Opec streeft na roerig jaar naar `oude' olieprijs

Morgen vergadert de OPEC in Wenen over productie en prijs van de olie. Cruciale vraag: kan OPEC een rol blijven spelen bij herstel van de economie?

Productieverlaging om de val van de olieprijs te stoppen. Dat was afgelopen jaar het motto van de organisatie van olie-exporterende landen, de OPEC. Morgen in Wenen, de vergaderzetel van de organisatie, zullen de OPEC-leden waarschijnlijk besluiten de productie met rust te laten. Ondanks een inmiddels weer oplopende olieprijs zal de organisatie de pompen voorlopig niet verder willen opendraaien.

De OPEC heeft een roerig halfjaar achter de rug. De olieprijs daalde in twee maanden 10 dollar en de organisatie had slaande ruzie met collega-producent en niet-OPEC-lid Rusland over productiebeperking. Verder stond de club onder grote druk vanuit de westerse wereld om de olieprijs laag te houden om zo een opleving van de wereldeconomie te stimuleren.

Dit laatste lijkt een succes. De eerste tekenen van economisch herstel in de VS, 's werelds grootste olieconsument, zijn zichtbaar. Maar de steun van OPEC en daarmee de olieprijs konden wel eens van korte duur zijn.

De prijs van een vat Brent (Noordzee-olie) stond deze week rond de 24 dollar, het hoogste punt in zes maanden. En OPEC-ministers lijken weer te streven naar een prijs van 25 dollar: het niveau dat voor de aanslagen in de VS de officiële doelstelling van OPEC was, maar tijdelijk werd losgelaten.

,,Wij hebben de wereldeconomie een steuntje in de rug gegeven door de energieprijzen laag te houden, maar nu moeten we weer normale prijsniveau's zoeken'', zei de olieminister van Venezuela, A. Silva eerder deze week. Dergelijke uitlatingen verontrusten het Westen dat afhankelijk is van een stabiele en vooral lage olieprijs om de in het slop geraakte economie te ondersteunen. OPEC mag dan aan macht hebben ingeboet in de afgelopen jaren, de leden beschikken wel over het grootste reservoir oliereserves en het kartel voorziet de wereld nog wel dagelijks in een derde van het olieverbruik.

De Amerikaanse minister van financiën P. O'Neill bezocht het Midden Oosten vorige week en maakte duidelijk dat Washington een prijs tussen de 18 en 25 dollar per vat acceptabel vond, maar hoger ook niet. De Amerikanen zijn zelf ten dele verantwoordelijk voor het oplopen van de olieprijs. Hun dreiging Irak, een van de grootste olie-exporteurs binnen OPEC, aan te vallen zorgt voor onrust. En alleen al de dreiging dat de olietoevoer onderbroken kan worden, stuwt de prijs op.

Irak exporteerde in februari, onder toezicht van de VN 2,5 miljoen vaten. De tien overige OPEC-leden pompten 22,4 miljoen vaten naar boven – het laagste niveau in tien jaar, maar nog steeds 740.000 vaten meer dan afgesproken. Waren de overschrijdingen van de quota vaak een belangrijk discussie-onderwerp, morgen zullen de ministers er hun schouders over ophalen. Het naleven van die quota zou de prijs verder laten stijgen, mogelijk boven de 25 dollar, waardoor OPEC met de VS in conflict zal komen. OPEC hervindt zijn bravoure en vindt dat het Westen niet moet zeuren. ,,OPEC zou een bedankbrief moeten krijgen. We hebben de wereld 300 miljard dollar geschonken via lagere olieprijzen'' aldus een zegsman van OPEC.