Verlies

Mijn buurvrouw heeft een boek geschreven. Daar zult u niet van opkijken, maar ik wel. Opeens lag het in de bus, met een kort briefje van haar voorin.

Mijn eerste impuls was: ik ga niet over de boeken van mijn buurvrouwen schrijven. Belangenverstrengeling! Ik schrijf een leuk stuk over jouw boek, jij komt voortaan op mijn kat passen. Kan niet. Maar toen ik het uit had, besefte ik dat ik erover móest schrijven. Slechte boeken mag je negeren, goede boeken niet.

Dit is zo'n goed boek. Het heet Landschappen van verlangen (ondertitel: Afscheid van een grote liefde) en de schrijfster is Margot Keune (44). Zij was tot haar zesentwintigste mannequin, model, filmactrice (Spetters, Een vlucht regenwulpen) en journaliste. Het leven verwende haar met kansen en aandacht, maar plotseling was alles voorbij: een herseninfarct.

Lopen was onmogelijk geworden, praten moeilijk. Tom Rooduijn maakte in 1988 voor deze krant een groot interview met haar waarin ze zei: ,,Ik zit nu in die pokke-stoel en heb die pokke-stem en er gebeurt niks meer. Ik peins er niet over om nog vijftig jaar videoclips te zitten kijken. Zelfmoord is een uiterste oplossing. Liever probeer ik van dit niks toch nog wat te maken.''

Ze leefde weer helemaal op toen ze in contact kwam met Geert de Bruin, cameraman van beroep. Een hulpvaardige, zachtaardige man die ontspannen in het leven stond en alle tijd voor haar nam. Geert werd niet alleen haar vriend, hij werd haar levensvervulling.

Het leven verwende haar weer een beetje even. Want Geert kreeg slokdarmkanker en stierf. In haar boek schrijft Margot: ,,Je bent nu ruim anderhalf jaar dood en ik kan je niet loslaten. Dat hoeft ook niet. Ik peins er niet over. Dan heb ik niks meer.''

Genoeg stof, zou je denken, voor een sentimenteel, klef boek dat als een boeketroman op je afkomt. Maar die valkuil heeft Margot ontweken met de gave van het echte schrijftalent. Het is een rauw, woedend boek geworden van iemand die haar lot niet wil aanvaarden. Met de rouwtherapeut die haar `losmaking van de overledene' aanraadt, maakt ze korte metten: ,,Die zak van een rouwtherapeut, ik had hem van internet geplukt, heb ik ook de volle laag gegeven.''

Het is geen dik boek, maar er staat alles in over verlies en de gevoelens die daarbij horen. ,,Mijn woede is op'', schrijft ze na het tweede nieuwjaar zonder Geert. ,,Zelfmedelijden is aan de winnende hand ik blijf in huis want ik ben een wrak en ik ben bang om grijs en zuur te worden. Een verbitterde ouwe taart, met slaphangende schoudertjes, muizig in haar karretje. De toekomst ligt glanzend aan mijn voeten. Ha.''

Maar intussen en dat is de paradox van dit boek richt ze al schrijvend een monument op voor haar vriend en, impliciet, voor haar eigen levenswil. Want ze doet het toch maar: schrijven, en nog goed ook, in zo'n ontmoedigende situatie.

,,Het schrijven dwong me om mijn zelfmedelijden te controleren'', zei ze toen ik haar opzocht. ,,Het lijkt wel of je meer grip krijgt op dit volslagen onbegrijpelijke.''

Haar boek laat zich lezen als een wraak op het barre noodlot.