Europa en VS beloven meer hulp

Aan de vooravond van een internationale conferentie over ontwikkelingssamenwerking, volgende week in het Mexicaanse Monterrey, hebben grote industrielanden stappen gezet om de financiering van de internationale ontwikkelingshulp te intensiveren.

De Amerikaanse president Bush kondigde gisteren aan het ontwikkelingsbudget vanaf 2004 te verhogen met 5 miljard dollar. De landen van de Europese Unie kwamen gisteren overeen het percentage van hun bruto binnenlands product (bbp) dat zij uitgeven aan ontwikkelingshulp in 2006 te hebben verhoogd van gemiddeld 0,33 nu tot 0,39 procent. Door het besluit zal de EU in Monterrey met een gemeenschappelijk standpunt kunnen deelnemen.

Op de Monterrey-conferentie zullen de deelnemers, waaronder de Verenigde Naties, de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds en non-gouvernementele organisaties en alle VN-lidstaten, proberen 50 miljard dollar extra aan ontwikkelingshulp bijeen te schrapen om in 2015 de armoede in de wereld te hebben gehalveerd. Dit zouden de rijkste landen kunnen bereiken door beter te voldoen aan de VN-richtlijn om 0,7 procent van hun bbp uit te geven aan armoedebestrijding. Nu doen slechts vijf landen dat, waaronder Nederland, dat 0,8 procent besteedt. De Verenigde Staten besteden 0,1 procent van hun bbp aan ontwikkelingshulp. Alle rijke landen samen besteedden vorig jaar 53 miljard dollar (60 miljard euro) aan ontwikkelingshulp.

Nederland ging gisteren na aanvankelijke weerstand alsnog akkoord met het EU-besluit. Afgelopen maandag hield minister Jozias van Aartsen (Buitenlandse Zaken) tegenover zijn Europese collega's nog vast aan de Nederlandse eis dat de EU-landen zouden vastleggen in welk jaar zij de VN-richtlijn om 0,7 procent van hun bbp voor ontwikkelingssamenwerking uit te trekken, zouden bereiken. Daarmee blokkeerde Nederland, gevolgd door Zweden en Denemarken, de totstandkoming van een gemeenschappelijk EU-standpunt.

Nederland stemde ondanks bezwaren in met het voorstel. Volgens minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) was dit compromis beter dan de mogelijkheid dat er geen gemeenschappelijk EU-standpunt zou komen.