Illegalen ook voor het CBS ongrijpbaar

De druk op onderzoekers om met cijfers over illegalen te komen, is enorm. Nu waagt ook het CBS zich aan schattingen. Met een hele ruime marge, dat wel. Er zijn tussen de 46.000 en 116.000 illegalen in Nederland, zegt het CBS.

Nederland telt minimaal 46.000 en maximaal 116.000 illegalen. Dat concludeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) na een analyse van eerder onderzoek naar het aantal illegalen in Nederland. De helft van de illegalen komt uit Marokko en Turkije. Hoewel de marge ruim is, overtreft het maximum aantal illegalen de meeste eerdere schattingen.

In 1999 schatte professor G. Engbersen van de Rotterdamse Erasmus Universiteit dat de vier grote steden minstens 40.000 illegalen herbergen. In heel Nederland zouden er zo'n 60.000 verblijven. Engbersen, die momenteel bezig is zijn oude onderzoeksgegevens te actualiseren, oordeelt nu dat het maximum aantal van de CBS-schatting ,,aan de lage kant'' is. ,,Je gaat eigenlijk pas in heel recente cijfers de grote aantallen uitgeprocedeerde asielzoekers terugzien. Die waren er midden jaren negentig nog niet in deze mate.''

Volgens het CBS geeft geen enkel in het verleden verricht onderzoek een volledig beeld van het aantal illegalen in Nederland. En ook op de onderzochte deelgebieden (onder meer illegaliteit in Rotterdam) vertonen de onderzoeken vaak hiaten. Toch waagt het CBS zich nu onder meer op basis van cijfers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan een schatting over het aantal afgewezen asielzoekers in het illegalencircuit. Maar in tegenstelling tot wat gebruikelijk is, brengt het hierover geen persbericht uit. Volgens Jan Latten van het CBS is dat omdat het hier geen ,,eigen telwerk'' betreft, maar een studie naar eerdere studies.

In de periode 1994-2000 zijn ongeveer 70.000 asielzoekers uit Afghanistan, Irak, Iran, Somalië en het voormalige Joegoslavië afgewezen. Maximaal 41.000 en minimaal 11.000 van die afgewezen asielzoekers verblijft nog illegaal ergens in Nederland, is de schatting van het CBS.

Illegale asielzoekers zijn minder geneigd om te vertrekken dan Marokkaanse of Turkse illegalen, omdat het voor asielzoekers gevaarlijker is om terug te keren naar het land van herkomst. Bovendien, aldus het CBS, kunnen afgewezen asielzoekers op meer steun rekenen van de Nederlandse bevolking dan andere illegalen. Die hebben meestal alleen het netwerk van legale landgenoten om op terug te vallen voor huisvesting en werk.

Volgens de officiële statistieken van de Vreemdelingendienst kregen in 1998 en 1999 respectievelijk 56.000 en 69.000 illegale vreemdelingen de opdracht te vertrekken. Minder dan een kwart werd daadwerkelijk over de grens gezet, eenderde kreeg de aanzegging om te vertrekken met adrescontroles achteraf. Veel onderzoek naar de omvang van het illegalencircuit is gebaseerd op die informatie, maar volgens het CBS levert dat een vertekend beeld op. Sommige illegalen worden herhaaldelijk verwijderd en bij de aanzegging tot vertrek met adrescontrole achteraf, is er slechts sprake van administratieve verwijdering. Bovendien verschilt het opsporings- en uitzettingsbeleid per stad of regio, afhankelijk van de prioriteit die de vreemdelingenpolitie daaraan geeft.

Het aantal Marokkaanse en Turkse illegalen, de traditionele arbeidsmigratielanden, schat het CBS in op maximaal 48.300 en minimaal 24.100. Het CBS baseert zich daarbij op de zogeheten opnamecapaciteit van de legale gemeenschap uit die landen, omdat hun illegale landgenoten afhankelijk zijn van hun netwerken. Eerder onderzoek geeft aan dat die opnamecapaciteit een op zeven bedraagt als gemiddelde voor de grote steden: op elke zeven legale allochtonen verblijft één illegale allochtoon in Nederland. Tweederde van de illegale Turken en Marokkanen woont in een van de vier grote steden.

Het voormalige oostblok en andere niet-westerse landen zijn goed voor een illegalengroep van maximaal 20.600 en minimaal 10.300 illegalen, aldus het CBS. Ook voor die groep hanteert het CBS het criterium van de opnamecapaciteit onder legale landgenoten. Die capaciteit wordt voor de grote steden ingeschat op minimaal 5 procent. In kleinere gemeenten hanteert het CBS de helft van dat percentage om het aantal illegalen te berekenen. Het aantal illegalen uit de voormalige rijksdelen, tenslotte, (Indonesië, Suriname, Nederlandse Antillen en Aruba) is de kleinste groep en wordt door het CBS ingeschat op maximaal 5.500 en minimaal 1.100. Eind vorig jaar schatte onderzoeker Van der Erf van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), mede op basis van het concept CBS-onderzoek de omvang van het illegalencircuit al op minimaal honderdduizend. Een flink deel van hen zou afkomstig zijn uit het circuit van afgewezen asielzoekers.

Van der Erf oordeelt nu dat, al heeft hij de laatste versie van het CBS-onderzoek nog niet gezien, zeker de ondergrens van 46.000 illegalen ,,achterhaald'' is. ,,Er is een enorme druk op onderzoekers, ook vanuit Europa om met cijfers over illegalen te komen. Vandaar dat nu ook het CBS zich eraan waagt, maar ze hebben natuurlijk een naam te verliezen en nemen daarom een wel heel ruime marge. Je kunt je wel afvragen wat zo'n onderzoek dan nog zegt.''