De mens leeft van verhalen

In de laatste roman van Kristien Hemmerechts komt een van de personages tot het besef dat je de doden los moet laten en door moet leven. ,,Dat is nu eenmaal de vloek van degene die achterblijft.'

,,Schrijven is voor mij een noodzaak. Ik benijd mensen die gewoon kunnen leven, zonder te schrijven. Voor mij is het leven zoals dat zich aanbiedt los zand, chaotisch, zinloos en absurd. Elk boek, zelfs elk artikeltje, is een poging om daar een laag betekenis over uit te gieten.' Kristien Hemmerechts (1955) publiceerde vorige week de roman Donderdagmiddag. Half vier, haar twintigste boek in vijftien jaar. Ze behoort daarmee tot de productiefste auteurs van het Nederlandse taalgebied. Is het schrijven om te leven of leven om te schrijven?

,,Ik zou het ondraaglijk vinden om een jaar niet te schrijven, maar dat is niet omdat ik per se een boek wil hebben. Als je het zo voorstelt, word ik plotseling een enorm ambitieus iemand. Alsof ik mezelf iets moet bewijzen of dat ik iets moet compenseren, een leegte, een afwezigheid. Herman interpreteerde het ook zo: hij heeft daar zelfs een gedicht over geschreven. Maar ik heb niet het idee dat ik aan prestatiedwang lijd. 't Is meer zo dat ik een voortdurende drang heb om bezig te zijn met teksten. En al het andere dat ik moet doen, boodschappen, huishouden, lesgeven, is minder belangrijk.'

In haar imposante, stijlvol ingerichte Antwerpse herenhuis met uitzicht op een nog kale winterse tuin, vertelt ze dat ze na 22 jaar haar baan aan de universiteit van Brussel, waar ze Engelse literatuur doceerde, eraan heeft gegeven. Om nóg meer te kunnen schrijven.

Herman. De naam van dichter Herman de Coninck, haar vijf jaar geleden overleden echtgenoot, valt veelvuldig. Over hem schreef ze in 1998 het alom geprezen herinneringsboek Taal zonder mij. We zitten in wat voorheen zijn werkkamer was, omringd door zijn immense poëziecollectie. Als collega-schrijver was De Coninck een grote steun voor Hemmerechts. Nu staat ze ervan te kijken hoe weinig het voor haar werk uitmaakt dat zij hem als kritische lezer moet missen.

,,Natuurlijk heeft hij praktisch veel betekend voor me. Herman kon zeggen: kijk, daar en daar zitten de zwakke punten. Hij was een zeer goed lezer en een uitstekend redacteur. Dat was een enorme luxe en die ben ik kwijt. Maar ik heb niet het gevoel dat er een verschil is tussen wat ik toen schreef en nu. Tegenwoordig laat ik alles aan mijn nieuwe vriend lezen. Hij is geen literator, maar dat is ook een voordeel. Herman zei vaak dat voor hem het belangrijkste oordeel dat van zijn buurvrouwen was: mensen die wel veel lezen, zonder professionals te zijn. Dat heb ik ook met mijn huidige geliefde: hij reageert zoals de gewone lezer.'

Toen Herman net dood was zei u: ik weet niet hoe het zonder hem moet met mijn volgende roman, De kinderen van Arthur. Misschien wordt 't mijn slechtste, maar misschien wel mijn beste boek. Wat is het volgens u geworden?

,,Ik weet het niet. In De kinderen van Arthur heb ik de woede gestopt die uit Taal zonder mij is weggelaten. De woede die je voelt als een geliefde doodgaat. Hetzelfde geldt voor Een zuil van zout, waarin de kwaadheid om de dood van mijn twee aan wiegendood gestorven baby's ontbreekt, een kwaadheid die pas opduikt in Zonder grenzen. In veel opzichten is dat een wreed boek. Er wordt iemands hoofd afgehakt. Daar zit de woede in die ik voelde. De razernij als je gedwongen bent je kinderen te begraven. Dat is natuurlijk niet netjes. Ik heb gemerkt dat de maatschappij woede niet goed kan hanteren, dus stop je dat in zo'n boek.

,,Taal zonder mij is heel keurig en beheerst. De kinderen van Arthur vormt er de nachtzijde van. Er wordt een moeder in vermoord en in stukken gehakt. Fictie is voor mij een manier om iets te verkennen. Eén van mijn favoriete personages is Petra uit Zonder grenzen, omdat zij op een consequente manier niet flink is. Het lijkt mij heerlijk als je de moed hebt om niet flink te zijn. Wat ik fijn vond aan het creëren van dat personage was dat zij dat met consequente halsstarrigheid weigert. Terwijl de hele maatschappij staat te roepen: je moet flink zijn, je moet je leven in eigen hand nemen, je mag je niet laten gaan, lapt Petra dat gewoon aan haar laars. Ik heb niet de moed om zo zwak te zijn als zij. 't Lijkt me echt verschrikkelijk als je je zo laat gaan. Je raapt jezelf niet meer bij elkaar, dat lukt dan niet meer. Ik doe wel heel flink, maar er zit ook een zwak iemand in mij en die kan ik leren kennen in zo'n personage.'

Wat zit er in uw nieuwe roman dat in voorgaande boeken is weggelaten?

,,Het besef dat je de doden moet loslaten. Het gaat over het verraad dat je, door in leven te blijven, per definitie pleegt tegenover de doden. In de kinderen van Arthur draait het om de weigering de doden los te laten: het koesteren van het verleden. In Donderdagmiddag. Half vier is `de moraal' dat Hassan, de vriend van het verongelukte meisje Karen, erkent dat hij zal moeten blijven leven. Dat is nu eenmaal de vloek van degene die achterblijft.'

Waarom is blijven leven een vorm van verraad?

,,Iedere keer als je heel close bent met iemand die sterft, is het onverdraaglijk dat jij er nog bent, indecent bijna. Een gevoel dat ik nog veel sterker had met de dood van mijn kinderen. Donderdagmiddag. Half vier ontstond naar aanleiding van het vierde gebod: `Eert uw vader en uw moeder'. Ik sta er altijd van te kijken wat kinderen allemaal willen doen om de liefde van hun ouders te winnen. Ze zijn bereid heel ver te gaan om door hun ouders maar te worden bemind, erkend of aanvaard. Ik dacht: het gebod tot liefhebben moet je misschien eerder bij de ouders leggen. Dit is het structurerende gegeven in de roman.'

Donderdagmiddag. Half vier bestaat uit verhalen van verschillende mensen die reageren op de dood van het meisje Karen. De rode draad is de relatie van ouders tot hun kinderen. Damien, de tikleraar met wiens bestelwagen Karen is doodgereden, weigert zijn kind nog te zien. Bea, moeder van Karen, tobt over het geheim van de kunstmatige inseminatie waarmee haar dochter is verwekt en Sam, een architect, ontdekt dat zijn gesteriliseerde vriendin graag een kind wil. Soortgelijke thema's keren terug in de sprookjesachtige verhalen die Hassan in het boek vertelt. Waarom die sprookjes?

,,Heel veel gebeurt gewoon al schrijvend, zonder vooropgezette bedoeling. Ik wilde vooral geen tragisch boek schrijven, ik wilde een speels en luchtig boek, zij het over een ernstig onderwerp. Enerzijds ben ik er heilig van overtuigd dat het leven ophoudt bij de dood, maar daarnaast heb je in onze cultuur, in elke cultuur, talloze verhalen, mythes en legenden die allemaal pogingen zijn om de dood te bezweren, aanvaardbaarder te maken. De harde werkelijkheid is dat wij op aarde komen om ons voort te planten en te sterven. Dat is een ondraaglijke gedachte voor wat je eigen leven betreft, maar nog veel meer als het over je geliefde gaat of over je kinderen. En dus heb je de Orpheusmythe, de legende van het hiernamaals, de Hades en nog veel meer prachtige, troostrijke verhalen. Ik doe een poging om die functie van het verhaal te redden.

,,Zelf ben ik in een katholiek milieu opgegroeid en ik heb er vrij lang, tot mijn 23ste, over gedaan om het geloof af te zweren. Toen mijn kinderen stierven, mocht er geen priester aan te pas komen en nog altijd zou ik dat ook voor mezelf niet willen. Maar tien jaar geleden kwam ik er achter dat mijn inmiddels 21-jarige dochter niets wist van religieuze tradities. We reden voorbij een kerk waar een gigantische Christus aan de gevel hing. Ze zei: mamma, wie hangt daar? Toen dacht ik: dit kan niet, dat zij hier leeft en woont en niet weet wie Christus is. Dus heb ik haar religieuze opvoeding ter hand genomen. We zijn in Italië de ene kerk na de andere afgegaan en ik merkte dat zij daar op een totaal andere manier op reageerde dan ik. Zij had niet die verschrikkelijke connotaties die ik had. Zij zag in zo'n kerk een zee van kaarsenvlammetjes, ze hoorde prachtige muziek en werd er door aangegrepen. Zo begon ik te beseffen dat de riten, muziek en kunst die de kerk allemaal heeft voortgebracht de moeite waard zijn. Laat al die ergernis nou maar eens los, dacht ik, geef je maar gewoon over aan de schoonheid van rituelen. Ik probeer nu de behoefte aan rituelen, gebaren en verhalen als een universele menselijke reflex te zien.

,,Voordat in de achttiende eeuw de roman ontstond, was het strijdtoneel de wereld van de goden, later de wereld van de aristocratie. De tragedies die zich eerder afspeelden tussen de goden, en bij Shakespeare tussen koningen, voltrekken zich nu tussen leden van het gezin, maar in wezen blijven het dezelfde verhalen. Dat idee wilde ik in mijn boek stoppen. De mens is voor mij een wezen dat verhalen nodig heeft, dat lééft van verhalen. De sprookjes in Donderdagmiddag. Half vier zijn oerverhalen.'

Uw laatste romans zijn allemaal opgebouwd uit min of meer losstaande stukken, waardoor ze een fragmentarische indruk maken. Wilt u daarmee voorkomen dat de werkelijkheid eenzijdig wordt belicht?

,,Wat ik vooral niet wil is vertrekken vanuit een schema, waarna de roman vervolgens een invuloefening wordt. Ik vind dat je moet vertrekken vanuit de vraag: waar zit het verhaal, waar wil ik iets over vertellen, wat zijn de lijnen. Dat maakt dat er een zekere bondigheid ontstaat, dat er gaten blijven, maar gaten waarvan ik denk: die kun je moeiteloos zelf invullen. Ik werk nogal filmisch. Scènewisselingen, heen en weer springen in de tijd, tussen personages en locaties, het wordt in films allemaal als vanzelfsprekend ervaren. Film is per definitie gefragmenteerd, maar bij romans wordt die fragmentatie nog altijd als uitzonderlijk opgevat.'

Inhoudelijk vertoont uw nieuwe boek overeenkomsten met De IJsdragers, het boekenweekgeschenk van Anna Enquist: een dochter wier biologische herkomst geheim is en die vervolgens verdwijnt. En ook de dood komt om de hoek kijken.

,,Dat berust op toeval. Wel is het beangstigend dat op het moment dat ik Donderdagmiddag. Half vier aan het schrijven was dat ongeluk gebeurde met de dochter van Anna Enquist. Uiteraard ben ik naar de begrafenis geweest. Mijn boek was toen vrijwel af. Heel eigenaardig: ik was bezig met het slot, een fictionele begrafenisspeech voor een verongelukte dochter, op het moment dat er een echte begrafenisspeech voor een verongelukte dochter werd uitgesproken. Anna Enquist was erbij toen Herman stierf. Als zij niet zo intelligent was, zou ik bang zijn dat ze mij dit boek kwalijk zou nemen: hoe kan jij dit in fictie beleven terwijl ik het in werkelijkheid meemaak? Misschien is dat wel de reden waarom ik in Donderdagmiddag. Half vier de moeder van Karen heb laten zwijgen over de dood van haar kind.

,,Misschien schrijf ik er wel over in mijn volgende boek. Van 5 februari 2001 tot 15 februari 2002 heb ik een dagboek bijgehouden dat ik nu aan het bewerken ben. Daarin staan verwijzingen naar de echte begrafenis. Ik dacht: ik schrijf het op, maar ik zie nog wel wat ik ermee doe. Ik voel mij nu wel vrijer om daarover te schrijven, omdat zij er zelf in interviews over praat. Over het algemeen hou ik sterk rekening met de privacy van anderen. Ik vind dat je dat moet doen.'

Uw volgende boek wordt dus, net als Taal zonder mij, non-fictie?

,,Van nature ben ik een fictieschrijfster, maar ik vind het ook boeiend om te proberen kleine dagelijkse dingen neer te zetten zonder te verzanden in nietszeggende details. Er zijn dingen die ik niet eens heb opgeschreven, zoals wat er tussen mijn geliefde en mij gebeurt. En er zijn andere dingen die ik wel heb opgeschreven, maar waarvan ik meteen wist: die komen nooit in de uiteindelijke versie. Dat is één van de grote verschillen met fictie. Een ander is dat er geen fantasie aan te pas komt. Net als in Taal zonder mij moet ik het doen met wat ik van de werkelijkheid cadeau krijg.'

Kristien Hemmerechts: Donderdagmiddag. Half vier. Uitg. Atlas, €18,50