Calculerend vakmanschap in miniaturen

Achter de fraai vormgegeven tekst en de schitterende miniaturen in middeleeuwse handschriften gaan vaak anonieme vaklui schuil. Daarom is het zo aardig dat de laatste bladzijde uit een missaal dat in 1323 in het Noord-Franse Amiens is vervaardigd, precies vermeldt wie de makers waren. De tekst is gekopieerd door een zekere Garnerus de Morollo en de verluchtingen zijn gemaakt door Petrus de Raimbaucourt. Kennelijk gunden ze elkaar de eer: Garnerus looft de verluchter door diens naam en werk in gouden letters te schrijven, terwijl Petrus het boek afsluit met een miniatuur waarin niet hijzelf maar de schrijver het voltooide werkje aanbiedt aan de opdrachtgever abt Jean de Marchel.

Deze bladzijde vormt een samenvatting van de aspecten van de middeleeuwse boekproductie die een tentoonstelling van Franse handschriften uit de periode van de elfde tot de zestiende eeuw in het Haagse Museum Meermanno illustreert. Hoewel vanuit bijna elke vitrine het werk je tegemoet spat in vaak verbluffend frisse versieringen, is de schrijver/kopiist door zijn rol in de vormgeving van tekst vaak minstens zo belangrijk. Een derde bepalende factor is de opdrachtgever: deze boeken zijn unica, en geheel op hem afgestemd.

De expositie markeert, na anderhalf jaar van verbouwing, de heropening van het museum. De ongeveer negentig handschriften komen uit Nederlandse openbare collecties, maar zijn veelal nog niet eerder geëxposeerd. De keuze voor Frankrijk is een gelukkige. Scriptoria van kloosters bloeiden er in de elfde en twaalfde eeuw, maar ook toen de boekproductie zich verplaatste naar gespecialiseerde ateliers in de steden, bleef de kwaliteit van schrijfwerk en verluchting hoog. De stichting van een universiteit in 1215 en het mecenaat van hoge geestelijken, edelen en het koninklijk hof maakten de stad Parijs tot een van de belangrijkste boekencentra van Europa.

Een goed, en typisch Frans, voorbeeld van het geheel van tekst, illuminatie en vernieuwingen op het gebied van vormgeving en productie van handschriften is het `Parijse bijbeltje'. Dit type bijbel, dat in de loop van de dertiende eeuw op grote schaal is vervaardigd, kwam tegemoet aan een behoefte aan bijbels op pocketformaat. De Parijse bijbel bestaat uit vellen van onvoorstelbaar dun perkament, telkens in twee kolommen dichtbeschreven met een regelmatige, kleine letter. De saaiheid die daarbij op de loer ligt, wordt tenietgedaan door versierde beginletters die in grootte ook de hiërarchie van de tekstgedeelten aanduiden. Ook is er plaats voor summiere maar vaak heel effectieve decoraties in de marges, zoals in een Parijse bijbel uit 1250 waarin, in het boek Esther, de passage over de dood van de kwaadaardige Perzische hofdienaar Haman onder aan de bladzijde begint. Dat gaf de illuminator de mogelijkheid om onder aan de initiaal, in de ondermarge van de bladzijde, de gestorven Haman aan de galg te laten bungelen.

De vernieuwing van zulke handzame naslagwerkjes wordt pas goed duidelijk als je er in de expositie grotere bijbels naast ziet liggen: lijvige folianten met grote verluchtingen en initialen. Maar ook daarin speelt de lay-out van de tekst vaak een essentiële rol. Bijbelcommentaren zoals die van Anselmus van Laon (circa 1100) zijn er vaak als `glossen' in opgenomen: een annotatie waarvan de omvang de bijbeltekst meestal verre overtreft, en die daarom, in een kleiner lettertype, alle marges van de bladen vult. Wie tegenwoordig een beetje handig is, ontwerpt zo'n bladspiegel in een wip op de computer, en dat maakt het respect voor het calculerende vakmanschap van de schrijver van zo'n manuscript alleen maar groter.

Veel van wat er in Den Haag te zien is aan verluchte bijbels, getijdenboeken, romans en geschiedenisboeken, is te danken aan de ruimhartigheid van welgestelde opdrachtgevers als de bibliofiele koning Charles V (1338-1380). Het openingsminiatuur van een voor hem gemaakte bijbel, portretteert hemzelf en een knielende raadsheer die hem het boek aanbiedt. In dat boek is tegenover een miniatuur van de tronende God de Vader, de naam van de schilder Jean Bondol geschreven. Een boek in een boek. En dat weer in een derde boek, want het is vermeldenswaard dat de catalogus in schoonheid en vormgeving wonderwel aansluit bij deze prachtige tentoonstelling.

Tentoonstelling: Praal, ernst & devotie; de wereld van het Franse middeleeuwse handschrift. Museum Meermanno, Den Haag. T/m 12/5. Catalogus (Uitg. Waanders), 224 blz. geb., € 37,50. Inl.: 070-3462700; www.meermanno.nl.