De waarheid is illusie

De filosoof Hans-Georg Gadamer, is woensdag op 102-jarige leeftijd overleden, zo maakte de stad Heidelberg gisteren bekend. Gadamer is vooral de schrijver van één boek gebleven. Hoewel zijn Verzamelde werken tien delen omvatten, en er na de verschijning daarvan in 1995 nog regelmatig boeken bijkwamen, kon niets ervan in de schaduw staan van Wahrheit und Methode. Deze studie over de `grondslagen van een filosofische hermeneutiek' waarmee Gadamer in 1960 zijn roem verwierf, zou uitgroeien tot een van de meest invloedrijke filosofische werken van de twintigste eeuw.

Gadamer werd in 1900 geboren in Marburg en groeide op in Breslau onder het Pruisische regime van een vader die, als fysisch chemicus, zijn keuze voor de filosofie maar moeilijk kon verkroppen. Gadamer leerde in 1923 Martin Heidegger kennen, door wiens denken hij volledig werd overrompeld en bij wie hij zijn Habilitationsschrift schreef.

Hoewel Gadamer geen aanhanger was van het nationaal-socialisme en hij nooit partijlid is geworden, heeft dat zijn carrière tijdens de nazi-tijd niet gehinderd. In 1934 kreeg hij een professoraat in Kiel, waar de zittende joodse hoogleraar was verwijderd, en vervolgens in Marburg en Leipzig. Dankzij die partijloosheid kon onmiddellijk na de oorlog in diezelfde stad decaan worden van de filosofische faculteit. Twee jaar later vertrok hij uit het `Russische' Leipzig naar Frankfurt en vervolgens naar Heidelberg, waar hij tot aan zijn dood is blijven wonen en werken.

In zijn hoofdwerk Wahrheit und Methode, dat hij op zestigjarige leeftijd publiceerde, onderzoekt Gadamer systematisch het begrip `interpretatie'. Dat is het kernbegrip van de menswetenschappen, die zich daarin – zo had de negentiende eeuwse filosoof Dilthey al vastgesteld – van de natuurwetenschappen onderscheiden. Historici gingen er echter nog altijd van uit dat in het `gesprek' tussen materiaal en onderzoeker uiteindelijk de objectieve waarheid over het verleden zou oplichten.

Volgens Gadamer is dat een illusie. De onderzoeker brengt altijd zijn eigen `vooroordelen' mee van waaruit hij zijn vragen stelt. De `waarheid' die daarin aan het licht komt, is dus van een heel andere aard dan `ware feiten' die de natuurwetenschappen ontdekken. Ze heeft betrekking op de betekenis die de feiten voor ons hebben, en blijft altijd met de situatie van de onderzoeker verbonden.

Onmiskenbaar geïnspireerd door Heideggers existentie-filosofie, breidde Gadamer die gedachte tenslotte uit naar het hele menselijke bestaan. Onze verhouding tot de wereld om ons heen heeft de structuur van een gesprek; we zijn vragende en dialogerende wezens. Het duidelijkste is dat zichtbaar in de ervaring van de kunst, waaraan Gadamer het eerste deel van Wahrheit und Methode wijdde. Ruim vijfentwintig jaar later zette hij de grondgedachten van zijn kunstfilosofie nog eens uiteen in het essay De actualiteit van het schone, het enige boek van hem dat in het Nederlands is vertaald.

De Duitse president Johannes Rau prees Gadamer omdat hij de filosofie van betekenis had gemaakt voor het dagelijks leven. Met hem heeft Duitsland een groot filosoof en een groot mens verloren, aldus Rau.