Het conserveren van de vergankelijkheid

Achterop de nieuwe roman van Kristien Hemmerechts wordt een paar keer met enige nadruk het woord liefde gebruikt, om te laten zien, vermoed ik, dat hij goed aansluit bij het thema van de boekenweek. Maar eigenlijk gaan alle boeken van Hemmerechts al over liefde en trouwens ook over tal van andere zaken. Als het thema van de boekenweek oude ambachten was geweest, of toeval, of dood of onvruchtbaarheid, dan had Donderdagmiddag. Halfvier ook daarbij goed gepast.

Hemmerechts wekt altijd de indruk heel gemakkelijk te schrijven, alsof haar de zinnen en de verhalen zo uit de pen vloeien, maar het is nog niet zo gemakkelijk te zeggen wat zij er mee wil beweren of aantonen. Wat zou bijvoorbeeld de boodschap van Donderdagmiddag. Halfvier kunnen zijn? Dat liefde sterker is dan de dood? Dat een verhaal langer duurt dan een mensenleven? Dat de dood van een kind draaglijker wordt als hij wordt beschreven? Alle antwoorden lijken mij evengoed mogelijk.

De gebeurtenis waar het in de roman om draait speelt zich af, zoals de titel al zegt, op een donderdagmiddag, om half vier, in een Vlaams dorp, in 2002 neem ik aan, want de euro is al ingevoerd. Een schoolmeisje van twaalf, Karen, komt om het leven, onder de wielen van een `camionette', een bestelwagen. Niemand heeft rechtstreeks schuld aan het drama en er was geen opzet in het spel, al valt sommigen wel nalatigheid te verwijten. Naderhand wordt de eigenaar van de gammele camionette, afkomstig uit een andere gemeente, als zondebok aangewezen, al treft juist hem geen enkele blaam en wordt zijn sluitende alibi door de politie aanvaard. Een meisje ziet door een samenloop van omstandigheden haar prille leven afgebroken worden. Ziet worden, want zij neemt zichzelf waar, dood en wel, liggend onder de camionette met haar witte sokjes en in haar minirok.

Hemmerechts laat het bewustzijn van het meisje nog een paar hoofdstukken voortsudderen, voordat het zich, op de laatste bladzijde, eindelijk los kan maken van het gestorven lichaam. Het is wel vaker gedaan, dit perspectief van gene zijde. Japin paste het ook toe in zijn laatste roman, De droom van de leeuw. Net zo min als bij hem wil het bij Hemmerechts helemaal overtuigen. De paar onthullingen die zij het meisje laat doen, hadden ons ook wel via een andere, minder kunstmatig aandoende sluipweg kunnen bereiken, want zij is in het algemeen juist erg goed in de omweg. Zij weet veel spanning op te bouwen door om de bloederige gebeurtenis en het fatale tijdstip heen te werken. De klap zelf maken we niet mee, maar wel de verwikkelingen die eraan vooraf gaan en de commotie die erop volgt.

Hemmerechts is van veel markten thuis. Zij schrijft zo te zien met evenveel plezier over friettenten en over de gemiddelde patateter als over de architectonische bijzonderheden van een Vlaamse plattelandsgemeente. De `javel', de bleekwater die een schoonmaakster gebruikt om toiletpotten te ontsmetten, krijgt evenveel ruimte als de dyslexie van Hassan, een van oorsprong Marokkaanse klasgenoot van Karen. Hemmerechts is niet van de hiërarchie. Bij haar staat alles naast elkaar. De tikleraar die zijn al bijna antieke Remingtons vervoert in de al eerder genoemde gammele camionette, krijgt net zoveel aandacht als een gearriveerde stedebouwkundige in een Jaguar cabriolet, of als een gestudeerde vrouw in een zilvergrijze Mercedes. Rangen en standen mogen in de werkelijkheid nog steeds een belangrijke rol spelen, maar in het universum van Hemmerechts krijgt iedereen gelijke kansen. Ook de 14-jarige Hassan krijgt hier het volle pond en mag breeduit zijn sprookjesachtige verhalen vertellen; verhalen met een goede afloop die troost moeten bieden voor het bestaan van alledag dat juist geen garantie biedt voor lange, gelukkige levens.

Vooral van kinderen die nog in verhalen geloven moeten we het hebben, lijkt Hemmerechts te willen beweren. Maar op het krijgen van die kinderen rust een zware doem in haar roman. Een enkel echtpaar krijgt er gewoon vier achter elkaar, maar voor andere stellen ligt dat duidelijk moeilijker. De ene vrouw raakt maar niet zwanger, de ander krijgt een miskraam. De ene vrouw heeft zich ooit een sterilisatie laten opdringen, de ander besluit na lang nadenken tot kunstmatige inseminatie met donorzaad. `Met wat uit Henk lekt, kunnen geen kinderen worden gemaakt.' En dan komt uitgerekend deze langverbeide donordochter door een stom ongeluk om het leven.

Niets blijft sommige mensen bespaard, moet wel de conclusie zijn. De tikleraar, die nogal een peinzer is, formuleert het net weer iets anders. Hij verbaast zich over de domheid van de mensen, die denken dat hen niets kan overkomen: `De mensen begrepen niet dat alles in het leven tijdelijk was. Niets was voor altijd.' Ik vermoed dat Hemmerechts deze mening niet helemaal deelt en stiekem hoopt dat in haar romans het maar al te vergankelijke leven wel degelijk kan worden geconserveerd, wie weet voor de eeuwigheid.

Donderdagmiddag. Halfvier gaat niet zozeer óver liefde, maar is geschreven uít liefde. Liefde voor de meest uiteenlopende mensen die geboren worden, opgroeien, soms door een noodlottig toeval al veel te vroeg weer doodgaan, trouwen, kinderen krijgen of juist geen kinderen krijgen, elkaar bedriegen en dan vaak weer gaan scheiden, met alle omgangsregelingen vandien. Een troosteloze en zinloze bedoening welbeschouwd, maar onder de koesterende handen van Hemmerechts mogen alle stumpers zich toch even gewenst voelen.

Kristien Hemmerechts: Donderdagmiddag. Halfvier.

Atlas, 237 blz. €18,50