Een zweem van inzicht

Liefde is het thema van deze boekenweek en aan de vele facetten van liefde is ook het boekenweekgeschenk De ijsdragers van Anna Enquist gewijd. De verzandende liefde van een echtpaar waarvan de man in een midlife-crisis belandt, speelt slechts in schijn de hoofdrol. Belangrijker is het gebrek aan liefde van dit echtpaar voor hun dochter Maj. Vlak voor haar eindexamen is het meisje van huis weggelopen. Met name haar vader, de psychiater Nico van der Doelen, heeft haar nooit geaccepteerd zoals ze was en als acceptatie, volledige aanvaarding van de ander, een omschrijving is van liefde, heeft hij dus nooit echt van haar gehouden.

Maj is geadopteerd omdat Nico en diens vrouw Loes beide onvruchtbaar zijn, een geheim waarover ze behalve met het kind, nooit met iemand gesproken hebben en waarover ze ook onderling zwijgen. `Het onbespreekbare was de kern van hun verbond geworden'.

Ouderlijk verdriet: een kind adopteren dat tegenvalt, dat in geen enkel opzicht aan hen verwant is en waarvan niemand weet dat het niet hun biologische kind is. Op liefdeloosheid van ouders jegens kinderen rust al een taboe, maar afkeer van een geadopteerde dochter of zoon is helemaal onbespreekbaar.

Anna Enquist maakt zich moeiteloos meester van deze problematiek, die in goed gedoseerde, suggestieve flash backs aan de orde komt. Met veel begrip laat ze zien hoe verschillend Nico en Loes reageren op de verdwijning van hun dochter. Alleen Loes is in staat tot introspectie en voelt schuld, teleurstelling, ongerustheid. Nico gedraagt zich als de man uit het reclamespotje die op zondag het vlees komt snijden en zich verder van zijn gezin niets aantrekt. Zelfs nadat hij vanuit zijn auto Maj als tippelaarster meent te hebben ontwaard, dwalen zijn gedachten al snel af naar zijn gewichtige werk. Pas als de crisis in zijn huwelijk, zijn werk en zijn geest compleet is, breekt bij hem een zweem van inzicht door. `We hebben niet om haar vertrek kunnen rouwen, omdat we nooit verdriet konden hebben om haar komst', zegt hij tegen zijn vrouw. `Het was niet eerlijk tegenover haar, tegenover jou. Ik wil opnieuw beginnen. Het gaat om jou. Om ons.'

Enquist maakt in deze novelle een effectief gebruik van haar ervaringen als psychotherapeut. De crisis waarin Nico belandt, de snelheid en onafwendbaarheid waarmee hij de afgrond tegemoet gaat, roept ze overtuigend op, maar de ontknoping, (dood door zelfmoord, zoals Enquist al in menig interview heeft prijsgegeven) wekt de indruk van gemakzucht.

Enquist verwierf een grote schare bewonderaars dankzij haar alledaagse manier van schrijven die kenmerkend was voor haar vorige romans, Het geheim en Het meesterstuk. Ook De ijsdragers is nadrukkelijk niet bedoeld als literair hoogstandje. On-literair schrijven lijkt zelfs tot haar poëtica te behoren, getuige de geringschattende opmerking van het personage Loes over literaire taal. Woedend keert ze zich tegen een niet nader genoemde schrijver die het als zijn opdracht ziet de taal te ontregelen. `De arrogantie van zo'n auteur, de megalomane uitzinnigheid van zo'n doelstelling, het gebrek aan inzicht in wat mensen overeind hield dat uit zo'n zinsnede sprak. Hoe durfde hij!'

Zelf waagt Enquist weinig met taal. Ze kan de woorden niet naar haar hand zetten, is geen schrijfster die met woorden tovert. Haar zinnen ontsporen zelden, maar verrassen doen ze evenmin. Ontregelde mensen zet ze vakkundig en natuurgetrouw neer, maar haar lezers ontregelt ze niet en dat is wel wat je van literatuur mag verwachten.

On-literair is ook Enquists onstuitbare explicatiedrang: iedere metafoor wordt bij herhaling uitgelegd. En dan de metaforen zelf: Loes is onvruchtbaar en dus haat ze zandgrond, zoals we al in de eerste zin vernemen. Op zandgrond groeit namelijk niets, vandaar dat ze in haar tuin in de duinen ladingen kleigrond laat storten. Haar man wil als directeur van een psychiatrische inrichting onmogelijke reorganisaties doorvoeren en als ze voorvoelt dat hij daaraan ten onder zal gaan denkt ze aan `dijkval', `aan hoe op klaarlichte dag een zonnige grasdijk kon inzakken en verdwijnen omdat de onderliggende zandbedding in beweging raakte en wegspoelde.' Als lezer durf je dan bijna niet meer verder te lezen. Ze zal toch niet? Maar ja hoor: `Het onbetrouwbare zand', staat er vervolgens. `Gemeen, geniepig zand', blijkt ook voorhanden, evenals `machteloos zand'. Als Nico er in zijn radeloosheid vandoor gaat, denkt Loes: `Zijn afwezigheid was als het zand: net zo ergerniswekkend als zij vond dat het was.'

Nog voor Nico sterft krijgt Loes te horen wat een puinhoop hij van zijn leven en daarmee van het hare heeft gemaakt. In één tel ziet ze alles uit elkaar vallen, wat authentiek aandoet en invoelend is beschreven. Tot de zinswending waarin ze bang is te zullen wegzakken `in het drijfzand'. Nico wordt ten slotte ter aarde besteld op een begraafplaats in de duinen, jawel, in het zand, dat in de laatste zin met een doffe plof op de kist valt.

Anna Enquist: De ijsdragers. Stichting CPNB, 91 blz. Boekenweekgeschenk