Hulpverlening kent geen arbitrage

Zeven verenigingen van slachtoffers van de aardbevingen in West-Turkije hebben gebroken met hun Nederlandse geldschieter Kerken in Actie. Bij de Nederlandse overheid vinden ze geen luisterend oor voor hun klachten.

Inci Bayindir, voorzitster van de vereniging van slachtoffers van de aardbeving in het West-Turkse Gölcük, verbaast zich in hoge mate: hoe is het mogelijk dat een hulporganisatie uit het in haar ogen over-democratische Nederland zich met grenzeloze arrogantie kan misdragen zonder dat je daarover je beklag kunt doen? Zij doelt op het gerezen conflict tussen Kerken in Actie (KIA) en alle zeven verenigingen van slachtoffers van de twee aardbevingen in West-Turkije die in 1999 gezamenlijk ongeveer 17.000 dodelijke slachtoffers maakten. ,,Waarom zetten jullie niet een onafhankelijke commissie op die de hulporganisaties controleert?'', vraagt zij verbouwereerd.

Thea Hilhorst, universitair docent rampenstudies aan de Wageningen Universiteit, begrijpt Bayindirs verbijstering wel. Elke beroepsgroep in Nederland, van artsen tot architecten en journalisten, heeft zijn eigen, onafhankelijke arbitragecommissie. ,,We zijn een samenleving waarin het gewoon is dat mensen ergens terecht kunnen met hun klachten. Maar zo'n instituut ontbreekt bij hulporganisaties.''

Bayindir en andere voorzitsters van Dep-Ders, verenigingen van slachtoffers van de aardbevingen, hebben hun samenwerking met KIA stopgezet. Zij verwijten KIA paternalisme, bemoeizucht, autoritair optreden en zonder overleg staken van projecten. ,,We werden niet betrokken bij de besluitvorming'', zegt Nurcan Taspinar van Dep-Der in Bekirpasa. Aysegül Senol, voorzitster van Dep-Der in Düzce, zegt dat KIA zich steeds meer bemoeide met interne aangelegenheden. De hulporganisatie voerde geen overleg, maar wilde zelf bepalen hoe de vrijwilligers de slachtoffers moesten helpen. ,,KIA wilde ons afhankelijk maken'', zegt Senol. ,,Het was helaas niet mogelijk op een gelijkwaardige wijze met ze samen te werken.'' ,,KIA gebruikte haar financiële middelen om haar zin door te drukken'', zegt Bayindir.

Hilhorst legt uit dat het invoeren van een klachtenprocedure in de humanitaire hulpverlening nogal ingewikkeld is. Er bestaan geen wettelijke eisen voor goede humanitaire hulp. Daar hulpverlener geen beschermd beroep is, kan in principe iedereen geld ophalen en de hulpverlening straffeloos verprutsen, zegt Hilhorst. Er zijn veel verschillende organisaties die vanuit evenzoveel verschillende achtergronden hulp geven. En ook de situaties waarin hulp wordt geboden verschillen enorm. Kortom: het is haast onmogelijk om bindende kwaliteitseisen te stellen. ,,En daarbij is er ook nog wat weerstand bij de organisaties'', zegt Hilhorst. ,,Als er een arbitragecommissie komt, moeten ze een stukje autonomie opgeven. Dat doet pijn.''

Alle zeven verenigingen van slachtoffers moesten breken met KIA om hun onafhankelijkheid en zelfrespect te behouden. De de kerkelijke hulporganisatie zou zonder overleg besluiten hebben genomen en enkele lopende projecten halverwege hebben gestaakt. Een computercursus is zonder opgaaf van redenen stopgezet, vijftien proefprocessen tegen aannemers zijn een stille dood gestorven. Betrokken slachtoffers krijgen geen informatie van KIA of de Turkse partner in Istanbul. Als de Dep-Ders de projecten uitvoerden zoals KIA dat wenste, konden ze geld krijgen. In sommige gevallen herschreef KIA de projecten. Klachten van Bayindir en haar collega's vonden geen gehoor bij KIA.

Hilhorst wil niet ingaan op dit specifieke conflict. Zij geeft wel aan dat de relatie tussen westerse geldschieters en lokale uitvoerende organisaties vaker problematisch is. Naast cultuurverschillen kan ook de professionalisering van westerse hulporganisaties een rol spelen, zegt zij. ,,Organisaties staan steeds meer onder druk van donateurs die transparantie eisen. Het publiek wil weten waaraan de gelden worden besteed. Er is een toenemende druk op de organisaties om kwaliteit te leveren, dus moeten ze zich vaak vergaand bemoeien met projecten op locatie. Dat hoeft niet altijd in goede aarde te vallen bij de hulpverleners ter plaatse'', zegt Hilhorst. ,,Ook sommige Afrikanen klagen net als deze Turken over het paternalisme bij hulporganisaties. `De buitenlandse hulporganisaties willen ons trainen om hun eigen programma's uit te voeren. Ze luisteren niet naar ons.' Dat is een veelgehoorde klacht.''

Hilhorst ziet geen mogelijkheid voor de overheid om een klachtenprocedure wettelijk verplicht te stellen. ,,Hoe hulporganisaties met ontvangers van hulp moeten omgaan is niet in juridische termen te vatten.'' De Europese Commissie neemt in ruil voor financiering van hulpprojecten genoegen met een gedegen boekhouding bij de organisaties. De Nederlandse overheid wil wel meer oog voor de `kwalitatieve aspecten' van humanitaire hulp, maar dan moet de sector het zelf regelen.

Hilhorst verwacht niettemin dat er wel een klachteninstituut voor humanitaire hulpverlening zal komen. Dat is alleen maar een kwestie van tijd, zegt zij. Hilhorst: ,,Puur uit eigenbelang zal de sector dit zelf regelen. Ze hebben geen andere keus, willen ze het vertrouwen van de samenleving behouden. Want als ze dat kwijtraken, kunnen ze wel inpakken.''