Onrust

Wilberdine was onrustig,

Ze was een ongedurig kind.

Ze was niet goed en wel gaan zitten

Of ze vloog weer overeind.

Als ze brieven had geschreven

Scheurde ze de envelop weer open.

Nadat ze haar boek had weggelegd

Haalde ze het weer tevoorschijn.

Vlak voor ze naar school ging

Moest ze nog gauw een nieuwe jurk aan.

Zodra ze iets had opgeborgen

Begon ze er weer naar te zoeken.

Altijd kwam ze weer haar bed uit

Om nog even iets te pakken.

Arme Wilberdien, elke nacht las ze

In het Boek der Rusteloosheid.