Tussen wetenschap en markt gaapt een gat in EU

Morgen begint de EU-top in Barcelona. Europa zou de meest dynamische economie van de wereld worden, zo was de afspraak twee jaar geleden in Lissabon. Om dat te bereiken moet de innovatie anders worden aangepakt. Guus Berkhout, professor in Delft, doet een voorstel.

De laatste cijfers van het World Economic Forum zijn onverbiddelijk: Europa verliest aan concurrentiekracht. De achterstand op de Verenigde Staten loopt snel op, Australië en Canada zijn met een inhaalmanoeuvre bezig. En dat terwijl de regeringsleiders van de Europese Unie twee jaar geleden, tijdens de top van Lissabon, hebben afgesproken dat Europa in 2010 de meest concurrerende economie ter wereld moet zijn.

Er móet nu iets gebeuren, zegt de Delftse hoogleraar innovatiemanagement Guus Berkhout. De regeringsleiders van de EU komen morgen en overmorgen bij elkaar in Barcelona. Innovatiebeleid staat daar hoog op de agenda. Of ze daadwerkelijk harde noten kraken? Berkhout vreest het ergste. Maar aan de andere kant, zegt hij, ,,als we niet snel iets doen, worden we het lachertje van de wereld. Dan verliezen we onze geloofwaardigheid.'

Berkhout is niet de enige die zo denkt. Dat beweren ook de zes andere deskundigen met wie hij in een werkgroep zit die de Europese Commissie adviseert over innovatie. Onder hen bevinden zich bijvoorbeeld Donald Hillebrand, hoofd onderzoek van Daimler Chrysler, en John Barber van het Britse ministerie van Handel en Industrie. De groep schreef een paar weken geleden nog dat de lidstaten meer als één geheel moeten denken, en niet alleen hun eigen belangen moeten proberen te verdedigen.

Het nieuwe innovatiebeleid van de EU moet volgens de groep worden gebaseerd op een model dat Berkhout heeft ontwikkeld. In dat zogeheten cyclisch innovatie model werken universiteiten, bedrijfsleven en overheden nauw met elkaar samen. Veel nauwer dan nu het geval is. En er is slechts een vraag die hen drijft: wat wil de burger? Alleen zo ontstaan voldoende nieuwe en concurrerende producten, meent Berkhout. ,,En uiteindelijk bepalen die je levensstandaard.'

Is dat werkelijk de belangrijkste vraag: wat wil de burger? Is dat niet het consumentisme ten top?

,,Het gaat niet alleen om het verkopen van een nòg uitdagender vakantie of een nòg smeuïger ijsje. Ook universiteiten en de overheid zouden zich die vraag moeten stellen, maar doen dat te weinig. Mensen staan soms maanden of jaren op de wachtlijst voor een operatie. Dat willen ze heus niet. En iedere dag in de file staan is ook vervelend. Waarom vindt de overheid daar geen oplossingen voor?'

Uw model doet dat wel?

,,Mijn model zegt dat er veel meer samenwerking moet komen. De aanpak van een probleem moet tegenwoordig multidisciplinair zijn. In Nederland, en Europa, zijn veel organisaties verkokerd. Zodra je van de ene koker naar de andere moet, krijg je problemen. Wachtlijsten, files. Dat moet anders. De planoloog richt samen met de milieu-expert, de waterbouwkundige en de bedrijfseconoom een stuk land in. De geneticus bestudeert DNA, samen met de informaticus. Daar liggen de kansen, bij die grensoverschrijdende dwarsverbanden. Alleen daarmee kun je de huidige problemen oplossen, alleen zo vergaar je nieuwe kennis en ontwikkel je echt innovatieve producten. Wetenschap en bedrijfsleven zouden in Nederland ook veel dichter naar elkaar toe moeten kruipen. Kijk naar het succes van de zonnecelauto Nuna, die onlangs een race over 3.000 kilometer heeft gewonnen. Dat was een samenwerking tussen universiteiten in Delft en Amsterdam en elektriciteitsbedrijf Nuon. Maar over het algemeen gaapt er een groot gat tussen wetenschap en markt.'

De laatste jaren is er toch een aantal technologische topinstituten opgericht in Nederland, juist om wetenschap en bedrijfsleven dichter bij elkaar te brengen.

,,Gedeeltelijk. De instituten zijn voornamelijk technologie-gedreven. Maar je hebt tegenwoordig ook sociologen, psychologen en antropologen nodig. Die analyseren wat de burger en de maatschappij nu, en over tien jaar, wil. Dat noem ik de sociale lus. Het idee dat we alleen beta's nodig hebben is achterhaald. Het gaat allang niet meer om technologie alleen. Producten moeten iets extra's bieden: gemak, veiligheid, een mooie vormgeving, kwaliteit.'

Maar wat wil de burger precies, en hoe anticipeer je daarop?

,,Daarvoor heb je gamma-kennis nodig. Maar over gamma's is in Nederland altijd wat schamper gedaan. Het zouden softe zwamneuzen zijn. Onzin. Weet je hoe ik mijn laatste videorecorder heb uitgezocht? Aan de hand van de makkelijkste handleiding. Ik heb het daar laatst met de top van Philips nog over gehad. Ik vertelde hen: `Het geld zit bij de oudere mensen, maar die schrikken van alle opties die jullie op de nieuwe apparaten leveren.' Je kunt technisch wel de beste video of mobiele telefoon maken, maar als de burger zoiets niet wil, verlies je mooi de concurrentiestrijd.

,,Aan de TU Delft is een aantal studies die sinds kort gamma en beta combineren. Daar groeien de studentenaantalen niet voor niets het hardst. Bij industriële vormgeving hebben ze bijvoorbeeld een nieuw type jampot, een gezinsauto voor 2012 en een damesurinoir ontwikkeld, gebaseerd op de wensen van de klant.'

Grote bedrijven hebben die gamma-component toch al in huis?

,,Ja, grote bedrijven wel. Philips heeft nu een Human Behaviour Research Centre opgericht waar tientallen antropologen, sociologen en psychologen werken. Unilever heeft iets dergelijks. Shell ook. Maar bij de overheid is het nul. En bij de wetenschap is het ook slecht.'

Wat is precies het `cyclische' van uw model?

,,Dat er steeds terugkoppeling is tussen de wetenschap, de markt en de regelgever. Een wetenschapper ontdekt een manier om genen van het ene organisme in het andere over te zetten. Dat kan leiden tot een nieuw product, bijvoorbeeld een genetisch gemanipuleerde tomaat. Dat product kan op zijn beurt weer nieuw onderzoek stimuleren: welke genen gebruikt een plant om in extreem droge gebieden te overleven.

,,Maar er kan ook een politiek effect zijn. In dit geval rijst de vraag: moeten we transgene gewassen eigenlijk wel planten, hebben we ze echt nodig om het gebruik van landbouwgif terug te dringen. Dat kan dan weer de verkoop van nieuwe producten stimuleren, zoals biologisch geteelde maïs. Zulke terugkoppeling zou er voortdurend moeten zijn. Nu gebeurt dat veel te ad hoc.'

Volgens het World Economic Forum zakt Nederland de komende jaren van de derde naar de achtste plaats op de ranglijst van meest competitieve landen. Terwijl Finland stevig op plaats één staat. Hoe kan dat?

,,Finland geeft standaard 3,5 procent van het bruto nationaal product uit aan onderzoek en ontwikkeling. Dat getal staat vast. Gaat het met het land slechter, dan gaan de absolute uitgaven aan R&D ook omlaag. En andersom. Bedenk: 3,5 procent is bijna tweemaal zoveel als in Nederland. Daarbij hebben ze in Finland gezegd dat de hoeveelheid R&D-personeel altijd één procent moet zijn van de totale nationale workforce. Nederland doet het niet zo slim. Dat zie je bijvoorbeeld bij het Humaan Genoom Project, dat onlangs ruim 400 miljoen gulden kreeg toegekend. Er komt ineens heel veel geld binnen, maar ze kunnen het niet wegzetten. Ze hebben te weinig goeie mensen. Dat is hollen en stilstaan.

,,Bovendien maakt Finland de sociale lus wel. Nokia bijvoorbeeld vraagt zich nu al af wat mensen over tien jaar willen met mobiele telefoons. Daarom gaan ze samenwerken met Endemol-achtige bedrijven. Wat krijg je dan: tv in de handpalm. Wij hebben nu als werkgroep voorgesteld om van Finland en Nederland de motoren achter de Europese innovatie te maken. We weten namelijk dat zowel Finnen als Nederlanders heel makkelijk nieuwe technologie tot zich nemen.'

In Nederland dreigt een groot tekort aan technici en beta-wetenschappers te ontstaan. Kun je daar iets aan doen?

,,Het World Economic Forum heeft al aangegeven dat Nederland zich over deze trend zorgen moet maken. Er zijn in ons land talloze boeken over geschreven, commissies hebben zich er over gebogen. Gewauwel allemaal. De student van tegenwoordig wil het hele plaatje zien, zijn werk moet in een maatschappelijk geheel passen. En daar zijn de technische wetenschappen ronduit slecht in.'

Moeten we het poldermodel verlaten?,,Nee, maar in Nederland doen we veel te lang over onze beslissingen. Dat kan niet meer. Je moet tegenwoordig niet alleen nieuwe producten op de markt brengen, je moet dat ook snel doen. Weeg alles zorgvuldig af, en dan hopsa, beginnen. Onderweg kijk je of alles loopt zoals verwacht. Daarom is die terugkoppeling zo belangrijk. Dat zorgt ervoor dat je op tijd kunt ingrijpen, mocht dat nodig zijn.'