Start tribunaal voor Oost-Timor

De voormalige gouverneur van Oost-Timor heeft niets gedaan om te voorkomen dat honderd burgers in 1999 werden vermoord. Met die aanklacht is vandaag in Indonesië het ad hoc tribunaal voor Oost-Timor begonnen.

Achttien militairen van het Indonesische leger en Timorese militieleiders zullen terecht staan op beschuldiging van misdaden tegen de menselijkheid wegens hun aandeel in vijf bloedbaden die tussen april en september 1999 op Oost-Timor zijn gepleegd. De gewelddadigheden vonden plaats rondom een referendum waarmee de grote meerderheid van de Oost-Timorese bevolking voor zelfstandigheid koos. Op 20 mei krijgt Oost-Timor die onafhankelijkheid.

De eerste verdachte die moest verschijnen was ex-gouverneur Abilio Soares. Volgens de aanklacht wist hij dat zijn ondergeschikten zich schuldig maakten aan ,,grove mensenrechtenschendingen'' zoals moord als onderdeel van een wijdverspreide en systematische aanval op de burgerbevolking. Later kreeg de voormalige politie-chef van Oost-Timor, Timbul Silaen, hetzelfde te horen. Volgens een woordvoerder van het tribunaal kan de mannen de doodstraf worden opgelegd.

Hoewel het doorgaan van het tribunaal in Indonesië als een doorbraak wordt gezien, zijn westerse diplomaten, medewerkers van de Verenigde Naties en mensenrechtenorganisaties kritisch over de reikwijdte ervan. Ze wijzen erop dat onder de achttien die terecht staan, niet de topleiders zitten. Zo hoeft de bevelhebber van de strijdkrachten van destijds, generaal Wiranto, niet voor het tribunaal te verschijnen hoewel hij de operatie van het Indonesische leger op Oost-Timor heeft geleid. Advocaten voor de aangeklaagden hebben al gezegd dat hun cliënten zich er op zullen beroepen orders van hoger hand te hebben uitgevoerd.

Critici menen verder dat de ad hoc rechtbank te beperkt van opzet is. Voor en vooral ná de `tribunaal-periode' zijn er veel meer doden gevallen dan de 115 van de vijf bloedbaden in onder meer een kerk. In het geweld na het referendum zijn bijna duizend mensen gedood.