Het ondenkbare is nu denkbaar voor president Bush

Op het schokkende nieuws dat president Nixon destijds zijn veiligheidsadviseur Kissinger voorstelde tegen Noord-Vietnam atoomwapens in te zetten volgde het nog schokkender nieuws dat president Bush overweegt eventueel atoomwapens te gebruiken tegen de zogenoemde schurkenstaten en zonodig tegen China en Rusland. Voor de gelegenheid is de As van het Kwaad – Irak, Iran en Noord-Korea uitgebreid met Syrië en Libië. De Zeven kunnen alvast de schuilkelders opzoeken. Dit nieuws stamt uit een in het Pentagon opgesteld rapport dat zijn weg vond naar de kolommen van The Los Angeles Times en The New York Times.

Het Pentagon heeft gereageerd met een korte verklaring. ,,We willen de geheime details van de militaire planning of van de voorbereiding op voorziene en onvoorziene mogelijkheden (contingencies) niet ter discussie stellen, noch willen we commentaar geven op selectieve en misleidende lekken. De Nuclear Posture Review is vereist bij wet. Het is een brede analyse van de vereisten om in de 21ste eeuw de afschrikking in stand te houden.'' Niets nieuws onder de zon is de boodschap. Dit overzicht is de laatste in een lange reeks sinds de ontwikkeling van atoomwapens, wordt gezegd. Het voorziet niet in operationele aanwijzing van nucleaire doelen of in planning daartoe.

Op 9 januari is in het Pentagon een uiteenzetting gegeven van het niet-geheime deel van het document. Daaruit kan worden afgeleid dat er wel iets meer aan de hand is dan `meer van hetzelfde'. Rusland wordt genoemd, maar in een geheel andere context dan de berichten in de media suggereren. In feite wordt de ingrijpend gewijzigde verhouding tot dat land als uitgangspunt en als alibi gekozen voor (het denken over) een nieuwe nucleaire strategie. De nieuwe samenwerking met Rusland, heet het, maakt het mogelijk explicieter dan anders het geval zou zijn geweest zich te richten op de uitdagingen waarmee Amerika in de 21ste eeuw wordt geconfronteerd.

De Amerikaanse atoommacht was ontworpen voor de Koude Oorlog. Dat betekende, zo zegt de Review, dat we te maken hadden met één enkele ideologische tegenstander. Het aantal eventualiteiten was beperkt. Dit leidde tot een sterke nadruk op de nucleaire aanvalswapens. Het ging erom een geloofwaardige dreiging tegenover de Sovjet-Unie in stand te houden. Vandaag, stellen de auteurs van de Review, hebben we te maken met een geheel andere situatie. De VS staan tegenover een veelheid van mogelijke tegenstanders, ,,maar we zijn er niet zeker van wie zij zijn''.

Heel anders is dat waar het gaat om de dreiging zelf: ,,het groeiende vermogen van verschillende staten op het gebied van biologische, chemische en nucleaire wapens en van ballistische raketten'' Het probleem met `rogue states ', staten met massavernietigingswapens, noemt de Review dan ook een `onmiddellijke contingency'. Nucleaire wapens zullen daarom in het Amerikaanse arsenaal ,,een fundamentele rol'' blijven spelen. Daarnaast moet naar de wens van de president naar het laagst mogelijke aantal operationeel opgestelde atoomwapens worden gestreefd. (Let wel: niet het laagste aantal op termijn beschikbare kernkoppen en -bommen. De omvang van het mottenballenarsenaal wordt tegenover de buitenwacht bewust vaag gehouden – JHS). Het voorgenomen aantal operationele atoomwapens beweegt zich nu tussen 1700 en 2200, meldt de Review.

Amerika onderscheidt, volgens de Review, drie taken. Onder ,,geallieerden en vrienden een hart onder de riem steken'' wordt het noodzakelijk geacht geloofwaardig niet-nucleair en nucleair op gevaren te kunnen reageren. Onder ,,het weerhouden van concurrenten'' is het nodig een meer gevarieerd vermogen te handhaven en te ontwikkelen om competitie met Amerika op militair gebied bij voorbaat onaantrekkelijk te maken. Onder ,,afschrikking van agressors'' kunnen, naast nucleaire en niet-nucleaire aanvalswapens, verdedigingswapens niet worden gemist. Wel zal, wanneer niet-nucleaire aanvalswapens en verdedigingswapens ten volle zijn ontwikkeld, de afhankelijkheid van nucleaire aanvalswapens afnemen, luidt de voorspelling. Zo ontstaat een nieuwe drievoudigheid (triad): nucleaire en niet-nucleaire aanvalswapens , verdedigingswapens en een infrastructuur voor het ontwikkelen van een vernieuwd afschrikkings- en verdedigingsvermogen, zoals het nogal omslachtig wordt omschreven.

Op een vraag tijdens de briefing van 9 januari of een land dat een massavernietigingswapen op de VS afvuurt en in het geval dit wapen wordt onderschept, wordt `beloond' met een beperkter wraakoefening (dan nucleaire vernietiging), antwoordde de woordvoerder van het Pentagon dat dit zeker niet de bedoeling is. Op langere termijn ging het volgens hem er echter om staten ervan te weerhouden dergelijke wapens te ontwikkelen omdat Amerika dan in staat zou zijn zo een aanval af te weren. Uiteindelijk gaat het erom de president meer opties te geven bij het voorkomen dan wel elimineren van (potentiële) dreigingen, legde de woordvoerder uit.

Zo zijn we terug bij het dogma van de afschrikking. Intussen: anders dan tijdens de Koude Oorlog niet wederzijds tussen de VS en de Sovjet-Unie, maar eenzijdig Amerikaans. Afschrikking bovendien niet alleen van een aanval op de VS en hun bondgenoten, maar zelfs van het ontwikkelen van een vermogen daartoe. Opvallend is ook het onderscheid tussen (potentiële) concurrenten en (potentiële) agressors. In de eerste categorie zou China een plaats kunnen hebben, geen vijand, maar een concurrent die zou kunnen overwegen een poging te doen de bestaande strategische achterstand op Amerika in te lopen. Daarvan zou China dan weerhouden moeten worden door een veelheid van strategische, tactische en technologische opties. Veelal wordt aangenomen dat nieuwe Amerikaanse opties China juist zullen bewegen zijn arsenaal te vergroten. Dat is kennelijk niet de veronderstelling van de opstellers van de Review.

Intussen werpt Amerika zich op als interventionist, bereid en in staat tot preventieve actie om (potentiële) dreigingen te neutraliseren. Denk aan de uitspraken over de As van het Kwaad en meer specifiek over Irak. Desnoods met behulp van (de dreiging met) kernwapens, zo lijkt de Review niet bij voorbaat uit te sluiten.

Dat is dan toch een groot onderscheid met het tijdperk van de Koude Oorlog. Het `denken over het ondenkbare', zoals het denken over (het gebruik van) atoomwapens toen werd genoemd, gaat geleidelijk over in een `denken over het denkbare'. Al is het maar voor een overgangsperiode waarin de conventionele aanvals- en afweermiddelen nog niet volmaakt zijn.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.