Mooi, vrouw en zwart - dus geen kans

Christiane Taubira is een van de 35 kandidaten voor het Franse presidentschap. ,,Het zou een aardverschuiving zijn, als een zwarte vrouw president van Frankrijk werd.''

,,En ik ben móóóói!'' vult Christiane Taubira schaterlachend het lijstje persoonlijke kenmerken aan, dat haar misschien wel niet de meeste geschikte kandidaat maakt om de volgende president van Frankrijk te worden. Ze komt uit het overzeese gebiedsdeel Guyana, ze is een vrouw en ook nog eens een zwarte vrouw. En de partij die haar in december overhaalde de sprong te wagen, de Parti Radical de Gauche (PRG), is net begonnen haar kandidatuur openlijk ter discussie te stellen, omdat de peilingen haar slechts een half procent van de stemmen gunnen. Moed is misschien ook nog een in het oog springende eigenschap van Taubira?

,,Ja, ik ben, geloof ik, wel moedig'', zegt de kandidate stralend in het kantoor van de RPG in de Assemblée Nationale. ,,Ik ben in elk geval nergens bang voor: strijd is een deel van mijn leven. Het is geen kwaliteit dat ik een vrouw ben en zwart, zomin als het een gebrek is, maar het is wel een reden om extra mijn best te doen. Dat ben ik gewend. Ik kom uit een bescheiden milieu, waarin ik geleerd heb te overleven met joie de vivre, dat wil zeggen: met waardigheid. Ik besef dat er in dit land racisten en vreemdelingenhaters rondlopen, maar dat wil niet zeggen dat Frankrijk racistisch is. En weerstand is er om overwonnen te worden.''

Christiane Taubira (50) behoort tot de ongeveer dertig `kleine kandidaten', die naast bekendere en overbekende politici als premier Lionel Jospin en president Jacques Chirac opteren voor het presidentschap. Ze studeerde, in Frankrijk, economie, sociologie, ethnologie en landbouwkunde en doceerde aan de economische faculteit van Guyana. Sinds 1993 is ze voor Guyana lid van de Assemblée en van 1994 tot 1999 was ze tevens lid van het Europees Parlement. Ze maakt deel uit van de vaste kamercommissie van Buitenlandse Zaken en schreef het eerste wetsontwerp tegen de productie en verkoop van landmijnen en een vorig jaar aangenomen wetsvoorstel, dat slavernij als een misdaad tegen de menselijkheid erkent. Ook houdt ze zich bezig met de sociaal-economische betrekkingen van Frankrijk met de DOM-TOM, de overzeese gebiedsdelen.

Taubira is geen lid van de PRG, maar werd niettemin door voorzitter Jean-Michel Baylet tot drie keer toe gevraagd zich kandidaat te stellen, omdat zij als geen ander het `radicalisme' zou belichamen. ,,Na 11 september werd de uitdaging een noodzaak voor me. Ik zie heus wel in dat het een aardverschuiving zou zijn als een zwarte vrouw president van Frankrijk werd. Maar mijn kandidatuur houdt de acceptatie in van de verschillen tussen mensen.

,,Iedereen zegt me, dat ik geen enkele kans maak – het zij zo. Toch vind ik het de moeite waard om slechts twee uur per nacht te slapen, stad en land af te reizen en, zoals nu, hoofd- en rugpijn te hebben, en tot in de partij zelf toe tegenstanders en zelfs vijanden op mijn pad te vinden om mijn boodschap te kunnen uitdragen. Die is: mensen zijn gelijk en we hebben allemaal dezelfde rechten en plichten, maar dat betekent niet, zoals zoveel rechtlijnige republikeinen beweren, dat iedereen dezelfde behandeling moet krijgen. Gelijkheid is een nobel principe, maar als het ingaat tegen het leven, dan heeft wat mij betreft het leven gelijk. En de praktijk wil, dat mensen helaas niet allemaal in dezelfde gunstige omstandigheden leven.''

Volgens Taubira beweren inwoners van de getto-achtige voorsteden niet voor niets Afrikaan of moslim te zijn, ,,hoewel ze geen enkel Afrikaans land weten te noemen of nog nooit de Koran hebben gelezen''. ,,Dat is een gevolg van bewuste of onbewuste buitensluiting: ze voelen dat ze zich niet ten volle Fransman mogen noemen. Dat is een op zichzelf al gewelddadig `non-dit', want volgens het heilige principe is iedere burger gelijk. Maar het is geen toeval – de statistieken tonen het aan – dat iedereen geprofiteerd heeft van de economische groei van de afgelopen jaren, behalve de inwoners van de cités. Meer blauw op straat, zoals Jospin en Chirac nu om het hardst roepen, heeft geen zin zolang miljoenen mensen in dit land aan hun treurige lot worden overgelaten. Ik ben een stoorzender want als zwarte hoor ik in de sport of in de muziek te zitten, maar ik zit in de politiek om op het bestaansrecht van die miljoenen te wijzen.''