Geen teleurstellingen meer

Hoe ziet de toekomst eruit als de mensen dankzij gentechnologie volmaakt zijn? Kunst en wetenschap schuilen bij elkaar - het gevolg is een toneelstuk van Zuidelijk Toneel Hollandia.

Hij zag geen onderscheid tussen kunst en wetenschap, de Franse encyclopedist Denis Diderot (1713-1784). Alle disciplines vielen wat hem betrof onder `de eenheid van het weten', het nieuwe, empirische wereldbeeld dat de vage en hoge waarheden van vroeger tijden moest verdringen. ,,Waarom,'' schrijft hij in Paradox van de toneelspeler, ,,zou een toneelspeler anders zijn dan een dichter, een schilder, een wetenschapper of een filosoof?''

Diderot heeft gelijk. Zo lijkt het tenminste in de Technische Universiteit van Eindhoven, om precies te zijn in de kleine kamer op de bovenste verdieping die men daar voor speciale ontvangsten gebruikt. In die kamer, een soort skybox met een spectaculair uitzicht over de stad, schuiven op een decembermiddag van het afgelopen jaar drie acteurs en drie wetenschappers om een ronde tafel, om passages te lezen uit Diderots werk. De wetenschappers houden zich bezig met gentechnologie. De acteurs – van Zuidelijk Toneel Hollandia – zijn bezig met een voorstelling over hetzelfde onderwerp, te spelen in de futuristisch aandoende atmosfeer van de Technische Universiteit. De TU wil geen `technologisch eiland' zijn, en voert daarom een officieel cultuurbeleid. Men heeft er vaker kunstenaars binnen de muren.

Vanmiddag schuilen kunst en wetenschap even bij elkaar onder de vleugels van Diderot. Want zitten hier niet eigenlijk zes onderzoekers die zich bezighouden met het scheppen van mensen – of ze het nu in klonen zoeken, of in personages? Hun denken is soms logisch, beamen ze stuk voor stuk, maar vaak ook associatief. Hun beste ideeën ontstaan tijdens de afwas of een wandeling, lang niet altijd tijdens het werk. En het is moeilijk om in het vuur van een onderzoek of repetitieproces voortdurend stil te staan bij de eventuele reacties van de buitenwereld. Soms telt alleen het werk zelf.

,,Acteurs en wetenschappers maken modellen van de werkelijkheid'', zegt Klasien Horstman, een ethica en sociologe. ,,Het heeft geen zin om dat model vervolgens niet te toetsen aan diezelfde werkelijkheid. Je moet op een of andere manier contact houden met de buitenwereld – wetenschappers moeten hun ivoren toren wel uit. Maar niet voortdurend – dan kunnen ze hun werk niet meer doen.''

,,Het is mijn droom om met een computersimulatie de werking van een menselijke cel na te kunnen bootsen,'' zegt wiskundige en informaticus Peter Hilbers. ,,Misschien wil ik de werkelijkheid dus niet alleen imiteren, maar zelfs overtreffen.''

,,In hoeverre,'' vraagt acteur Jeroen Willems. ,,Is het waar dat wetenschappers als ze aan het werk zijn niet gehinderd worden door ethische vragen?''

,,Je verschuilen heeft geen zin,'' zegt Hilbers. ,,Als jij iets niet probeert, doet iemand anders dat wel. En binnen vijftien jaar, hoe walgelijk het ook is. We moeten nu de regels definiëren; dat is beter dan dat ze je gedicteerd worden door een ander.''

,,Ik heb tegenwoordig toch een grens'', zegt gentechnoloog Peter Andreoli, ,,Want in principe kunnen we namelijk alles. Ik zeg: tot zover ga ik en verder ga ik niet. Dat kan ik niet verantwoorden. Ik ben zelfs bereid om uit te dragen dat andere mensen ook niet over die grenzen heen mogen gaan.''

,,Maar het is mogelijk dat je een verkeerde beslissing neemt, omdat je de gevolgen niet kan overzien'', zegt Tom Blokdijk, dramaturg van ZT Hollandia. ,,Tragedie is: laten zien wat er misgaat als iemand zo'n verkeerde beslissing neemt. En waarom hij dat doet. Soms moet je iets vreselijks laten zien, om het proces dat eraan vooraf is gegaan begrijpelijk te maken.''

,,Dat speelt bij ons ook'', zegt Peter Hilbers.

Tom Blokdijk: ,,Dus: ik maak die bom en ik laat hem vallen om te laten zien hoe erg dat is.''

Peter Hilbers: ,,Misschien is dat inderdaad wel nodig.''

Actrice Betty Schuurman: ,,Om verdere schade te beperken.''

Vindingen

Gen zal gespeeld worden in het `Laboratory of thermo fluids engineering' op de `W-laag' van de Technische Universiteit. Dat is een enorme betonnen zaal in een gebouw midden op de campus, met tegels op de vloer, neon aan het plafond en vol grote buizen, trossen kabels en cilinders. Overdag werken er studenten aan toegepaste technische vindingen – een cold cap, bijvoorbeeld, een muts met een temperatuur van min 32 graden die het haarverlies van kankerpatienten bij bestralingen tegengaat. In het laboratorium zijn voor het theaterpubliek alvast uitgezakte fauteuils neergezet, oases van sjofele geschiedenis in een steriele ruimte.

De locatie is half december het enige wat vast staat. Na kunst en landbouw in Varkens/boeren eerder dit jaar, wil Johan Simons nu een voorstelling over kunst en wetenschap maken. Met de TU onder handbereik (waar overigens niet gekloond wordt; men doet er alleen aan ondersteunend gentechnologisch onderzoek) en met kranten vol stukken over doorbraken in het stamcelonderzoek lag het thema voor de hand. Maar Simons' dramaturgen, Tom Blokdijk en Koen Tachelet, breken zich nog het hoofd over de vraag hoe dat dan moet – een voorstelling maken over zo'n technisch onderwerp. Er is dit keer geen modder, er zijn geen stallen en varkens die het probleem aanschouwelijk maken.

Over de technische kant van de zaak iets zeggen is met theatrale middelen bijna onmogelijk, zegt Blokdijk. De levens van onderzoekers dramatiseren, compleet met ethische dilemma's zoals bij de varkensboeren is gedaan, is dit keer geen optie – te simplistisch. Resteren de ethische vraagstukken in meer algemene zin, waar op de opiniepagina's artikelen over verschijnen. ,,Als je net aan zo'n voorstelling begint'', verzucht hij, ,,wil je niets liever dan deelnemen aan dat welles-nietes debat. Maar dat wordt nou eenmaal al gevoerd, door mensen die er veel meer van weten dan wij. Het heeft weinig zin dat nog eens over te gaan doen.''

Liever gebruiken de dramaturgen filosofie en literatuur als onderzoeksmateriaal. Er is de bekende rede Regels voor het mensenpark die de Duitse filosoof Peter Sloterdijk in de zomer van 1999 uitsprak, bijvoorbeeld, en waarin hij zich afvroeg of voor het huidige tijdperk van biotechnologie geen nieuwe morele context nodig was. In diezelfde zomer verscheen de roman Elementaire deeltjes van Michel Houellebecq, waarin die over een steriele wereld filosofeert, door technologie ontdaan van begeerte. Dat boek, wordt besloten, dient voorlopig als basis. De acteurs lopen met Elementaire deeltjes in hun tas, bij hun sjaals en hun flesjes water. Ze lezen het in de trein van en naar Eindhoven.

Tom Blokdijk stelt voor Elementaire deeltjes te combineren met een heel ander soort boek, de futuristische thriller De rode koningin van de Vlaming Dirk Draulans. Daarin draait het om de laatst overgebleven man in een vrouwendictatuur – de man is door technologie overbodig geworden. Wanneer we gaan klonen, zegt Blokdijk, lijkt de strijd tussen man en vrouw immers beslist. Blokdijk gaat aan het bewerken, maar zijn plan wordt door de acteurs terzijde geschoven. Ze willen de voorstelling niet toespitsen op de strijd tussen de seksen.

Analytisch

Het onderzoek van Johan Simons, ondertussen, heeft weinig te maken met gentechnologie, maar alles met de acteerstijl van het gezelschap waarvan hij artistiek leider is. Wetenschappelijke teksten passen op dit moment goed, legt hij uit. De acteurs speelden eerst, in de beginperiode van Hollandia, volledige karakters, grote emoties. Later legden ze zich toe op identiteiten. In De val van de goden, bijvoorbeeld, schakelden de acteurs heen en weer tussen verschillende personages, soms met tegengestelde belangen. ,,En nu,'' zegt Simons, ,,zoek ik naar een nog analytischer manier van spelen. Ik wil af en toe de contouren van een personage laten zien, maar meer ook niet. Ik wil gedachten laten spelen. Het onderzoek laten zien. Mensen raken in hun hoofd, meer dan in hun hart.'' ,,Dat onderscheid zou eigenlijk niet moeten bestaan'', zegt Tom Blokdijk.

De oplossing ligt voor de hand. Waarom de voorstelling niet precies maken tot dat wat de voorbereidingen nu zijn: een gedachtenexperiment? Blokdijk: ,,We gaan uit van de mens in de toekomst, die terugkijkt op de tijd zonder gentechnologie, de tijd dat het leven nog niet volmaakt was. We stevenen nu af op het klonen van de mens. Kennelijk willen wij mensen dat we verbeterd worden, misschien zelfs vervangen. Ongetwijfeld valt er bij technische volmaaktheid veel te winnen, maar er gaat ook veel verloren. De toeschouwers kunnen onderzoeken naar welke kant de balans doorslaat.''

,,Ik hoop,'' zegt Simons, ,,dat we beide kanten laten zien. Niet alleen de griezelige kant van technische perfectie, maar ook de voordelen. Geen teleurstellingen meer, ziektes elimineren voordat ze uitbreken.''

Half januari is er een tekst. Maar Elsie de Brauw gaat met vakantie en Jeroen Willems vertrekt naar Amerika. Pas daarna komen de repetities op gang – de première is drie weken verschoven, naar half maart. Middag na landerige middag lezen de acteurs de tekst, zin voor zin proevend en proberend en vooral: schrappend. Ze zuchten, graven in hun haar, verdrinken theezakjes in kopjes heet water. Het belangrijkste, zegt Simons, is de juiste toon te vinden voor elke scène, de filosofisch getinte redeneringen helder en intrigerend te houden.

Maar neem nu eens het stukje Houellebecq waarmee Elsie de Brauw het stuk opent: ,,Metafysische omwentelingen, radicale, volledige veranderingen in het wereldbeeld dat niet alleen de elite, maar ook de massa aanhangt – zijn zeldzaam. Wanneer een dergelijke radicale omwenteling zich voordoet, vaagt zij zonder enig mededogen de hele samenleving, hoe sterk ook, weg: het hele economische en politieke systeem, de bestaande esthetische en morele opvattingen en de totale heersende sociale rangorde.'' De acteurs krabben zich opnieuw de schedels. Hoe voorkomen ze dat het publiek doof wordt van al die grote woorden?

,,Ik krijg behoefte aan een schoolbord en een krijtje'', zucht Betty Schuurman.

,,We moeten het gewoon een beetje opleuken'', spot Simons. ,,Dan gaan we toch naakt?'' zegt Jeroen Willems.

Pijn

Gen [What dare I think?] is de titel van het stuk geworden. Het bestaat uit passages uit Elementaire deeltjes, gemengd met fragmenten uit onder meer De Fantasten van Musil, Plato's Symposium, en Gloed van Sandor Marai. Over schoonheid en volmaaktheid, versus vernedering, angst, pijn en nog meer pijn. Over een wereld waarin veel breekt tegenover één waar alles gerepareerd wordt nog voordat het kapot kan gaan. De regel `What dare I think' is de titel van een boek over eugenetica uit 1931 van Julian Huxley, oudere broer van Aldous, dat ter sprake komt in Elementaire deeltjes. Drie personages, anoniem, presenteren zich in Gen als thuis in een toekomst waarin `het genetische knippen en plakken' gemeengoed is. Alles kan, is impliciet hun vraag, maar zijn we daar gelukkiger van geworden? Of geeft, om met Marai te spreken, het leven nog steeds geen medailles?

,,Zachtheid,'' zegt Elsie de Brauw, ,,is geloof ik wel de oplossing voor dit stuk. Je zweeft als het ware boven de wereld, omdat je voortdurend over grote dingen praat. Van dat perspectief word je mild. Een beetje god, eigenlijk. God van jezelf.''

's Avonds verschaft het gezelschap zich met pasjes toegang tot het donkere gebouw op de campus. Daar worden de scènes geoefend die de abstracte redeneringen moeten doorbreken. Via een omweg – hij vertelt het verhaal van zijn personages en speelt het tegelijkertijd – toont Jeroen Willems de verhalen van Bruno en Michel, de twee bijkans autistische broers uit Elementaire deeltjes, de een leraar, de ander bioloog met Nobelprijscapaciteiten. Beiden zijn seksueel verdrietig – Bruno gluurt voortdurend naar jonge meisjes, Michel is vrijwel seksloos – en beiden hebben moeite aan het leven deel te nemen. Houellebecqs vrouwen, Christiane en Annabelle, zijn al even gemankeerd; ze zijn in de vruchtbare leeftijd en dus prooi, of ze hebben kanker en zijn dus zwanger van de dood. Bij Houellebecq is de seksuele revolutie niets dan seksuele desillusie, en die desillusie plaatst hij tegenover zijn begeerteloze futuristische alternatief.

En dat doet de voorstelling ook. Nog net. Want de première nadert, en Simons en zijn spelers veranderen. Niet langer zijn ze debaters over technologie of onderzoekers van een utopie. In plaats daarvan worden ze weer wat ze zijn: regisseur en toneelspelers. De menselijke drama's blijken op de speelvloer telkens krachtiger dan de abstracte passages, juist vanwege die tastende manier van acteren, waarin de acteurs hun eigen gêne gebruiken om die van hun personages vorm te geven. Daar valt van alles mee te proberen, veel aan te regisseren. Prachtig, hartverscheurend, roept Simons vaak na een gedeelte Bruno of Michel. En dan schrapt hij eerst scène zeven en dan scène acht.

Alleen het abstracte openingsgedeelte blijft. Het klinkt op een van de eerste try-outs mooi helder en onaantastbaar. Houellebecqs personages doen hun intrede, via de lichamen en de gezichten van de acteurs. Voorzichtige wandelaars in het mensenpark zijn ze, en ze laten het schuren en schrijnen, dat hortende, onvolmaakte leven van vroeger.

Je zou er bijna heimwee van krijgen.

`Gen [What dare I think]' is te zien in de Technische Universiteit Eindhoven, Den Dolech 2, ingang Auditorium. Inl. en res.: (040) 2460656 of www.zthollandia.nl