te zijn geworden. Hoe was dat mogelijk?

Dezelfde verbijstering voelde ik over de als `gentleman-oplichter' aangeduide Ad K., aan wie het TROS-tv-programma Opgelicht onlangs een reportage wijdde. Lezers van de Volkskrant en NRC Handelsblad kennen K. als `Ferdy Verschuur', onder welk pseudoniem hij over zijn ervaringen in de gevangenis schreef. K. leerde ik in de jaren zeventig kennen toen hij persvoorlichter van de VPRO was. Een wat vage, maar hoffelijke man die mij als voorlichter nooit streken heeft geleverd.

Ik wist dat hij een oplichter was geworden er is al eerder over hem gepubliceerd maar nu werd ik tot in detail geconfronteerd met de sluwe meedogenloosheid van zijn praktijken. Hoe hij een juwelier die hij kende, misleidde met het verhaal dat zijn vrouw in elkaar was geslagen en of hij wat juwelen mocht meenemen naar het ziekenhuis om haar te troosten. Hoe hij zich bij een andere juwelier uitgaf voor hartchirurg. Die naïeve juweliers werden voor tienduizenden guldens opgelicht.

Het zijn maar enkele voorbeelden. K. staat inmiddels bekend als een meesteroplichter, die na twee veroordelingen (in Spanje en Nederland) nu opnieuw verdacht wordt van dubieuze praktijken. Wat kan hem hebben bezield om zijn comfortabele bestaan als persvoorlichter en semi-bekende Nederlander op te geven?

Er zat in Opgelicht een onthullend telefoongesprek met K. De journalist confronteert hem met eerdere veroordelingen. ,,Dat is helemaal niet waar'', zegt K. dan verontwaardigd, ,,kunt u de aangiften noemen waar dit op slaat?'' De journalist noemt de namen van de juweliers. ,,Dat zijn ontzettend vervelende dingen'', geeft K. dan grif toe, ,,die zijn gebeurd. Ik erken het ook en ik wil het nog wel betalen als het moet, maar ik moet eerst het geld...'' Hij voegt eraan toe dat hij daarna nooit meer in de fout is gegaan. Als de journalist ook dat met feiten weerlegt, zegt K. dat hij bereid is ook die gedupeerden te betalen mits...

Ik moest denken aan een artikel dat ik net in The New Yorker had gelezen. De schrijver John le Carré beschrijft daarin met nauwelijks onderdrukte walging zijn vader Ronnie Cornwell, een van de grootste oplichters van Engeland. Ronnie lichtte iedereen op die hem vertrouwde, tot zijn familieleden aan toe. Waarom toch, vraagt ook Le Carré zich af. Zijn theorie: Ronnie bedroog ook zichzelf, hij geloofde zelf in de fantasieën waarmee hij zijn slachtoffers misleidde. Oplichten als een psychopathologisch verschijnsel. Misschien is het niet meer dan een fascinerende hypothese, maar iets ervan meende ik terug te horen bij Ad K. Hij leek te willen zeggen: ik heb die mensen helemaal niet opgelicht, ik ben alleen wat traag van betalen maar wees gerust, ooit komt het allemaal goed. En het klonk alsof hij het zelf geloofde.