McBurger verslaat conservatieven Iran

In Iran proberen conservatieven hervormingen tegen te houden. Maar het proces lijkt niet meer te keren.

TEHERAN, 14 MAART. ,,POTATOES THE WAY YOU LIKE IT!'' schreeuwt een reclamebord voor ovenfriet in het centrum van Teheran. Vergis ik me, of zijn er alweer minder portretten van imam Khomeiny, grondlegger van de Islamitische Republiek Iran, de man die de Amerikaanse invloed voorgoed zou uitbannen? In elk geval zijn de symbolen van de Grote Satan onstuimig in opmars, wat president Bush ook tegen Iran roept: de Country Fried Chicken is buurman van de Super Star nu hét fastfoodadres in town en ook de McBurger doet van zich spreken. Fastfood Ghognos klinkt misschien meer eigen, maar zijn hamburgers zijn een onvervalste imitatie van het Amerikaanse product.

Conservatieve facties in Iran mogen alle middelen inzetten om hervormingen te blokkeren en de islamitische zedelijkheid hoog te houden, maar de straat trekt zich daar weinig van aan. In het Stadspark, bij de Bazaar, staan travestieten zich midden op de dag in alle rust op te maken. Het vrouwenfilmfestival toont een korte film waarin twee voormalige hoeren, het geblondeerde haar geenszins door hun hoofddoek bedwongen, elkaar doodvechten om een man drie taboes in één klap overboord. Op de grote bioscoopreclames overal in de stad dragen de actrices zachtgroene oogmake-up. En waar is de tijd gebleven dat geen haartje te zien mocht zijn?

Ga vrijdags, de islamitische rustdag, vooral niet wandelen in Dareike, waar de bergen ten noorden van Teheran beginnen. Zeker niet op een zonnige dag als vandaag. De hele jeugd van de hoofdstad is er te vinden, schouder aan schouder op weg naar boven, voor een hap frisse lucht en een vrolijke flirt.

Ahmad en Hossein, die met een groep jongens uit het arme en vroeger zeer traditioneel denkende zuiden van Teheran zijn neergestreken voor een glas thee in een van de theehuizen langs het pad, uitten luidkeels hun ontevredenheid. Ze behoren niet tot de goed opgeleide, pro-westerse jongeren: alletwee zitten ze bij de Revolutionaire Garde – ja echt, schateren hun metgezellen, dat bolwerk van de conservatieven! – de een voor zijn dienstplicht, de ander als beroeps. Toch zijn ze zelf niet conservatief, verre van dat. Méér vrijheid willen ze juist. Jong ben je maar één keer, en dan wil je met een meisje kunnen praten zonder het risico te worden opgepakt, of je nu uit de rijke middenklasse komt of de eindjes aan elkaar moet knopen. Maar de Baseej en de Ansar Hezbollah, de revolutionaire stoottroepers, hebben het hervormingsproces vermoord, menen ze. Wat hen betreft mag de Islamitische Republiek nu helemaal overboord. Ahmad, de beroepsgardist, verwoordt het tot voor kort onzegbare: ,,Geef mij maar de tijd van de sjah.''

Het is verleidelijk het met Ahmad en Hossein eens te zijn: het hervormingsproces is dood. Uiterlijk schrijdt de amerikanisering voort, die valt in haar massaliteit niet te stuiten.

[Vervolg IRAN: pagina 4]

'Zelfs folteren wordt nu lastig in Iran'

[Vervolg van pagina 1]

Maar de conservatieven lijken wèl bij machte alle pogingen tot structurele democratisering af te kappen. President Khatami wordt gewaardeerd als een vriendelijke intellectueel, maar waarom slaat hij niet eens met de vuist op tafel? Het in meerderheid hervormingsgezinde parlement vindt steeds weer de niet-gekozen Raad van Hoeders van de Grondwet op zijn weg; en de rechterlijke macht, het slagwapen van de conservatieven, verbiedt aan de lopende band pro-democratische kranten.

Néé, zeggen de hervormers, het is niet afgelopen met de hervormingen, dat idee is een optelsom van sombere krantenberichten over arrestaties en veroordelingen. Integendeel, het proces is springlevend. Het gaat alleen langzaam, ,,en de jeugd is van nature ongeduldig'', zegt Hamid-Reza Jalaeipur, journalist en van het begin af aan een van de drijvende krachten van de beweging. ,,De maatschappij is veel opener dan vroeger. Het politiek bewustzijn is groot. De publieke opinie speelt nu een belangrijke rol, en de conservatieven kunnen die niet negeren. Een voorbeeld: drie jaar geleden dreigde de commandant van de Revolutionaire Garde hervormers de tong af te snijden. Ik schreef toen dat dat schandelijk was, en ik verdween meteen in de gevangenis. Nu dreigt de tweede man van de Revolutionaire Garde de Perzische Golf in een vuurzee te veranderen als de VS Iran zouden aanvallen, en hij werd direct door het parlement op het matje geroepen.''

Kijk nou eens naar de trend, zeggen de hervormers. In de eerste jaren van de Islamitische Republiek werden politieke tegenstanders massaal geëxecuteerd. Op een gegeven moment kon men zich dat niet meer veroorloven. Toen kreeg je de periode van de politieke moorden. Maar in 1998, na de geruchtmakende moorden op vier dissidente schrijvers en politici, dwong president Khatami de inlichtingendiensten tot een unieke bekentenis: zij waren voor de moorden verantwoordelijk. En al gingen de opdrachtgevers in de top vrijuit, zij konden zich niet meer permitteren deze methoden nog langer te gebruiken.

Jarenlang werden pro-democratische bijeenkomsten verstoord en deelnemers in elkaar geslagen. Maar de laatste tijd hoor je nauwelijks meer van ordeverstoringen en van aanvallen door wat in Iran eufemistisch `pressiegroepen' worden genoemd: de Ansar-Hezbollah zegt zich nu bezig te houden met het werven van zelfmoordcommando's voor het geval van een Amerikaanse aanval.

Kranten worden nog steeds verboden, maar nieuwe komen uit zojuist nog Jalaeipurs eigen Bonyan en zij zijn onverminderd openhartig. Kritische intellectuelen en politici worden opgepakt en gevangen gezet, maar in overgrote meerderheid komen zij na betrekkelijk korte tijd weer vrij. De rechterlijke macht zette in december zelfs een parlementslid gevangen omdat hij zich uitermate kritisch over de conservatieve machtsorganen had uitgelaten. Maar het parlement reageerde zo woedend op deze inbreuk van zijn grondwettelijke onschendbaarheid dat zij hem vrijliet. ,,Ik was de laatste die ze gevangen zetten'', verzekert het bewuste parlementslid, Hossein Loghmanian.

,,Er wordt een politieke cultuur gecreëerd waarin het steeds moeilijker wordt om grenzen te overschrijden'', bevestigt dr Hadi Semati, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Teheran. Neem het folteren ook dat wordt nu aan de kaak gesteld. Studentenleider Ali Afshari, net op borgtocht vrij uit de gevangenis, riep vorige maand een persconferentie bijeen om te vertellen hoe hij was gemarteld: ,,Veertig dagen lang onduldbare psychologische en fysieke foltering.'' Hij zei er geen moeite mee te hebben opnieuw opnieuw naar de gevangenis te gaan, ,,hoewel wat zij doen niets te maken heeft met justitiële zaken. Ik ben bereid zelfs een zwaardere prijs te betalen voor verdediging van het recht en de democratische hervormingen''. Afshari is inmiddels weer terug in de gevangenis. Maar folteren wordt nu wèl lastiger, zegt dr Semati.

Vorige maand werd plotseling de ene na de andere kunstenaar en intellectueel ontboden bij de Politie voor de Publieke Plaatsen (die toeziet op de zedelijkheid in winkels en restaurants), waarbij de inlichtingendienst van de politie bleek te zijn ingetrokken. Sommigen van hen werden tijdens het verhoor zeer beledigend bejegend. Advocaat Mohammed Ali Safari kreeg na zo'n verhoor een hartaanval en overleed enkele dagen later. Het was pure intimidatie, zegt Said Neshat, van de Organisatie ter Verdediging van Slachtoffers van Geweld (een mensenrechtengroep ook al zoiets dat vroeger niet kon). Zijn eigen directeur was ook ontboden, maar tegen hem hadden de ondervragers niets gezegd, ,,alleen: `hoe staat het ermee?'.'' ,,Ik denk dat die campagne ten doel had iedereen duidelijk maken dat ze een meester hebben.''

Maar ook deze campagne stuitte op publiek verzet. De minister van Islamitische Leiding stuurde een brief op poten naar zijn collega's van Binnenlandse Zaken en van de Inlichtingendiensten, en naar het officiële persbureau IRNA, waarin hij sprak van een ,,onwijze stap'', waarover hij zich ernstig zorgen maakte. ,,Daarom zou het zeer worden gewaardeerd als u met spoed orders zou uitvaardigen voor een onderzoek naar de wortels van het probleem.'' Daarop stopten de verhoren. Jalaiepur: ,,Ze kunnen niet eens het dagvaarden van intellectuelen en kunstenaars volhouden. Het hoofd van de politie voelde zich nota bene verplicht om op de televisie te verschijnen om de campagne te rechtvaardigen.''

Hossein en Ahmed, en zovele jonge Iraniërs, hebben er weinig boodschap aan. Zij ruiken de vrijheid, en willen haar nú. Maar Jalaeipur weet zeker: ,,Eén revolutie is genoeg. De jongeren zien dat ook in. Ze willen verandering, maar tegen een lage prijs. Ze zijn niet bereid om zichzelf op te offeren voor de mensheid; ze willen verandering zonder dat ze een prijs moeten betalen. Ze willen leven, niet sterven.''

Even vragen aan Hossein en Ahmad: gaan jullie het regime omverwerpen als het hervormingsproces te lang duurt? Nee knikken ze, nee dat moeten anderen maar doen.

Eerste artikel in een serie over Iran