Haags taalbehang zit de gevestigde politici in de weg

In de Haagse politiek is een stelsel van rituelen met een verhullend taalgebruik ontstaan waarin politici zich thuis voelen, maar dat in het contact met de burgers tot vervreemding leidt. Hans Jeekel pleit voor terugkeer naar de eigen taal in het openbare debat.

Na de raadsverkiezingen voltrok zich een fascinerend lijsttrekkersdebat waarin stijlen van politiek bedrijven botsten. Vooral Melkert en Dijkstal, nota bene twee gegadigden voor het premierschap, hadden niet of nauwelijks weerwoord op de stijl van een volstrekte politieke nieuwkomer, en straalden uit zich niet thuis te voelen in wat voor hen normaal dagelijks werk hoort te zijn: het argumenteren over de beste aanpak van problemen. Nu moet zelfs Kok gaan helpen. Hoe kan dat?

Een deel van het antwoord ligt in het volgende. Met de ontzuiling is een stelsel van rituelen gegroeid waarin en waaraan gevestigde politici elkaar herkennen. Dat stelsel van rituelen zorgt voor veiligheid, maakt het politieke leven wat makkelijker, maar beneemt het zicht op de aardse realiteit. En geconfronteerd met sprekers die zich niets aantrekken van die rituelen, zijn de beoefenaars van de rituelen bijna machteloos. Die rituelen kunnen worden aangeduid als Haags taalbehang.

Eerste ritueel: noem alles beleid.

Beleid, dat was een mooi woord. Wijsheid en beleid. Nu wordt voor alles beleid gemaakt. Beleid, dat is een systeem van doelen, voorwaarden, programmapunten, gemeld in zeker jargon, waardoor problemen voor bureaucraten behapbaar worden.

Gewone mensen herkennen politici vanaf de jaren tachtig aan twee zaken: ze hebben altijd zorgen over het overheidsbudget en ze hebben het na een minuut in een gewone discussie opeens over beleid.

Gewone mensen, kiezers dus, praten in 2002 nog nauwelijks over beleid. Beleid is een slimme techniek om over problemen te praten. De grotemensenwereld vol reële ervaringen wordt elke keer vereenvoudigd tot een kleinere wereld, tot een bureaucratischer wereld. De ervaringen van gewone mensen raken daarin zoek, en de mensen nemen dat niet meer. Fortuyn heeft dat door, de meeste andere lijsttrekkers nog niet echt.

Tweede ritueel: maak telkens duidelijk dat het allemaal erg complex is, maar dat jij in die complexiteit wel weet hoe te handelen.

Komt iemand met een aanpak van een probleem, schets dan dat die aanpak natuurlijk niet zomaar kan, dat spreker over vele zaken niet heeft nagedacht die er wel bijhoren. En laat vooral merken dat jij je van al die zaken wel bewust bent. Frons veel. Ga bij reacties van tegenstanders en van gewone mensen uitstralen dat men het nog niet begrepen heeft. Ga ook met een kleine irritatie over dat onbegrip vooral nog eens goed uitleggen hoe je het eigenlijk moet zien, hoe het echt zit. En denk dan dat je zo echt contact met kiezers legt. Niet dus.

Derde ritueel: eis, zoals Dijkstal deed, van nieuwkomers heel concrete voorstellen, doorgerekend, en vastgelegd in verkiezingsprogramma's.

Vraag dus aan nieuwkomers om de ballotage die jijzelf hebt bedacht te volgen. En straal collectief uit dat het vals spelen is als een nieuwkomer zich niet aan die aan jezelf opgelegde spelregels houdt. Als je denkt dat dat gedrag kiezers aanspreekt, heb je het mis. Die verkiezingsprogramma's, en al dat doorrekenen, zijn Nederlands ritueel, waar kiezers niet op zitten te wachten. Hoe nuttig vroeger ook, in feite is het nu een uitingsvorm van de bureaucratische oriëntatie van onze nationale politiek.

Vierde ritueel: straal voortdurend het bestuurlijke uit.

Doe rustig, beleefd, kalm, netjes, genuanceerd, hanteer de vormen, laat merken dat je de Nederlandse tradities kent. En wees serieus, vooral serieus. Bestuurlijke types domineren de nationale politiek. Het zijn de meest prominente dempers van emotie die een land kan voortbrengen. De echte bestuurder beziet het maatschappelijk leven als een beetje een afstandelijke toeschouwer die nooit extreme visies zal uitdragen omdat hij die gewoon niet heeft. De echte bestuurder heeft niet veel eigen ideeën en is permanent bezig met de vraag of ideeën van anderen en beleid al te introduceren zijn. Het bestuurlijke is nogal reuk-, geur- en smaakloos. Daarnaast is het vooral richtingloos. Echte bestuurders leiden alle problemen in nette banen. Ze zijn voor gewone mensen moeilijk te bestrijden, want ze doen telkens een beroep op redelijkheid en voorzichtigheid. Dat gaat lang goed, en de meeste problemen hebben wel enige baat bij deze oriëntatie. Maar soms breken problemen, zoals in het onderwijs, de zorg, in de grote steden door een pantser heen, en dan hebben de bestuurlijke types niet veel te bieden. Dat zien we nu.

Laatste ritueel: verzin vooral in verkiezingstijd een aantal aardige ideetjes die het waarschijnlijk goed doen in de media, en via de media bij de kiezers.

Formuleer die zo dat je er na de verkiezingen, als je weer terugkeert naar beleid en bestuurlijk gedrag niet voortdurend mee wordt geconfronteerd.

Wat gebeurt er nu als een goedgebekte nieuwkomer niet in beleidstermen formuleert, niet fronst maar de aanval kiest, zaken eenvoudig en zelfs simpel brengt, geen verkiezingsprogramma en doorrekening op zak heeft, en niet bestuurlijk doet maar telkens ideeën lanceert ?

Dan zie je prachtige verwarring van het lijsttrekkersdebat van vorige week. En dan wordt zichtbaar hoezeer het taalbehang het Haagse debat domineert. Lijsttrekkers raken geïrriteerd, omdat een speels en simpel formulerende nieuwkomer hun de kans op het uitdragen van de bekende verantwoorde taal ontneemt.

Veel kiezers lachen om deze irritatie, en genieten van deze nieuwe stijl. En ik kan ze, overigens alleen naar die stijl kijkend, geen ongelijk geven.

De gevestigde lijsttrekkers zouden hieruit lering moeten trekken en het volgende ernstig moeten overwegen:

Kijk eens goed naar je eigen rituele gedrag, ga terug naar de oorsprong van waarom je de politiek inging. Meld dat, schets dat, en vergeet het rituele taalbehang. De lijsttrekkers die dat het beste kunnen zullen beloond worden.

Kiezers hebben weinig met beleid, met verkiezingsprogramma's, met uitleg, met fronsen, met het bestuurlijk voorzichtige. Ze hebben er jarenlang naar moeten luisteren omdat er niets anders was.

Nu is er een alternatief. En dan blijkt dat mensen het liefst gewoon in hun eigen taal contact willen voelen met de mensen waarop zij zouden willen stemmen.

Die mensen, onze lijsttrekkers, moeten zich dan gewoon als mens en niet als bestuurder en plakker van taalbehang laten zien.

Hans Jeekel was van 1995 tot 1998 Kamerlid voor D66.