Joegoslavië - RIP

Een bijna 85 jaar oude staat bestaat niet meer. Politiek en geografisch was Joegoslavië eind vorige eeuw al ter ziele gegaan. Nu is het land ook in naam opgeheven. Gisteren hebben Servië en Montenegro, de laatste twee republieken die nog onder die ene vlag leefden, een einde gemaakt aan de oude bondsrepubliek en een nieuwe federatie gesloten. Daarmee is het oude idee van Serviërs en in mindere mate Kroaten en Slovenen – die in 1917 op Korfoe een eigen staat eisten, die in 1918 proclameerden en bij de vredesverdragen van Saint-Germain (1919) en Trianon (1920) grotendeels werden beloond – deel der geschiedenis geworden.

Het was bijna onvermijdelijk. Sinds de afscheiding en onafhankelijkheid van Slovenië, Kroatië, Macedonië en Bosnië-Herzegovina was Joegoslavië feitelijk een groter Servië geworden en steeds minder aanvaardbaar voor juniorpartner Montenegro. De spanningen tussen Belgrado en Podgorica waren afgelopen vijf jaar bovendien dermate toegenomen door de oorlogszuchtige politiek van de Servische leider Milosevic en de westerse koers van de Montenegrijnse president Djukanovic dat een gewelddadige breuk in het verschiet lag. Sinds het gedwongen vertrek van Milosevic nam die dreiging weliswaar af, maar daarmee werd Joegoslavië nog allerminst een staatkundige realiteit. De partij van Djukanovic bleef ijveren voor zelfstandigheid. Monetair voer hij bijvoorbeeld, met de Duitse mark en nu de euro als wettig betaalmiddel, een eigen koers ten opzichte van de dinar-economie in Joegoslavië. De merendeels door Servische nationalisten-socialisten aangejaagde oppositie probeerde dit beleid op haar beurt op allerlei manieren te destabiliseren.

Mede dankzij bemiddeling door EU-commissaris Solana is de vicieuze cirkel nu doorbroken. Na lange onderhandelingen hebben alle partijen een handtekening gezet onder een akkoord waardoor Joegoslavië wordt omgezet in de nieuwe federatie Servië/Montenegro. Formele afscheiding via een referendum van de kleine bergstaat aan de Middellandse zee is derhalve van de baan. ,,Terwijl Europa aan het integreren is en de pest van desintegratie de Balkan besmet, zijn Servië en Montenegro de weg naar integratie ingeslagen'', aldus federaal president Kostunica gisteren opgelucht.

Maar is de nieuwe federatie levensvatbaar? Is ze aanspreekbaar op haar eenheid in verscheidenheid? Economisch blijven Servië en Montenegro gescheiden door eigen munteenheden en douanezones. Alleen politiek en juridisch pogen ze eensgezind te zijn met een gemeenschappelijk staatshoofd, buitenlands, defensie- en mensenrechtenbeleid, hooggerechtshof en overkoepelend parlement. De demografische verhoudingen maken gelijkwaardigheid bovendien moeilijk. Ongeveer 650.000 Montenegrijnen weten zich op voorhand overvleugeld door tien miljoen Serviërs die afgelopen tien jaar al zoveel hebben verloren. Om nog maar te zwijgen van de status van Kosovo, dat formeel deel uitmaakt van Servië maar feitelijk een protectoraat van de Verenigde Naties is.

Toch biedt de gisteren beklonken constructie een paar handvatten, met name voor de Europese Unie. Voor stabiliteit op de Balkan is het essentieel dat Servië weer enig zelfvertrouwen krijgt en een beheerste gesprekspartner wordt. De EU heeft nu de dure plicht voorwaarden te scheppen voor een stapsgewijze integratie van deze nieuwe federatie in Europa.