Een wel zeer los en luchtig gespeeld concert

De geest van Riccardo Chailly waarde gisteravond door de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Nog voor zijn beslissing om in 2004 naar Leipzig te vertrekken, had hij al besloten om minder in Amsterdam te dirigeren. Daarmee sneuvelden twee typische Chailly-evenementen: zijn uitvoering van Bachs Matthäus Passion op Palmzondag en het Varèse-Debussy-Franckconcert, dat hij dezer dagen drie keer zou dirigeren.

De Matthäus zou Chailly's tweede Amsterdamse uitvoering zijn geweest, na die in 1999 ter viering van een eeuw Matthäus-traditie bij het Concertgebouworkest. Het Varèse etc.-concert herinnert aan Chailly's succesvolle Varèse-project uit de jaren '90 met het Concertgebouworkest en het Asko Ensemble. De dubbel-cd die dat opleverde baarde internationaal opzien en kreeg verschillende onderscheidingen. Nu wordt dit bijzondere Franse concert gedirigeerd door Yan Pascal Tortelier, de zoon van de beroemde cellist Paul Tortelier, die in 1998 al eens eerder in Amsterdam een Frans concert leidde met muziek van onder anderen Varèse.

Het programma van het concert is hoogst bijzonder: drie werken, die met tussenpozen van twintig jaar een ontwikkeling in vorm en klank markeren, maar dan wel in een omgekeerde volgorde. Zo wordt begonnen met het extreemste en het nieuwste werk: Varèse's Intégrales (1924-'25) voor elf blazers en vier slagwerkers. Met zijn schrille en schurende nogal vormloze klankwereld had dit stuk ook bijna uit de jaren '60 kunnen dateren, met het oproerige trommeltje als een ironiserende hommage aan de 17de eeuwer Charpentier. De `mooie' stukjes met een sfeervolle gong en Bruno Maderna-achtige hobo-passages doen nu aan als stijlbreuken. La mer (1903/5) van Debussy was met zijn schilderachtige impressionisme een breuk met strenge vormen. En de Symfonie van Franck (1886-'88) was omstreden, zeer vormbewust en zeer kleurrijk van klank.

De uitvoering van Debussy en Franck is hoogst bevreemdend en soms bijna onherkenbaar. Het lijkt erop dat Tortelier het idee achter het concert extra wil benadrukken en daarom in deze muziek zoekt naar het avantgardisme van Varèse. La mer wordt neergezet met een wel bijzonder losse, luchtige en lichte toets, in schilderstermen: meer pointillisme dan impressionisme. En Franck klonk, behalve in het fijnzinnig gespeelde Alegretto, veel te vluchtig en schetsmatig met een overmaat aan harde en helle blazers.

Dit concert bevestigt dat Rijn en Maas nog steeds de grenzen vormen tussen het strenge symfonische noorden en het gemoedelijker zuiden met de Franse slag.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Yan Pascal Toretelier. Muziek van Varèse, Debussy en Franck. Gehoord: 14/3 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 20, 21/3.

Radio 4: 31/3 14 uur.