Andersen strafrechtelijk beschuldigd

Accountants- en adviesfirma Arthur Andersen is strafrechtelijk beschuldigd van het belemmeren van de justitie. De firma heeft volgens de aanklacht vorig najaar gedurende een maand op grote schaal papieren en elektronische documenten vernietigd die betrekking hebben op de bankroete energiehandelaar Enron.

Volgens Andersen komt deze stap vrijwel neer op een doodvonnis. Advocaten voor Andersen spreken van ,,grof misbruik van regeringsmacht''. Toen begin deze week duidelijk werd dat de accountantsfirma geen schuld wilde bekennen en een strafrechtelijke vervolging zou volgen, trokken mogelijke kandidaten voor overname van Andersen, zoals Deloitte & Touche Tohmatsu en Ernst & Young, zich terug. Alleen KPMG blijft over als mogelijke redder.

Een toenemend aantal grote klanten van de accountantsfirma, waaronder het farmaceutische bedrijf Merck, luchtvaartmaatschappij Delta en pakjesvervoerder FedEx, heeft aangekondigd niet langer gebruik te maken van de diensten van Andersen.

De hoogste aanklager op het ministerie, Larry Thomson, zei gisteren dat de vernietiging van bewijsmateriaal veel verder gaat dan het Arthur Andersen-kantoor in Houston, de vestigingsplaats van Enron. Ook op de kantoren in Chicago, Portland (Oregon) en Londen zijn bergen materiaal vernietigd. Dat was geen beslissing van lokale functionarissen, stelt de aanklager. Partners gaven er opdracht toe. Medewerkers moesten er zo nodig voor overwerken.

De aanklacht noemt als mogelijk motief voor de grootschalige documentvernietiging de beschikbaarheid van veel informatie die kon laten zien dat grote posten verkeerd waren geboekt om `aandeelhouderswaarde' te creëren. Deze informatie was niet beschikbaar voor het publiek. Enron heeft niet lang voordat surséance van betaling werd aangevraagd een boekhoudkundige correctie gemeld die de waarde van het bedrijf in één keer deed dalen met 1,2 miljard dollar.

Aanklager Thomson liet weten dat de mogelijkheid voor een schikking nog altijd bestaat. Andersen noemt de strafvervolging `ongehoord'. Advocaat Stanley Brand van het bedrijf voorspelde uiterst negatieve gevolgen voor het vertrouwen in de financiële wereld. Hij sprak van ,,een draconische maatregel'', gezien het feit dat Andersen zelf de papiervernietiging had gemeld bij de justitie.

Andersen houdt vol dat de partners op het hoofdkantoor in Chicago niet op de hoogte waren van het `shredding'-programma. De beslissing daartoe was de fout van enkelen, van wie sommigen het bedrijf al hadden moeten verlaten.

Volgens aanklager Thomson zou niemand ervan moeten opkijken dat vergrijpen leiden tot ernstige beschuldigingen. ,,Het zou ongelukkig zijn als personen of bedrijven zo belangrijk zouden zijn dat zij niet in staat van beschuldiging konden worden gesteld.''