Angstig zwijgen niet voorbij

De zusters in het ziekenhuis bewegen zich traag als duikers onder water door de ziekenzaal. Geen lach, geen kreet, geen lied klinkt door de gangen. Alleen het zachte ruisen van verpleegsterjurken.

Anderhalve dag heeft de euforie in mijn plattelandsdorpje geduurd. Toen werd duidelijk dat de twee laatste jaren van angstig zwijgen over politiek, nachtelijke mishandelingen en de ontzegging van voedsel en banen als je bij het kampement van de oppositie hoort, helemaal niet voorbij zijn. Robert Mugabe is gewoon weer president van Zimbabwe en zijn ZANU-PF is nog steeds de grootste partij. ,,Vind je het erg dat Mugabe gewonnen heeft?'' Angstig houden mensen hun mond.

De blanke hulpverleners in mijn ziekenhuis, buigen zich met diepe fronsen in hun voorhoofd over de problemen waar het ziekenhuis op af stevent. Zimbabwe produceert geen medicijnen. Het ziekenhuis is aangewezen op de Zuid-Afrikaanse markt, waar de hoofdzuster voor haar stapels waardeloze Zimdollars, misschien een paar aspirientjes kan kopen. Ze mopperen: een regering die zo goed een papieren coup kan organiseren door de verkiezingen dermate te frustereren dat tegenstanders niet de mogelijkheid krijgen om te stemmen, moet haar eigen economie toch wel in betere banen kunnen leiden?

De huidige droogte gooit nog een schep bovenop het aantal stervenden aan aids en tbc. Het aantal kinderen tussen de twee en vijf jaar dat door eiwittekort als Michelinmannetjes opgezwollen in het ziekenhuis opgenomen wordt, verdubbelt sinds december iedere maand. Van de moederborst verdrongen door een jonger broertje of zusje en te jong om te vechten bij de pappot, zijn zij de eersten die ondervoed raken. Met lege ogen en blaren rond hun mond staren ze in de kinderafdeling voor zich uit. Om aan te sterken, schrijft mijn medisch zakboek noten, eieren, vlees en vis voor. Het ziekenhuis heeft alleen geld voor een dagelijks glaasje melk en een halve vitaminepil. De hoofdzuster hoopte dat na de verkiezingen de internationale voedselhulp eindelijk eerlijk verdeeld zou worden. Daar kan ze nu wel naar fluiten: naar goed ZANU-gebruik zal de voedselhulp rijkelijker uitgedeeld worden in districten waar president Mugabe een meerderheid van de stemmen kreeg.

In dit dorpje zag het verkiezingsweekeinde er zonnig uit. Mensen stonden weliswaar lang in de rij voor ze aan de beurt kwamen, maar aan het eind van het weekeinde had de hele rij wachtenden gestemd. Nu blijkt dat onder het rimpelloze oppervlak van het verkiezingsweekend, veel schermutselingen plaats hebben gevonden.

Zo heeft een van de MDC-kopstukken in mijn dorp helemaal niet gestemd. Op vrijdagavond loopt hij van zijn werk in het ziekenhuis naar huis. Beschermd door bosjes, ziet hij zes mannen gewapend met knotsen en stokken voor zijn huis staan. Minutenlang verschuilt hij zich ademloos in de bosjes. Dan hoort hij de mannen zeggen: ,,Dit duurt te lang, we gaan hem wel in het ziekenhuis pakken!'' Rakelings lopen ze langs hem heen. Het kopstuk rent zijn woning in, pakt zijn jas en tas en loopt de donkere nacht in. Lopend en liftend bereikt hij om half vier in de ochtend zijn familie honderd kilometer verderop waar hij veilig is. Hij staat als kiezer geregistreerd in mijn dorp. Verjaagd door de zes mannen, zit stemmen er voor hem niet in.

Op woensdag durft hij zich weer te laten zien in het dorp. Jammer dat de MDC verloren heeft? Hij haalt zijn schouders op. Ach, over drie jaar hebben ze weer een kans bij de parlementsverkiezingen. En misschien was het maar beter dat zijn MDC verloren heeft, anders zou het leger het land misschien in een burgeroorlog storten. Hij schudt zijn grijze hoofd en lacht verontschuldigend: ,,Zimbabweanen houden nu eenmaal niet zo van vechten.''

Achtste en laatste deel van een reeks artikelen over Zimbabwe, geschreven door een medewerker die gezien het gebrek aan persvrijheid in Zimbabwe anoniem moet blijven. Eerdere delen zijn terug te lezen op www.nrc.nl