En daar is Hans Wiegel weer!

Tot één van de onuitroeibare wetmatigheden in de Nederlandse politiek behoort het verschijnsel Hans Wiegel. In een ver verleden was hij een kleurrijk en voor de VVD electoraal succesvol politicus aan het Binnenhof. Een exponent ook van de gepolariseerde jaren zeventig. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met die van Joop den Uyl. Ze hadden elkaar nodig voor het benadrukken van het eigen profiel.

Twintig jaar geleden vertrok Hans Wiegel uit de Tweede Kamer. Sindsdien is hij met behulp van de media die maar geen genoeg van hem en vooral zijn wise cracks kunnen krijgen gaan werken aan zijn eigen onmisbaarheid. Want Wiegel is behept met één ziekelijke angst: de angst om vergeten te worden. Zonder aandacht kan hij niet. Niets geeft Wiegel meer voldoening dan `boven de markt hangen'. En zodoende ventileert hij nu ook al twintig jaar met enige regelmaat dezelfde boodschap: als men hem vraagt terug te keren naar Den Haag, dan wil hij daar serieus over nadenken. Maar het tragische voor Wiegel is dat degenen die er binnen de VVD echt toe doen hem dat nooit vragen.

Toch weet hij alleen al door zijn `beschikbaarheid niet uit te sluiten' bij het spel hoort ook dat Wiegel zich steevast in cryptische bewoordingen uitlaat de VVD danig in verwarring te brengen. Want er is nog altijd een deel van de achterban dat denkt dat Wiegel in tijden van nood redding kan brengen. Nadat de paniek in de VVD uitbrak over de opmars van Pim Fortuyn, was het dan ook een kwestie van tijd totdat Wiegel zich zou melden. En daar was hij dus, afgelopen zondag in het televisieprogramma Buitenhof. Dit keer niet alleen beschikbaar om de VVD te redden, maar zelfs het hele land! Mocht hij gevraagd worden voor het premierschap dan was hij bereid dat te overwegen. Een mededeling die gevolgd werd door de bekende pavlov-reacties in de overige media.

Wiegel premier... Toch nog maar eens even het geheugen opfrissen. Van 1977 tot 1981 was Wiegel vice-premier in het kabinet-Van Agt. Het kabinet van `puinruimers' dat in 1978 in zijn ambitieuze bezuinigingsnota Bestek 81 beloofde dat in het jaar 1981 de werkloosheid zou zijn teruggebracht tot 150.000, de inflatie beperkt zou zijn tot 2 à 3 procent, en het financieringstekort zou zijn teruggebracht tot 4 à 5 procent.

De werkelijkheid was dat drie jaar later de werkloosheid bleek te zijn opgelopen tot 385.000, de inflatie 7,5 procent bedroeg en het financieringstekort tot ruim boven de acht procent was gestegen. In de vier regeringsjaren van Wiegel liep het beslag van de collectieve sector op het nationaal inkomen op van 57,6 procent tot 67,1 procent. Kortom, de puinruimers lieten slechts nog grotere puinhopen achter.

Iemand die toen de totale ontsporing van het economisch beleid niet op zijn beloop wilde laten was CDA-minister van Financiën Frans Andriessen. Hij kon zich in 1980 niet langer verenigen met het slappe beleid en bood zijn ontslag aan. Maar in plaats van hem te volgen bleven Wiegel en zijn partijgenoten in het kabinet zitten. Omdat hij bang was dat de kabinetscrisis die hierop onherroepelijk ging volgen ertoe zou leiden dat de VVD na vervroegde verkiezingen in de oppositie zou belanden, zoals hij in 1993 verklaarde in het boek Hans Wiegel en het spel om de macht van Volkskrant-journalist Jan Hoedeman. Het land moest het afleggen tegen het opportunisme.

Maar plezier heeft Wiegel in die tijd wel gehad. Nog immer kan hij vol nostalgie vertellen over de `vrindenclub' aan het Binnenhof waar politieke vijanden in het Kamerrestaurant elkaar onder het genot van een goed glas altijd weer wisten te vinden. En wat was het toch leuk dat hij vaak op vrijdagochtend de ministerraad in het Catshuis mocht voorzitten, omdat de echte voorzitter, Dries van Agt, zo'n moeite had met vroeg opstaan. De politiek moest ook vooral niet te serieus worden genomen. Toen de CDA-fractie meer dan 100 wijzigingsvoorstellen op het ontwerpregeerakkoord met de VVD had ingediend, zei Wiegel tegen Van Agt: ,,als we daar nu eens tweederde van overnemen en jij zoekt alvast uit welke dat moeten zijn''. De Tweede Kamer als studentensociëteit, kom daar nu nog eens om.

Uitgerekend de man met deze staat van dienst heet nu één van de VVD-kandidaten voor het premierschap te zijn. Zegt althans VVD-voorzitter Bas Eenhoorn, en zegt ook VVD-leider Hans Dijkstal. Beide hebben de openbare sollicitatie van Wiegel niet als zijnde absurd van de hand gewezen, maar hebben hem ondergebracht bij het lijstje mogelijke kandidaten. Niet dat zij maar iets in Wiegel zien, maar als het volk om Wiegel vraagt, dan krijgt het volk ook Hans Wiegel. In theorie, want werkelijk voordragen voor het premierschap zullen zij Wiegel nooit.

Hoe erg is een partij in verwarring als nog steeds wordt geteerd op een politiek relikwie uit de jaren zeventig? Natuurlijk, het is allereerst Wiegel zelf die er een haast satanisch genoegen in schept zijn partij keer op keer in verlegenheid te brengen met de speculaties over zijn eigen politieke toekomst. Maar de VVD heeft hem nooit echt te verstaan gegeven niet te zitten wachten op zijn diensten. Integendeel, als de nood echt aan de man is, als de spreekwoordelijke `rechtse knal' moet worden uitgedeeld, wordt maar al te graag een beroep gedaan op Hans Wiegel. Want een zaal toespreken met een paar goed in het gehoor liggende one-liners kan hij als de beste.

Voor deze dubbele houding, betaalt de VVD nu een prijs. Volgens de beste machiavellistische tradities neemt Wiegel de ruimte die de partij zelf heeft laten ontstaan. De eigenlijke leider van de VVD, Hans Dijkstal, wenst geen helderheid te verschaffen over zijn eigen ambities. Op de vraag of hij beschikbaar is voor het premierschap, antwoordt hij telkens dat hij één van de kandidaten is. Van deze onduidelijkheid maakt Wiegel dankbaar gebruik: hij is wèl beschikbaar. Voor de zoveelste keer. De mensen in het land zouden eindelijk beter moeten weten.