Hij blaft wat hij denkt

`Als een leeuw kon praten, zouden we hem niet begrijpen', zei Ludwig Wittgenstein, het gevoel verwoordend van mensen die onoverbrugbaar verschil tussen mensen en dieren zien. Elizabeth Marshall Thomas is het daar niet mee eens. `De gedachten van een leeuw begrijpen is voor iedereen moeilijk, behalve voor de leeuwenkenner, zoals het begrijpen van Wittgenstein dat voor iedereen behalve de Wittgenstein-kenner is'. Ze laat doorschemeren de woorden van Wittgenstein nogal duister te vinden, maar honden spreken wat haar betreft klare taal. Van deze Amerikaanse antropologe, informeel onderzoekster van diergedrag en schrijfster, is er nu een tweede hondenboek. De achterflap van de Nederlandse vertaling belooft dat ze duidelijk maakt, hoe honden inburgeren in het mensengezin. Maar eerder verhaalt ze hoe háár honden, waarvan ieder detail aan bod komt, inburgerden in het gezin. Sociale vaardigheden van honden, tegenover mensen en onder elkaar, worden vanuit een bewonderende grondhouding beschreven, met sterk gevoel voor uiteenlopende persoonlijkheden.

Blaffen honden op verschillende manieren en met andere betekenis – ook voor derden te verstaan? En waarom blaft een hond tegen mensen die hij elke dag ziet? Op zulke punten verlaat Thomas met wat bredere analyses haar eigen roedel, en ook over de vermoedelijk domesticatiegeschiedenis van honden is zij wat algemener. Maar steeds komt zij weer terug op haar eigen honden, en doet wat huisdierbezitters onstuitbaar doen: anekdotes vertellen.

Thomas is vooral bekend van het wisselend ontvangen Het verborgen leven van honden (1994), dat ernstig leed aan overstatement, al te makkelijke conclusies en flinke zelfgenoegzaamheid van de schrijfster. Het Verborgen leven van de kat (eveneens vertaald in 1994) was een stuk sterker, dankzij onverwachte inzichten en het aanhalen van andere, meer formele gedragsonderzoekers die ook veel te vertellen kunnen hebben. Het familieleven van honden houdt tussen deze twee weer het midden. Het is niet overambitieus in het vertalen van hondentaal en beschrijven van hondse beweegredenen, alsof Thomas de enige is die subtiliteiten verstaat. Enkele scherpe observaties en verhandelingen – zoals over de onzin van het eisen van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid van een hond, en de rare mensenbehoefte overal de baas of het baasje in te zijn – maken het boek het lezen waard. En voor wie gewoon lekker wil lezen over honden en hun wederwaardigheden is de rest ook aardig. Wat sterke staaltjes van slim of invoelend hondengedrag betreft houdt Thomas de mogelijkheid van telepathie nadrukkelijk open, maar ze doet daar niet al te zweverig over.

Wie zich zakelijker op de hoogte wil stellen van wat honden zeggen en hoe we ze moeten verstaan, kan ook elders terecht. De eveneens Amerikaanse hondenkenner en psycholoog Stanley Coren is een formeler, wat wetenschappelijker adres (De taal van je hond, 2000). Als emotioneel intelligent en gevoelig waarneemster voegt Thomas niettemin wat honden betreft wat toe. Soms zou je die haast begrijpen.

Elizabeth Marshall Thomas: Het familieleven van honden. Hoe honden hun plaats vinden in het gezin. Vert. Erik Pouli. Bert Bakker, 254 blz. €16,56