Nationale verarming

In de afgelopen vijftien jaar heeft Nederland meer dan 200 miljard euro van zijn nationale vermogen verspeeld. Hoe heeft dat kunnen gebeuren?

Een duik in de boekhouding van de natie brengt de oorzaken van deze schade aan het licht. Zoals bekend is een groot deel van onze productie bestemd voor afnemers in andere landen. Zo is Nederland een van de grootste exporteurs van aardgas en landbouwproducten ter wereld. Ook diensten die vaderlandse ondernemingen aan buitenlanders bewijzen, tellen mee in het uitvoercijfer. Voorbeelden zijn het vervoer van Amerikanen door de KLM en het opzetten van juridische constructies, waarmee in Amsterdam gevestigde adviseurs Duitse, Franse en Italiaanse ondernemingen helpen om belasting te ontlopen. Tegenover de uitvoer van goederen en diensten staat ook een omvangrijke invoer, bijvoorbeeld van personenauto's, medicijnen en ruwe aardolie.

Al sinds 1981 toont de lopende rekening van de Nederlandse betalingsbalans omvangrijke overschotten, omdat onze uitvoer de invoer jaarlijks met miljarden euro's overtreft. Het voortdurende overschot ontstaat niet alleen door gasverkopen. Het is ook de vrucht van jarenlang volgehouden loonmatiging. Zij bezorgde ons bedrijfsleven tot voor kort een kostenvoordeel, waardoor het marktaandeel wist te veroveren op concurrenten uit andere landen. De extra afzet gaf de uitvoer een flinke impuls.

Wie iets verkoopt, krijgt een vordering op de koper. Het overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans betekent dat bedrijven en particulieren hun vordering op buitenlandse afnemers zien groeien. Nadat hun vordering is betaald, kunnen bedrijven hun toegenomen tegoed bij buitenlandse banken aanhouden. Zij kunnen deze middelen ook in het buitenland investeren door daarginds een onderneming op te richten of over te nemen. Particuliere beleggers en pensioenfondsen zullen vaak buitenlandse aandelen of obligaties kopen. Dankzij deze investeringen en beleggingen uit overschotten op de lopende rekening zou het `externe vermogen' van Nederland steeds verder moeten aandikken.

Dit is blijkens een publicatie in de februari-aflevering van het Statistisch Bulletin van De Nederlandsche Bank (DNB) echter niet gebeurd. Vijftien jaar geleden had Nederland nog een positief extern vermogen van 50 miljard euro. Sindsdien bedroeg het overschot op de betalingsbalans cumulatief bijna 120 miljard euro. Inmiddels zou het externe vermogen dus moeten zijn aangegroeid tot een plus van circa 170 miljard. In plaats daarvan blijkt het externe vermogen 45 miljard euro negatief te zijn. In amper vijftien jaar tijd zag Nederland dus voor bijna 215 miljard euro aan vorderingen op andere landen wegsmelten.

De studie van DNB biedt ook de verklaring voor deze nationale verarming zonder weerga. Buitenlandse beleggers hebben, in euro's gemeten, een veel grotere koerswinst op hun Nederlandse aandelen behaald, dan Nederlandse beleggers op hun buitenlandse aandelen. Behalve aan dit beurskoerseffect valt de omslag van een positief naar een negatief extern vermogen ook toe te schrijven aan de ontwikkeling van de valutakoersen. In vergelijking met 1985 zijn de Amerikaanse dollar en het Engelse pond ten opzichte van de gulden sterk in waarde teruggevallen. Dit koersverlies heeft de waarde van investeringen in dollars en ponden van Nederlandse bedrijven gedrukt. Sinds 1995 zijn dollar en pond meer waard geworden, wat de koersverliezen heeft beperkt. Maar de kans is groot dat de geschiedenis zich herhaalt en dat het elders belegde vermogen in de komende vijf à tien nog veel sterker wordt aangetast.

Nederland investeert immers veel in de Verenigde Staten. Onze pensioenfondsen bezitten daar winkelcentra, bedrijven zoals Ahold en Aegon halen nu al een groot deel van hun omzet en winst in de VS. Deze dollarbeleggingen zijn kwetsbaar voor een grote koerscorrectie die op komst is. De VS hebben een onhoudbaar tekort op de lopende rekening van hún betalingsbalans. Om dit tekort weg te werken moeten de VS minder invoeren en meer gaan uitvoeren. Voor een verbetering van de Amerikaanse exportpositie is het nodig dat de dollar goedkoper wordt. Beleggers en investeerders uit het eurogebied die veel van hun eieren in het dollarmandje hebben zitten, lopen op middellange termijn dus een groot koersrisico. Nadat al meer dan 200 miljard euro is verloren door beurskoerseffecten en valutaverliezen lijkt een verdere verarming in de pijplijn te zitten. Nogal wat transnationaal werkende ondernemingen en pensioenfondsen leggen door hun expansie in Amerika de vruchten van de betrachte loonmatiging en een deel van de zuur verdiende pensioenpremies in de waagschaal.

Is er een alternatief? Aandelen blijven altijd riskant, maar grote beleggers kunnen zich sterker op Europa richten. Om het risico op toekomstige koersverliezen te beperken zou Nederland trouwens toch een groter deel van zijn overschot op de lopende rekening in euro's moeten beleggen en investeren. Zulke beslissingen worden niet in Den Haag genomen, maar in de haarvaten van het financieel-economisch systeem. Collectieve missers van bedrijfsdirecties en van bestuurders van pensioenfondsen, zo leert de recente geschiedenis, kunnen Nederland een veelvoud kosten van blunders die de overheid soms begaat.