Pim pelt Paars

De treinen rijden sinds begin dit jaar stukken beter op tijd. Werpt de onweerstaanbare opkomst van de nieuwe leider Wilhelmus Fortuyn haar schaduwen vooruit? Nee, het is een kwestie van vakbondsmacht. De NS-collectieven hebben hun sabotageacties, waarmee ze vorig jaar directeur Huisinga en de raad van commissarissen hebben weggepest, opgeschort. Nu de rondjes om de kerk zijn geschrapt, rijdt het personeel weer goeddeels volgens de dienstregeling.

De NS is een voorbeeld van falend paars beleid. De beoogde marktwerking is in het slop geraakt en het kabinet is teruggedeinsd voor confrontaties om de macht van de vakbeweging te breken. Niet alleen bij de NS hoewel dat het schrijnendste voorbeeld van syndicalisme is maar ook bij de WAO. Liberalen en sociaal-democraten hebben in acht jaar Paars hun ideologische verschillen op dit punt niet kunnen overbruggen.

In het ontstane gat springt Pim Fortuyn als de zelfbenoemde redder van polderland.

De boodschap van Fortuyn is dat acht jaar Paars `puinhopen' heeft opgeleverd. Dat is zoiets als de `uitverkoop van de beschaving' waartegen de Socialistische Partij ten strijde trekt. Fortuyn hanteert dezelfde demagogie, maar het is een karikatuur. Paars heeft toch iets meer opgeleverd dan puinhopen of uitverkoop.

Ik heb het niet over de groei van de werkgelegenheid die vanaf 1996 begon aan te trekken, 1,2 miljoen nieuwe banen heeft opgeleverd en een einde heeft gemaakt aan de jeugdwerkloosheid. Ook niet over de verschuivingen in de overheidsfinanciën, waarbij een staatsschuld van 80 procent van het bnp (1992) is teruggebracht tot een hanteerbare 47,5 procent (2002) en een financieringstekort van 3,9 procent (1992) is omgezet in een overschot van 1 procent (2002). Evenmin over de belastinghervorming en lastenverlichting van 13 miljard euro of de inkomensverbetering voor bejaarden. En niet over de 23 miljard euro die de kabinetten-Kok I en II extra hebben uitgegeven in de periode 1994-2002, omdat de Zalmnorm daarvoor de financiële ruimte bood. Er is extra geld gekomen voor zorg, onderwijs, veiligheid en infrastructuur zodat er nu méér verplegers, agenten en gevangeniscellen zijn dan in 1994 en het aantal werknemers in de kinderopvang de afgelopen vier jaar is verdubbeld.

Onder Paars heeft een heilzame verschuiving plaatsgevonden waarbij het aandeel van de collectieve sector in de economie is teruggedrongen tot onder de vijftig procent. De tweede helft van de jaren negentig vormde een bloeiperiode van de markteconomie. Daardoor werd het lastiger vacatures te vervullen in scholen of ziekenhuizen omdat werk in de telecombedrijven, bij financiële dienstverleners of dotcommers spannender was en beter betaalde. De malaise die daar sindsdien is ingetreden, leidt tot nieuwe verschuivingen op de arbeidsmarkt. Ontslagen KPN'ers willen best weer bij de overheid werken.

Maar economie is volgens Fortuyn niet belangrijk in de politiek. Hij scoort op onveiligheid, vreemdelingen en de arrogantie van de zittende klasse. Tegen de macht aantrappen kan nooit kwaad. Partijbenoemingen bij verzelfstandigde bestuursorganen, de stoet aan managers en consultants die in de quartaire dienstverlening is binnengetrokken, geven daartoe aanleiding. Fortuyn maakte daar zelf ook een tijdje deel van uit maar goed. Hier houdt het poldermodel marktwerking tegen en staan PvdA en VVD tegenover elkaar.

Dit geldt ook voor het vreemdelingenbeleid. Het is onmiskenbaar dat knelpunten in het onderwijs, de zorg en de beleving van onveiligheid te maken hebben met een permanente instroom van nieuwkomers, omdat integratie tijd kost. De PvdA heeft tegen beter weten in vastgehouden aan een modieus multiculturalisme en de ogen gesloten voor de gevolgen van een sluipende volksverhuizing in de jaren negentig. De achterban van het CDA liet zich hierbij evenmin onbetuigd. Kerken boden ruimtes voor acties van illegalen en kerkgroepen voerden campagnes tegen de uitzetting van uitgeprocedeerde asielzoekers. Pas met Paars II kwam er een moeizaam bevochten kentering en is een nieuwe vreemdelingenwet aangenomen.

De betekenis van de paarse kabinetten ligt in de doorbraak bij onderwerpen waartegen het CDA zich altijd heeft verzet. De niet-confessionele coalitie heeft de grootste maatschappelijke veranderingen bereikt bij de legalisering van de euthanasie, het homohuwelijk, adoptie, legalisering van de prostitutie, normalisering van de softdrugs. Ook op zondag mogen mensen tegenwoordig winkelen. Wat men hier ook van vindt, het is goed dat het netjes geregeld is.

Waarom slagen de regeringspartijen er niet in om deze evidente resultaten te kapitaliseren? Omdat VVD en PvdA het over de fundamentele kwestie van marktwerking niet met elkaar eens zijn geworden en ze daarom afstand van elkaar proberen te houden. Ze zijn de gevangenen van elkaar en de juniorpartner D66 heeft hier geen brugfunctie kunnen vervullen. Het gevolg is verlamming. Verder heeft Melkert zorg, onderwijs en veiligheid tot mantra's uitgeroepen, het eigen beleid ondermijnend. Maar zijn zalvende taal over samen-leven klinkt niet geloofwaardig en over vreemdelingenbeleid kan met de PvdA nog steeds niet goed gepraat worden. Fortuyn heeft die sluimerende onvrede naar zich toegetrokken. Eergisteren is zijn verkiezingsboek uitgekomen, `De puinhopen van acht jaar Paars'. Het is de litanie tegen de collectieve sector van een politieke masturbant: een hoog gehalte aan opwinding en snel klaar. Fortuyn wil stoorzendertje spelen met populistische plannen onder het ijdele motto: Pim pelt Paars.

rjanssen@nrc.nl