Extreme Indiase hindoes opgepakt

De Indiase politie heeft vandaag in en rond de heilige stad Ayodhya meer dan zesduizend extremistische hindoe-nationalisten opgepakt. De autoriteiten willen voorkomen dat de hindoes tegen een uitspraak van de Indiase Hoge Raad in, alsnog een omstreden plek in het moslim-deel van de stad bereiken waar zij een tempel willen bouwen.

Gisteren bepaalde de Hoge Raad dat een ceremonie voorafgaand aan de bouw van een omstreden hindoe tempel op de plaats waar radicale hindoes in 1992 een moskee uit de zestiende eeuw met de grond gelijk maakte, niet mag doorgaan. Maar in een compromisregeling van de Indiase regering kregen hindoes vandaag wel toestemming om een eerste pilaar voor de nog te bouwen tempel tot aan de grenzen van een verboden zone te dragen. Die processie, onder begeleiding van de politie, verliep grotendeels vreedzaam.

Hindoe nationalisten besloten vorig jaar tot de bouw van de omstreden tempel en beloofden elkaar daar vandaag een begin mee te maken. Het verbod van de Hoge Raad houdt een uitspraak van 1994 in stand waarin is bepaald dat eerst overeenkomst moet worden bereikt over de eigendomsrechten van de betwiste grond alvorens met de bouw van een tempel begonnen mag worden.

Die uitspraak is van extra belang geworden na de golf van religieus geweld die India de afgelopen twee weken heeft overspoeld. Bij sektarisch geweld, aangewakkerd door de moslimaanslag op een hindoetrein op de terugreis van Ayodhya, kwamen meer dan zevenhonderd mensen om het leven. Het moslim-hindoe conflict is het gewelddadigste van de afgelopen tien jaar.

Ten minste duizend hindoes werden vandaag ingerekend nadat zij een poging ondernamen door rijstvelden rond Ayodhya het centrum van de stad te bereiken. Elders in India, van Bombay tot Lucknow, de hoofdstad van Uttar Pradesh waar Ayodhya deel van uitmaakt, werden nog eens vijfduizend mensen opgepakt die de heilige stad als reisdoel zouden hebben gehad.