Juan Peróns veilige haven

`In Neurenberg gebeurde toen iets dat ik persoonlijk beschouwde als een schandaal en een ongelukkige les voor de toekomst van de mensheid (...) Nu realiseren we ons dat zij (de geallieerden) het hadden verdiend de oorlog te verliezen.' Aldus Juan Perón (1895-1974) begin jaren zeventig in ballingschap in Spanje toen hij op een dictafoon zijn memoires insprak.

De morele verontwaardiging over de vervolging van de verliezers van de Tweede Wereldoorlog is een van de oorzaken die de Argentijnse journalist Uki Goñi in The Real Odessa. How Perón Brought the Nazi War Criminals to Argentina aanvoert voor de systematische wijze waarop Perón eind jaren veertig vluchtende nationaal-socialisten uit Europa naar het westelijk halfrond haalde. Dat de bekendste oorlogsmisdadigers Josef Mengele, Erich Priebke en Adolf Eichmann niet alléén naar Zuid-Amerika kwamen is geen nieuws, maar Goñi – die vijf jaar besteedde aan het onderzoeken van meer dan dertig archieven in Europa en Amerika – laat zien dat het ook geen toeval was.

Goñi (1953) vond talloze details over de `immigratiepolitiek' van Perón. Zo zet hij uiteen hoe Argentinië niet alleen ruimhartig de nationaal-socialisten en fascisten opnam, maar in de voorgaande jaren bovendien de grenzen zo hermetisch mogelijk gesloten hield voor joodse vluchtelingen.

Vanaf 1945 werden er talloze vluchtroutes opgezet, vanuit Scandinavië, Italië, België en Zwitserland, onder leiding van Peróns Duits-Argentijnse medewerker Rodolfo (`Rudi') Freude, in samenspraak met agenten in Europa. In Zwitserland werd een `ontsnappingskantoor' geleid door voormalig SS-kapitein Carlos Horst Fuldner, die later verklaarde onder directe orders van Perón te hebben gehandeld. Op de `Zwitserse' route speelden KLM-toestellen overigens een belangrijke rol, zozeer dat de Amerikaanse ambassade in Den Haag in 1948 vergeefs probeerde de KLM tot ander beleid te brengen.

Goñi's toon is af en toe drammerig, maar zijn bewijsmateriaal overtuigt. Bovendien schrijft hij uitstekend. Zijn portretten van de hoodfrolspelers zijn aanstekelijk, bijvoorbeeld dat van de Belgische collaborateur Pierre Daye, die bij Perón in het gevlei kwam door diens Evita te vergelijken met de heilige Teresa van Ávila, maar die in tijden van psychische nood ook een (ongepubliceerde maar in een Brussels archief bewaard gebleven) autobiografie van 1700 bladzijden schreef.

Goñi besluit The Real Odessa met een aantal hoofdstukken over de bekendste nazi's die naar Argentinië kwamen en waarin hij erin slaagt de toch al enigszins voor schurkenstreken afgestompte lezer te choqueren. Bijvoorbeeld met de anekdote over wat Perón in 1970 tegen een Argentijnse schrijver vertelde. Een specialist in genetica had hem in de jaren vijftig regelmatig bezocht en bijgepraat over interessante wetenschappelijke ontdekkingen. `Het was zo'n steile Beier, heel beschaafd, trots op zijn land. Wacht even... Als ik het niet mis heb, heette hij Gregor. Dat is het. Doctor Gregor.' Inderdaad was er in juni 1949 een Duitser Argentinië binnengekomen met de naam Helmut Gregor in zijn paspoort. Zijn echte naam was Josef Mengele.

Uki Goñi: The Real Odessa. How Perón Brought the Nazi War Criminals to Argentina. Granta, 382 blz. €32,15