Droom van een orkest- inzeper

Hans Leenders (1971) is assistent-dirigent bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

De programma's van chef-dirigent Valery Gergjev worden door hem ingestudeerd.

Heel soms dringt de wereldpolitiek ook door tot de klassieke muziek. Twee dagen na `9/11' strandde Valery Gergjev, chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, op de luchthaven van Los Angeles. Het Rotterdam Philharmonic Gergiev Festival begon zonder zijn naamgever, met op de bok de assistent-dirigent. Plotseling waren alle ogen gericht op Hans Leenders (30), de orkest-inzeper wiens voorbereidend werk doorgaans achter de schermen verborgen blijft. ,,Het werden niet de meest weergaloze concerten die ik ooit heb gedirigeerd'', lacht Leenders, ,,maar het was natuurlijk wel een prachtkans. Ik had nooit eerder een heel programma gedirigeerd, en die kans kreeg ik nu wél. Het orkest was tevreden met de afloop en ikzelf ook, maar je kunt je een idealer situatie voorstellen. Ik had precies één repetitie om een eigen visie op het orkest over te brengen.''

Het assistent-dirigentschap heeft een lange historie. In de jaren tachtig en de vroege jaren negentig ontbrak het fenomeen in Nederland, met een tastbaar gebrek aan dirigenten van de generatie tussen Edo de Waart (60) en Lawrence Renes (31) als gevolg. Voordien leerden De Waart, Hans Vonk en Ed Spanjaard het vak als assistent van Bernard Haitink bij het Concertgebouworkest. De Waart droeg zijn kennis bij het Radio Filharmonisch Orkest over op Lawrence Renes en Alexander Liebreich, Micha Hamel assisteerde bij het Radio Symfonie Orkest.

In Rotterdam werd in 1995 besloten dat het na zestien jaar afwezigheid tijd was voor de terugkeer van de assistent-dirigent. Na Jurjen Hempel en Ernst van Tiel werd in 1998 Hans Leenders, slagwerker in het orkest, geselecteerd uit 21 kandidaten. Het jaar daarop zegde hij zijn orkestbaan op en richtte zich helemaal op het dirigeren. Leenders: ,,Ik heb altijd gehoopt met dirigeren door te kunnen gaan. Maar zo'n droom moet wel uitkomen, en het was natuurlijk een merkwaardige situatie als dirigent te auditeren bij het orkest waar ik zelf als musicus deel van uitmaakte. Gelukkig werkte die achtergrond uiteindelijk alleen maar in mijn voordeel. Er zullen ongetwijfeld orkestleden zijn die mij als dirigent verschrikkelijk vinden, maar ik heb nooit échte problemen ondervonden. Integendeel, de musici helpen me en voorkomen met adviezen een deel van mijn beginnersfouten. `Hans, je moet het orkest niet zo vaak laten stoppen met spelen. Hans, praat eens wat harder!' Dat zijn simpele, maar cruciale tips. En die open communicatie geeft me het gevoel dat ik fouten mág maken.

,,Alle orkesten zouden het als een taak moeten zien de functie van assistent-dirigent in te stellen'', vindt Leenders. ,,Enerzijds omdat het zinvol is dat een orkest over een assistent kan beschikken. Anderzijds omdat je alleen op die manier jonge, Nederlandse dirigenten opleidt voor de toekomst. Het sturen van honderd professionele musici is zò totaal anders dan droog of voor een piano de maat slaan - dat leer je alleen in de praktijk.''

De functie van assistent-dirigent biedt Hans Leenders een `werkervaringsplek' die veel inschikkelijkheid eist en weinig glamour biedt. ,,Assistent-dirigent is een loodzware, dienstbare baan'', beaamt hij. ,,In de schaduw van chef-dirigent en gastdirigenten studeer ik alle orkestprogramma's in voor als een dirigent ziek wordt of er een repetitie overgenomen moet worden. Dat is extreem intensief, en daardoor kun je muzikaal maar tot beperkte hoogte komen. Maar tegenover die krankzinnige werkdruk staat de unieke ervaring die ik opdoe. Provincieorkesten als het Brabants Orkest of het Gelders Orkest zullen nooit een beginnend dirigent uitnodigen voor Mahlers Tweede symfonie. Als assistent kom ik nu wél op de bok met zulk repertoire in contact.''

Onmisbaar

Het Rotterdamse assistentschap is in Nederland uniek. Anders dan bij het Radio Filharmonisch Orkest is de assistent-dirigent in Rotterdam geen `extra' medewerker, maar een onmisbaar lid van het artistiek team. Chef-dirigent Valery Gergjev combineert zijn positie in Rotterdam met verbintenissen aan het Mariinksi Theater in St. Petersburg, de Metropolitan Opera in New York en talrijke losse gastdirecties. Als gevolg daarvan is hij zelden in staat het repetitieproces in Rotterdam helemaal zelf voor zijn rekening nemen. ,,Bij de Gergjev-programma's moet ik vrijwel altijd een repetitie overnemen'', erkent Leenders. ,,Dat zijn meestal de kennismakingsrepetities, waarin je het orkest de stukken wat laat doorspelen. Het grove werk. En dat kan ook niet anders. Uiteindelijk zal Valery Gergjev het concert dirigeren, en ik kan nooit in detail voorspellen hoe hij dat gaat doen. In zo'n situatie is het zinloos het orkest te laten wennen aan muzikale details die ze later misschien weer moeten afleren. Het is meer mijn taak om het orkest gevoel voor een stuk te laten opbouwen. Dat kun je bereiken door domweg doorspelen, maar dat is geestdodend. Ik probeer in het repetitieproces dus wel een beetje aan muzikale aspecten te werken, en handel dan zoveel mogelijk in Gergjevs geest. Als slagwerker heb ik hem veel van dichtbij meegemaakt, dus ik voel in grote lijnen vaak wel aan welke richting zijn interpretatie uit zal gaan.''

Over de Rotterdamse werkwijze met Gergjev als chef en Leenders als `inzeper' zijn de meningen verdeeld. Pleegt een orkest geen roofbouw op zijn klankcultuur door te kiezen voor een chef die doorgaans één of twee repetities voor het concert invliegt, en na afloop soms meteen weer vertrekt naar een volgend engagement? ,,Elk orkest moet zich bezinnen op de inhoud van het chef-dirigentschap'', vindt Leenders. ,,Voor een provincieorkest dat basale aspecten moet verbeteren is een chef-dirigent die veel aanwezig is zeker een goede keuze. Bij een toporkest als het Rotterdams Philharmonisch Orkest zou zo'n situatie ook verlammend kunnen werken. Wat dirigenten als Valery Gergjev en Simon Rattle in één week aan verfijning bij het orkest bereiken, daaraan werkt een dirigent van iets minder niveau een half jaar. En dan nog komt hij nooit tot hetzelfde resultaat. Wat is dan het garanderen van kwaliteit? Is dat het streven naar die ene echte piek, dat werkelijk onvergetelijke concert onder de wereldtopdirigent? Of is dat het engageren van een betrouwbare, maar minder inspirerende chef? Het Rotterdams Philharmonisch Orkest heeft zich in het tijdperk-Gergjev ontwikkeld tot een scherp, snel, flexibel en organisch ensemble. De kwaliteit moet tellen, niet de kwantiteit.''

Eerlijk

Een goed dirigent is iemand die zich gedraagt zoals hij is, die eerlijk is, vindt Leenders. ,,Ik bereid programma's voor, en zie daarna hoe de `echte' dirigenten het afwerken. Vergelijkenderwijs leer je hoe dirigeren werkt. Elke dirigent heeft een andere persoonlijkheid, elke persoonlijkheid een andere visie op het repertoire. Dat maakt het muziekleven interessant en divers.

,,Het contact dat ik als assistent heb met de andere dirigenten verschilt enorm. Met Valery Gergjev is spreken over muziek in onbenulligheden én abstractheden altijd tweerichtingsverkeer. Hij ziet zijn partituur vaak pas op het laatste moment, en zuigt dan als een spons alles op wat ik hem vertel of juist vraag. Met een dirigent als Simon Rattle kom ik nauwelijks in contact, iemand als Hans Vonk is juist weer de ultieme mentor en raadgever. Hij steunt en adviseert in een leerproces dat hij zelf al heeft doorlopen, en begrijpt de moeilijkheden die je tegenkomt. Hoe ga je om met opstandige musici? Hoe spreek je tot een orkest dat er helemaal geen zin in heeft? Daar blijken allerlei trucjes voor te zijn, maar die doe ik lekker niet uit de doeken!

,,Natuurlijk is het zo dat ik het meeste van Valery Gergjev heb geleerd. Dirigeren is voor hem een voortdurend zoeken, een `work in progress'. Soms vindt hij helemaal niets, soms iets werkelijk geniaals. Neem zijn uitvoeringen van Tsjaikovski's symfonisch oeuvre. Die gaan soms volledig voorbij aan de muzikale aanwijzingen in de partituur, maar komen dichter tot de kern dan alle andere uitvoeringen die ik ken. Gergjevs geheim schuilt in de openheid van zijn aanpak. Hij bespeelt het orkest als een piano, bijna improviserend. Met zijn mimiek stuurt hij en dwingt hij de musici alert te blijven, omdat hij zijn visie deels pas op het laatste moment bepaalt. Dan voel je de energie heen en weer stromen.

,,De orkestleden voelen en zeggen dat ik sommige technische trucjes en foefjes van Gergjev overneem, en daar schaam ik me absoluut niet voor. Dit zijn mijn leerjaren; het zou toch doodzonde zijn wanneer ik de technische oplossingen voor muzikale problemen in de wind zou slaan? Maar vervolgens moet je zo'n gebaar in je eigen fysiek inpassen, en dat kost tijd. Neem Gergjevs beruchte, wapperende linkerhand. Daarmee kan hij als geen ander de lengte van alle tonen dirigeren, en zo houdt hij de klank vast. Daarmee realiseert hij momenten van een unieke klankintensiteit, maar dat leer je niet zomaar! Ik heb als beginnend dirigent heel wat repetitietijd nodig om te bereiken wat hij op gebaar bij het orkest voor elkaar krijgt.''

Volgende week dirigeert Hans Leenders in Rotterdam viermaal zijn eerste officiële eigen programma voor het orkest. ,,Met na de pauze de symfonische dansen van Rachmaninov'', straalt hij. ,,Ik mocht zelf kiezen. Dit werk trok me al bij eerste beluistering sterk aan vanwege de combinatie van een sterke ritmische puls en ruimte voor melodische schoonheid. Ik had als ex-slagwerker ook voor Le sacre du printemps van Stravinsky kunnen kiezen, maar dat stuk biedt minder ruimte voor brede melodieën, voor het graven in de klank.

,,Riccardo Chailly heeft eens gezegd: `Het is onzin te wachten met Mahler tot je vijftig bent.' Hij heeft in essentie gelijk: klaar zijn voor een bepaald werk heeft niet te maken met leeftijd, maar met persoonlijkheid. Met bepaalde werken wil ik puur gevoelsmatig dus nog wachten. Mijn hart ligt nu bij het Franse en het Russische repertoire. Het zwaardere, Duitse repertoire, de opera – dat komt later. Ik ben voorzichtig, denk ik. Het hoeft voor mij niet allemaal meteen. Het gaat me er vooral om écht op eigen kracht door te dringen in de kern van de muziek.''

Komend seizoen wordt Leenders laatste als assistent-dirigent. Tussen zijn uitgedunde bezigheden in Rotterdam en na 2003 is hij als gastdirigent te beluisteren voor het Gelders Orkest, het Radio Symfonie Orkest, het Noord Nederlands Orkest, het Orkest van het Oosten en het Residentie Orkest. ,,Werk is er genoeg, daar maak ik me absoluut geen zorgen over. Het is meer zaak niet te veel te willen, tijd vrij te maken om te studeren. Ik ben absoluut geen zakenman, dat is misschien mijn grootste beperking. Ik wil alleen maar met de noten bezig zijn, en dat zo goed mogelijk.''

Rotterdams Philh. Orkest o.l.v. Hans Leenders met muziek van R. Strauss en S. Rachmaninov: 20, 21, 22/3 20.15 uur; 24/3 14.15 uur De Doelen Rotterdam. Res.: (010) 2171717