Hapoel wint op Cyprus van AC Milan

Hapoel Tel Aviv heeft de eerste wedstrijd in de kwartfinale van het UEFA-Cuptoernooi tegen AC Milan met 1-0 gewonnen. Het duel werd gespeeld in Nicosia, de hoofdstad van Cyprus, omdat de Europese voetbalfederatie UEFA uit veiligheidsoverwegingen geen toestemming voor een wedstrijd in Tel Aviv wilde geven. Inter Milaan moest thuis tegen Valencia genoegen nemen met een gelijkspel (1-1). Borussia Dortmund hield Slovan Liberec in Tsjechië op 0-0.

Wanneer Hapoel volgende week in Milaan AC Milan van het lijf kan houden, schrijven de Israeliërs geschiedenis. Nooit eerder stond een elftal uit Israël in de halve finale van een groot Europees bekertoernooi.

In Nicosia waren bijna even veel politie-agenten aanwezig als toeschouwers uit Israël. In en rond het stadion zaten 1.300 veiligheidsfunctionarissen, om eventuele aanslagen te voorkomen, een derde van de totale mankracht van de Cypriotische politie.

Drie spelers van Hapoel waren recentelijk indirect betrokken bij een Palestijnse aanslag in een restaurant in Tel Aviv. Abuksis en Domb waren ten tijde van de schietpartij in het etablissement. Doelman Elimelech was er net vertrokken. Het drietal speelde tegen AC Milan.

Bij rust leidde Hapoel al met 1-0, door een treffer van de Moldaviër Sergei Clescenko die vier jaar geleden nog samen met zijn landgenoot Nani voor Go Ahead Eagles speelde. Clescenko (vijfvoudig international van Moldavië) maakte ook in oktober in de eerste ronde van de UEFA Cup tegen het Engelse Chelsea het beslissende doelpunt. Het bleef in Nicosia bij 1-0.

De ontmoeting tussen Inter en Valencia eindigde onbeslist, 1-1. De Italianen gaven ondanks een numerieke meerderheid (bij Valencia was Kily Gonzalez vlak na rust van het veld gestuurd) een 1-0 voorsprong uit handen. Materazzi had Inter naar een 1-0 voorsprong geschoten.

De trainer van Inter is tegenwoordig de Argentijn Hector Cuper die de afgelopen twee jaar nog met Valencia de finale van de Champions League bereikte. Rufete maakte gelijk voor Valencia.