Slimme combinatie van kantoor en klooster

Vraag in het aanmeldcentrum voor asielzoekers in Ter Apel niet waar de asielzoekers worden verhoord. Want dan kijkt de persvoorlichter je aan alsof hij een heel vies woord heeft gehoord en antwoordt hij dat asielzoekers niet worden ver- maar gehoord. Vraag ook niet of ervaring met gevangenisgebouw bruikbaar was bij het ontwerpen, Want dan zegt de voorlichter bits dat het centrum niets, maar dan ook helemaal niets met een gevangenis te maken heeft.

Zulke reacties laten weer eens zien hoe gevoelig de opvang van asielzoekers ligt. Ook de architecten van het asielzoekerscentrum in Ter Apel, Geurst en Schulze uit Den Haag, kregen hiermee te maken. Zo mocht het gebouw van de opdrachtgever, de Rijksgebouwendienst Directie Oost, niet te vriendelijk worden. Het mocht geen `viersterrenhotel' worden dat de indruk zou wekken dat Nederland een gemakkelijk toegankelijk paradijs was. Maar het moest ook geen norse gevangenis worden, alsof asielzoekers hier helemaal niet welkom zijn.

Het Aanmeldcentrum in Ter Apel is het eerste als zodanig gebouwde gebouw in Nederland. De andere drie Nederlandse aanmeldcentra, waar binnen hoogstens 4 dagen wordt onderzocht of de asielzoeker kansrijk of kansloos is, zijn ondergebracht in al bestaande gebouwen. Omdat dit vrij onpraktisch bleek en omdat er nog meer asielzoekers werden verwacht, besloot de toenmalige staatssecretaris van Justitie Job Cohen in 1999 dat het vierde aanmeldcenrum nieuwbouw zou worden.

Volgens de leer van het functionalisme zou een onderkomen voor zoiets specifieks als de aanmelding van asielzoekers een nieuw gebouwentype moeten opleveren. Dat is het niet geworden. Dit komt vooral omdat de Rijksgebouwendienst eiste dat het gebouw in de toekomst ook andere functies moest kunnen vervullen. De opzet is wonderlijk eenvoudig: het Aanmeldcentrum is een platte doos met vier patio's en oogt van buiten als een van betere bedrijfsgebouwen langs de snelweg.

De specifieke eisen hadden vooral te maken met de routing. Een asielzoeker krijgt te maken met een procedure waarvan elk onderdeel – registratie, wachten, controle, wachten, gesprekken, wachten, slapen, wachten, gesprekken, enzovoort – in verschillende ruimtes moet worden ondergebracht. Bovendien moeten de asielzoekers in de verschillende stadia van de procedure van elkaar zijn gescheiden. Tot slot moet het gebouw ook worden gebruikt door de tientallen medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst die zich, alweer gescheiden van de asielzoekers, door het gebouw moeten kunnen bewegen.

,,L'architecture, c'est la circulation', heeft Le Corbusier eens beweerd. Als dit waar is, dan is het aanmeldcentrum zonder meer grootse architectuur. Geurst en Schulze hebben de verschillende ruimtes – wachtkamers, onderzoekkamers, gehoorkamers, slaapzalen, zalen voor kinderopvang enzovoort – zo gerangschikt dat het aanmeldcentrum een efficiënte machine is geworden. Aan de voorkant arriveren de aanvragers en binnen enkele dagen verlaten ze aan de achterzijde het pand als afgewezene of asielzoeker van wie de aanvraag verder wordt behandeld. Het gebouw is een slimme combinatie van kantoor en klooster: het horen van de asielzoekers vindt plaats in klassieke kantoortjes langs een lange gang, maar die hebben altijd uitzicht op binnentuinen als die van oude kloosters.

Maar al is het centrum in de eerste plaats een machine, het heeft Geurst en Schulze er niet van weerhouden het gebouw tal van mooie, bijzondere ruimtes te geven. Het interieur van het aanmeldcentrum is lang niet zo neutraal als het exterieur. Precies in het midden van het gebouw is een hoge hal met een momumentale trap en houten lambrizeringen waar het licht van boven door ramen van matglas platen gedempt naar binnen stroomt. Ook in de gangen waarlangs de gehoorkamers en kantoren liggen, valt het licht van boven binnen. De gangen worden steeds afgesloten met grote panoramaramen met uitzicht op het omringende landschap.

Met eenvoudige middelen hebben de architecten in samenwerking met de kunstenares Marieke van Diemen een waar feest van de gangen gemaakt. Elke gang kreeg een eigen patroon van stukken vloerbedekkingen in verschillende maar verwante kleuren. In de gehoorkamers liet Van Diemen twee werelden botsen. Elke kamer is verdeeld in een neutrale zijde waar de medewerker plaatsneemt, en een buitengewoon kleurige zijde met een onbruikbaar kastje en een fotolijst waar de asielvrager moet gaan zitten.

De bijzonderste gang is de verbinding tussen de nieuwbouw en een al bestaand gebouw uit de late jaren tachtig waaraan het aanmeldcentrum is vastgeplakt. Omdat de maten van de gebouwen niet helemaal strookten, hebben Geurst en Schulze een verbinding gemaakt die zich, gezien vanuit de nieuwbouw, vernauwt. Zo ontstaat hier een perspectivische vertekening die de gang langer doet lijken op een soortgelijke wijze als Borromini's beroemde 16de-eeuwse verbindingsgang in het Palazzo Spada in Rome.

De wachtkamers zijn aangename, bontgeschilderde ruimtes. Ze zijn uitgerust met onder meer de mooie Eiffeltorenstoeltjes van Charles en Ray Eames en komen uit op de patio's waar de asielzoekers kunnen roken of een luchtje scheppen. Het zijn inderdaad geen ruimtes die men gauw zal aantreffen in viersterrenhotels, maar ze zijn wel `sober en humaan', precies zoals de Rijksgebouwendienst dat wilde.

4e Aanmeldcentrum Ter Apel. Architect: Geurst & Schulze architecten. Opdrachtgever: Rijksgebouwendienst Directie Oost, Arnhem. Ontwerp: 1999-2000. Uitvoering: 2000-2001. Bouwsom: 12,5 miljoen gulden (exclusief installaties)